Opinie

Wilders, besef: ook u zwoer trouw aan de Grondwet

Een politicus die welbewust de rechtsstaat ondermijnt, zoals Geert Wilders, hoort niet in het parlement, schrijft oud-rechter Geert Corstens.

Foto ANP / Phil Nijhuis

Als een politicus wordt vervolgd voor iets anders dan een delict dat zich geheel in de privésfeer heeft afgespeeld, krijgt het proces een politiek karakter, hoe je het ook wendt of keert. Rechters kunnen dat niet voorkomen. Zij worden geconfronteerd met een vervolging en mogen geen recht weigeren. Dan figureert de rechter op het politieke toneel.

Dat kun je vervelend vinden, maar er valt niet aan te ontkomen. Dan zul je, zoals altijd, als rechter moeten proberen dat proces op een zo sereen mogelijke wijze af te wikkelen en je onafhankelijkheid en onpartijdigheid te tonen. Dat doe je door de terecht staande politicus alle kansen te geven om ongehinderd zijn standpunten naar voren te brengen voor zover dit relevant is voor de beoordeling van de zaak.

Je laat je dus als rechter al zeker niet uit over het politieke programma van de betrokkene. Je neemt afstand van je eigen politieke overtuigingen. Als rechter ben je dat gewend. Niemand moet kunnen zeggen dat jouw vonnissen zijn geïnspireerd door je politieke overtuigingen. Dat is ook de reden dat je als rechter er verstandig aan doet je niet geprofileerd in het politieke debat te mengen. Morgen kan er immers een zaak op je tafel belanden waarin je als rechter moet beslissen over een kwestie die politieke facetten heeft, zoals bijvoorbeeld een staking of een aanklacht wegens belediging van of door een politicus of een betwiste uitzetting van een vreemdeling.

Dat alles heeft ook te maken met het evenwicht tussen de machten in de staat. De rechter behoort daaraan bij te dragen door onafhankelijkheid en onpartijdigheid uit te stralen en loyaal te zijn tegenover de wetgever.

Maar dat vergt ook van politici terughoudendheid. Politici dienen ook de andere instituties van de rechtsstaat te ondersteunen en dus zeker niet te ondermijnen. Het is natuurlijk vervelend wanneer je als politicus in een strafzaak als verdachte bent betrokken. Het openbaar ministerie doet er verstandig aan zo’n beslissing niet overhaast te nemen.

Maar als die knoop eenmaal is doorgehakt, geeft dat de verdachte niet een vrijbrief om bij voorbaat een mogelijk resultaat van de rechterlijke tussenkomst in twijfel te trekken. Dan behoort ook de politicus een belangrijke institutie van de rechtsstaat niet te ondergraven door bijvoorbeeld te zeggen dat veroordeling van hem veroordeling van miljoenen Nederlanders meebrengt. Dat is voor een politicus ongepaste retoriek. Dat is ondermijnend voor het vertrouwen in de derde macht van de rechtsstaat.

Even ondermijnend is de tweet: „PVV-haters in deze neprechtbank hebben vonnis dus al klaar. Geen eerlijk proces.” Een verdachte die politicus is blijft ook politicus, in dit geval een parlementariër die trouw gezworen heeft aan de Grondwet. Essentieel onderdeel van ons grondwettelijk stelsel is de opdracht aan onafhankelijke en onpartijdige rechters van het beslechten van conflicten en het opleggen van straffen. Wie daaraan niet wil vasthouden door bij voorbaat publiekelijk zijn wantrouwen in het rechterlijk oordeel uit te spreken, dient zich zeker niet in het parlement te begeven.

Lidmaatschap van het parlement impliceert aanvaarding van de grondtrekken van het staatsbestel, zoals terecht ook door de voorzitter van de Eerste Kamer werd onderstreept toen zij zich keerde tegen een senator die over volksvertegenwoordigers als nepvertegenwoordigers sprak.