Topman Holland Casino staat nu tegenover eigen ondernemingsraad

Bedrijfsconflict

De ondernemingsraad maakt zich grote zorgen over de privatisering. Er is angst voor slechtere arbeidsvoorwaarden en voor minder aandacht voor het voorkomen van verslaving.

Foto ANP / Lex van Lieshout

Vroeger produceerde Holland Casino-topman Erwin van Lambaart musicals. In de rol die hij sinds maart heeft, is hij zelf in een meeslepend verhaal met ongewisse afloop beland. De cao-onderhandelingen met zijn personeel zitten al tijden muurvast en nu stond Van Lambaart donderdag ook nog eens voor de rechter tegenover de ondernemingsraad (OR) van zijn Holland Casino.

Het toneel was de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam, waar conflicten binnen Nederlandse bedrijven worden beslecht. Voor aanvang liet Van Lambaart de 3.200 Holland Casino-werknemers via een intern bericht weten het „jammer” te vinden dat de OR naar de Ondernemingskamer was gestapt.

Formeel kwamen Van Lambaart, een delegatie van het ministerie van Financiën en zo’n veertig casinowerknemers naar de Ondernemingskamer vanwege een conflict dat draait om de omvorming van Holland Casino van een stichting naar een naamloze vennootschap (nv).

Maar in feite is het conflict terug te voeren op de aangekondigde privatisering van Holland Casino. „Grote zorgen”, maakt OR-voorzitter Bart Siemons zich daarover, vertelde hij de rechters. Zorgen dat de bijzondere cultuur van het casino verloren gaat, dat arbeidsvoorwaarden verslechteren, dat toekomstige eigenaren alleen naar winstmaximalisatie kijken in plaats van het voorkomen van verslaving.

Geen kerntaak overheid

Het kabinet vindt casino’s exploiteren geen kerntaak van de overheid en wil dat Holland Casino in 2017 wordt geprivatiseerd. Als het parlement ermee instemt worden de veertien huidige vestigingen opgeknipt. Tien vestigingen zullen als groep onder de naam Holland Casino worden verkocht, vier filialen afzonderlijk aan andere kopers. Ook komen er twee volledig nieuwe casino’s.

Ondanks de monopoliepositie stapelde Holland Casino jarenlang verlies op verlies. Er volgde een drastische reorganisatie. Het aantal werknemers op basis van een volledige dagtaak (fte) daalde in vijf jaar tijd met ruim 1.000 naar 2.360 vorig jaar. Inmiddels schrijft Holland Casino weer de cijfers die nodig zijn voor een succesvolle verkoop. De omzet steeg vorig jaar met 10 procent naar 576 miljoen euro. De winst vervijfvoudigde naar 67 miljoen euro.

Je zou kunnen zeggen dat alleen de rechtsvorm van een stichting nog niet privatiseringsproof is. Het Holland Casino-bestuur én ook staatssecretaris Wiebes stellen dat de omvorming naar een nv niets te maken heeft met de privatisering, maar dat gelooft de OR niet. Die ziet daarin een flinke stap in het privatiseringsproces waarin ze een grote stem zou moeten hebben.

Trouwen om te scheiden

Om de omvorming tegen te houden bracht de OR donderdag een bijzonder punt naar voren. Namelijk dat, in tegenstelling tot wat men bij het ministerie van Financiën en in de bestuurskamer van Holland Casino denkt, de Nederlandse staat helemaal niet de eigenaar van Holland Casino is. Een stichting kent geen aandeelhouders en is van niemand anders dan de stichting.

OR-advocaat Irene de Brouwer stelde dan ook dat het omvormen van die stichting in een nv „het weggeven van vermogen aan de staat is”. De aandelen van die nieuwe nv komen namelijk in handen van de staat.

„Trouwen om te scheiden”, noemde ze het. Want bij de privatisering verkoopt de staat die aandelen weer.

Bovendien zouden deze plannen helemaal niet van het bestuur en de raad van commissarissen mogen komen, stelde De Brouwer. „Want die moeten handelen in het belang van de rechtspersoon”, de stichting dus.

OR-lid Jaap Ockhuijsen, met 32 dienstjaren een Holland Casino-veteraan, voegt daar op de gang aan toe dat de statutaire plicht om geld af te dragen aan de staat niet automatisch betekent dat de staat dan ook eigenaar is. „Holland Casino is in 1976 begonnen met een lening van 7,8 miljoen gulden van de NMB-bank. De overheid heeft er de afgelopen veertig jaar precies nul euro in geïnvesteerd.”

De Ondernemingskamer doet binnen zes weken uitspraak.