Oorlogsmisdadiger

Op een zomerse dag vond Georgina Verbaan op een markt een doos met oude foto’s. Met daarin: een pasfoto van een man, met hoed en bril. Was dit Riphagen, de Amsterdamse oorlogsmisdadiger?

Toen hier thuis naar een belangrijk document gezocht werd tussen tekeningen, post en notities op rafelige papiertjes – notities van zo’n belangwekkende aard dat ze, eenmaal neergepend, direct de vergetelheid ingeduwd waren tussen folders van de Aldi – viel er een schoon ogende envelop tussenuit.

Er zaten elf foto’s in. Dat was ik helemaal vergeten. Die hadden we op een zomerse dag met een monumentale kater staan uitzoeken op de Noordermarkt bij een kraam met bákken vol oude foto’s. De meeste met zo’n witte rand, sommige zelfs sierlijk gekarteld. Een foto van een ober met een vlinderstrik achter een bar, bijvoorbeeld, die kijkt alsof alles hem worst zal wezen. Op de muur achter hem staat ‘Mens durf te leven’ geschreven. Acteurs op een toneel met slecht geplakte baarden, een kerstdiner in een bejaardentehuis, en een foto met advocaten die worden ingezworen, waarop sommige van de aanwezigen overduidelijk graag naar huis willen. Of dood.

Ook vond ik een pasfoto die mij aan de poster van de film Riphagen deed denken. Een man met hoed, een pak, een das, een bril. Op de achterkant stond in handgeschreven letters ‘Dirk Riphagen, geb. 3-2-1886’ te lezen. En een stempel met de datum waarop de foto, naar ik aannam, genomen was: ‘27 feb 1929’. Ha! had ik gedacht, wat een toeval. Teleurstelling donderde iets later, echter, net zo hard op me neer als de zonnestralen waarin ik de laatste restjes alcohol was gaan zitten verdampen, want ik zocht Riphagen, de oorlogsmisdadiger, op. Bleek hij helemaal geen Dirk te heten, maar Dries! En hij leek er ook niet op, bovendien droeg Dries geen bril. Omdat ik me er schuldig over voel dat ik Dirk Riphagen tussen de Aldi-folders heb geduwd, omdat hij juist géén oorlogsmisdadiger was, hier wat ik kon vinden over de man op de foto: Op woensdag 3 februari 1886 stond op de voorpagina van de krant Recht voor Allen een ellenlang gedicht. Dit waren de eerste regels:

Op een zolder, afgeschoten/ Met wat planken en papier,/ Zag tot schrik der and’re vier/ Huis- en tevens lotgenooten,/Hij, het ongenoode wicht,/Eens het eerste levenslicht.

Dat ging niet over Dirk, maar hij werd die dag wel geboren, in Haarlem. Dirk was een slimmerd, want toen hij 24 was trouwde hij op zijn verjaardag, 3 februari 1910, de toen 23-jarige Martha Margaretha Raijmann. Een dag die hij dus écht nooit zou vergeten. Het was wel koud geweest met een gemiddelde temperatuur van 1.1 °C en nul zonuren. Wellicht had men zich warm gedanst op muziek van Hetty King, een male impersonator.

Dirk was kantoorbediende in Amsterdam, en een jaar na de trouwerij kregen Dirk en Martha een zoon, Johannes Riphagen. Waar Dirk en Martha destijds woonden is mij niet duidelijk, ik lees dingen over Sloten, over de Paramaribostraat in Amsterdam, maar duidelijk is dat hun zoon Johannes negentien jaar later al overleed in Heemstede op 23-05-1931. Nog geen twee jaar na zijn zoon overleed ook Dirk, vier dagen na zijn verjaardag/huwelijksdag op dinsdag 7 februari 1933 te Heemstede. Hij was 47.

Met een gemiddelde temperatuur van 8.8 °C was het die dag warm genoeg geweest om ’s avonds met Martha naar Tuschinski te gaan om Gitta endeckt ihr Herz te bekijken, zoals op de voorpagina van Het Volk vermeld stond. Of naar het Plantage Theater, voor de voorstelling Pinda, pinda, lekka, lekka . Het heeft niet zo mogen zijn.