Opec verlaagt productie, olieprijs schiet omhoog

Kartel

De aanhoudend lage olieprijs heeft de Opec op de knieën gedwongen. Er komt na twee jaar eindelijk een productiebeperking. En het voortbestaan van het oliekartel is voorlopig gered.

Foto Jean-Paul Pelissier / Reuters, bewerking fotodienst nrc

Op het allerlaatste moment is het oliekartel Opec er woensdag toch in geslaagd om afspraken te maken over productiebeperking. Een roemloos einde van het kartel is voorlopig afgewend. De Opec, goed voor ongeveer eenderde van de wereldproductie, beperkt de productie met 1,2 miljoen vaten per dag. Olieproducenten buiten de Opec hebben toegezegd hun productie te zullen beperken met 600.000 vaten per dag.

Rusland, de grootste producent buiten het kartel, neemt daarvan de helft – 300.000 vaten per dag – voor zijn rekening, zo meldde de duidelijk opgetogen voorzitter van de Opec, energieminister Mohammed al-Sada van Qatar, woensdagavond in Wenen.

Opmerkelijk is dat olieproducent Indonesië het kartel tijdelijk zal verlaten. Indonesië produceert 700.000 vaten per dag maar moet ook nog olie importeren om aan de binnenlandse vraag te voldoen en ziet daarom voorlopig af van het lidmaatschap. Dat betekent dat de andere lidstaten op papier extra productieruimte krijgen.

Volgens de Qatarese olieminister moet de afgesproken beperking voldoende zijn om het evenwicht op de oliemarkt te herstellen. Hij benadrukte dat het resultaat het gevolg was van intensief overleg binnen het kartel, maar vooral ook daarbuiten.

Het afgesproken productieplafond komt op 32,5 miljoen vaten per dag en gaat in per 1 januari 2017. In oktober produceerden de landen nog 33,6 miljoen vaten per dag. De beperking zal voorlopig voor een half jaar gelden en mogelijk met nog eens een half jaar worden verlengd.

Het plafond komt overeen met de afspraken die de landen al in september in Algerije maakten. Toen resteerde echter de vraag hoe de beperking moest worden verdeeld. Iran en Irak verzetten zich tegen elke beperking. Iran omdat het zijn marktaandeel verloren had door jarenlange westerse sancties, Irak omdat het door oorlogsschade achterop was geraakt.

Dat het in Wenen heel spannend is geweest, blijkt wel uit het verloop van de olieprijs de afgelopen dagen. Dinsdag nog zakte de olieprijs met 3 procent, omdat de landen het niet eens leken te worden. Iran leek te blijven dwarsliggen.

Maar nadat de Saoedische olieminister Khalid al-Falih woensdagochtend kort voor de vergadering geroepen had dat een overeenkomst binnen handbereik lag, sprong de prijs omhoog, tot boven de 50 dollar per vat, een winst van meer dan 10 procent. Na de bevestiging van het akkoord steeg de prijs van een vat Noordzee-olie door tot 52,67 euro, donderdagochtend zakte die weer iets onder de 52 dollar.

Saoedi-Arabië levert met ruim 480.000 vaten per dag het grootste aandeel in de productiebeperking, gevolgd door Irak dat ruim 200.000 vaten per dag inlevert. Libië en Nigeria waren al bij voorbaat uitgezonderd vanwege de instabiliteit in die landen. Andere kwetsbare lidstaten als Venezuela en Algerije hoeven slechts een geringe bijdrage te leveren. Iran bevriest zijn productie min of meer op het huidige niveau.

De afspraken moeten een einde maken aan de overproductie van de afgelopen twee jaar die de olieprijs van 115 per dollar per vat in de zomer van 2014 deed kelderen tot 27 dollar in januari van dit jaar. De lage olieprijs heeft niet alleen de begrotingen van de olielanden geraakt, maar ook de inkomsten van grote oliemaatschappijen als Shell, ExxonMobil en BP. Het aandeel Shell steeg sinds woensdag 6 procent.

In totaal heeft de olie-industrie meer dan 1.000 miljard dollar aan investeringen opgeschort. Tienduizenden banen gingen verloren, vooral op plaatsen waar de productie relatief duur is, zoals de Noordzee. Analisten in Wenen zeiden woensdag te verwachten dat de markt zich in de loop van volgend jaar herstelt met een gemiddelde olieprijs van circa 60 dollar per vat.