Samenwerken als bewijs dat je straks kunt meeregeren

Parlementaire verbondjes

Wetsvoorstellen maken meer kans als ze worden ingediend door meer dan één partij. En ze krijgen meer media-aandacht.

Op het Binnenhof weet iedereen het: Alexander Pechtold van D66 en Diederik Samsom van de PvdA zijn geen beste vrienden. Laten we daar eens iets aan doen, dachten ze aan de top van die twee partijen. Ze gingen op zoek naar een onderwerp waarbij PvdA en D66 samen konden optrekken.

Afgelopen maandag was het zover. Geef mensen die in de bijstand zitten, meer ruimte om bij te verdienen, schreven Samsom en Pechtold in een opinieartikel in de Volkskrant. Met soepeler regels krijg je die mensen sneller echt aan het werk, denken zij.

Ze maken er geen officieel wetsvoorstel meer van, zo kort voor de Tweede Kamerverkiezingen in maart. Hun proefballon laat wel zien dat politici in aanloop naar die verkiezingen méér willen dan alleen afstand van elkaar nemen en de onderlinge verschillen uitvergroten.

Het gebeurde dit jaar veel vaker dan normaal dat twee of drie politieke partijen samen met een wetsvoorstel kwamen. Vanaf 2012 geteld waren het steeds zo’n drie initiatieven per jaar, met één keer een uitschietertje naar vijf. Dit jaar zijn het er negen. En 2016 is nog niet voorbij, partijen zijn nog druk bezig met gezamenlijke opzetjes.

Samen krijg je meer aandacht

De tijd dat kranten of televisie een initiatief van één politieke partij veel aandacht gaven, omdat zij het dan als eerste kregen, is voorbij. Maar als twéé partijen iets willen, zijn media sneller geïnteresseerd. Denk aan de Klimaatwet van de PvdA en GroenLinks, op de voorpagina van de Volkskrant. Of het plan van VVD en CDA dat buitenlanders hun verkeersboete niet meer mogen ontlopen, begin november voor op het AD.

Natuurlijk is het ook publicitair interessant om samen op te trekken, zegt Tweede Kamerlid Paul van Meenen van D66. Hij diende dit najaar met de SP een wetsvoorstel in voor kleinere klassen op de basisschool. Hij en zijn SP-collega Tjitske Siderius ergeren zich vreselijk aan de „plofklassen”, zoals Van Meenen ze noemt. Dus de twee partijen willen met hulp van een wet een einde maken aan klassen met meer dan dertig leerlingen.

Extra mooi is dat D66 zo laat zien dat het prima samenwerken is met de SP, zegt Van Meenen. Hij zat in zijn tijd als gemeenteraadslid in Leiden al in een coalitie met de SP en de VVD. „Natuurlijk hebben we ook grote meningsverschillen, maar afspraak is afspraak bij hen. Dat is heel prettig.”

Voor D66 is de samenwerking zelf een manier om de partij te profileren: kijk eens, kiezer, wij zijn constructief. Omgekeerd heeft de PVV-fractie van Geert Wilders helemaal geen gezamenlijke initiatieven lopen.

Met de ene partij samen een voorstel doen, betekent ook je tegen een ander afzetten. Daar is het voorstel voor een verbod op winstuitkeringen voor zorgverzekeraars een goed voorbeeld van. Dat verbod loopt af op 1 januari 2018, maar deze zomer stelden de SP, PvdA en het CDA samen voor om het permanent te maken. Zorgverzekeraars horen geen winstoogmerk te hebben, vinden die drie partijen.

Hun plan gaat recht in tegen de opvattingen van VVD en D66. De drie kozen dit onderwerp niet toevallig: alle partijen zien de gezondheidszorg als een belangrijk campagnethema en dit plan maakte een scherpe lijn tussen partijen zichtbaar. Met als grote vraag of de zorg een echte markt moet zijn, waarin verzekeraars eigen investeerders moeten kunnen aantrekken.

Ben je klaar om mee te regeren?

Tweede Kamerleden zien hun onderlinge verbondjes ook als proefdraaien voor de wereld van ná 15 maart 2017. Vooral de kleine en middelgrote oppositiepartijen willen straks een logische keuze zijn, als er een nieuwe regeringscoalitie moet komen.

De ChristenUnie probeert bijvoorbeeld met zo veel mogelijk partijen ‘iets’ te doen. „Je wilt toch laten zien dat je kunt verbinden”, zegt fractievoorzitter Gert-Jan Segers. Met Alexander Pechtold van D66 deed hij een voorstel over de bescherming van lege kerken. Met Diederik Samsom (PvdA) schreef hij een stuk over zeggenschap voor burgers. En het is waar: de ChristenUnie zou als kleine middenpartij straks in allerlei formaties kunnen meepraten.

De VVD is precies hierom minder fanatiek. De VVD hoeft als regeringspartij niks te bewijzen. Al werken hun Tweede Kamerleden zeker wel eens samen, ook met partijen uit onverwachte hoek, zoals de SP.

De ándere regeringspartij, de PvdA, doet juist het vaakst van iedereen mee aan gezamenlijke plannetjes. Logisch, zeggen ze daar. Nederland is een coalitieland waar je alle kanten op moet blijven kijken, ook als je meeregeert. Het bewijst tegelijk het ongemak van de PvdA met de coalitie: de partij voelt de noodzaak om ook met anderen om te gaan.