Foto Andreas Terlaak

‘Ik schep graag op, maar ik maak het ook waar’

Interview Ali B

Ali B (35) is al jaren uitermate succesvol als cabaretier en tv-maker. Maar een album had hij al tien jaar niet meer uitgebracht. „Ik ben van mijn generatie rappers de laatste die kan hangen met de jeugd.”

Ruim veertien jaar geleden zat Ali Bouali, een 21-jarige, tengere jongen met een petje achterstevoren op zijn hoofd, in de kleedkamer van RTL 4-praatprogramma Barend en Van Dorp. Hij was meegekomen met Raymzter die zijn single Kutmarokkanen??! kwam promoten. Ali had aan het nummer meegeschreven en trad met Raymzter op als diens achtergrondrapper. Na het optreden schoof Raymzter aan voor een discussie aan de tv-tafel met onder meer politici Rob Oudkerk (PvdA) en Winny de Jong (LPF). Ali volgde het gesprek backstage. Hij maakte een rusteloze indruk. „Wacht maar”, zei hij. „Over een jaar zit ík daar.”

Ali B, inmiddels 35, moet lachen wanneer hij de anekdote hoort, aan tafel in de woonkamer van zijn eengezinswoning in Almere; een ruimte met een grote hoekbank, dienbladen met theepotten en glazen en een klein terrasje aan het water. De succesvolle cabaretier en tv-maker, graag geziene gast bij De Wereld Draait Door, jurylid bij The voice of Holland, en winnaar van de Nipkowschijf voor zijn muziekprogramma Ali B op volle toeren, kan zich de uitspraak niet herinneren. „Maar het is wel iets voor mij om zoiets zeggen. Ik ruik bloed op zo’n moment. Ik kreeg het gevoel dat ik iets te bieden had; iets anders dan wat er al was.”

Het is anno 2016 moeilijk voor te stellen dat Ali B ooit in de schaduw van een andere artiest op tv kwam. Hij is zeldzaam succesvol. Geslaagd en gelauwerd als tv-maker en als cabaretier, en als ondernemer met zijn bedrijf SPEC, dat het management voert voor artiesten als Ronnie Flex en Brace en vloggers als Monica Geuze en StukTV en zijn rapworkshops en op maat gesneden optredens voor bedrijfsfeesten en congressen, inmiddels ruimschoots miljonair.

Foto Andreas Terlaak

Foto Andreas Terlaak

Spannende dagen

Toch zijn het spannende dagen voor de tafelheer die opmerkt dat hij vaker ‘nee’ dan ‘ja’ zegt tegen De Wereld Draait Door. „Je lezers zullen zich nu wel afvragen hoe vaak ik dan in godsnaam gevráágd word.” Hij heeft voor het eerst in tien jaar een plaat uitgebracht. En dat moet een succes worden. Een klein beetje geluk is een ambitieus album waarop hij werkt met spraakmakende hedendaagse rappers als Ronnie Flex, Boef en Sevn Alias, dat grotendeels is geproduceerd door hitmaker Jack $hirak, bekend van New Wave-megahit ‘Drank & Drugs’ en zomerhit ‘Jungle’ van Broederliefde. „Weet jij wanneer ik de recensies kan verwachten?”

Zijn jongere collega’s sturen hem goede reacties, zegt Ali. Dat is belangrijk voor hem. Voor het geld hoeft hij geen muziek uit te brengen. Voor de prijzen ook niet. Ali won in 2004, toen zijn debuutalbum Ali B vertelt het leven van de straat uitkwam, onder meer de Pop Prijs, de belangrijkste prijs voor popmuziek in Nederland. In 2006 zei hij met zijn tweede album Petje Af letterlijk en figuurlijk het petje op zijn hoofd vaarwel en ging hij zich focussen op andere activiteiten. Nu hij de muzikant Ali weer een podium geeft, wil hij ook de competitie aangaan. „Ik ben van mijn generatie rappers muzikaal de laatste die kan hangen met de jeugd.”

In het begin van zijn carrière zat er flink wat afstand tussen zijn landelijke status als verreweg de meest zichtbare en bekende rapper van Nederland, en zijn positie in de hiphopscene, waarin nogal gemord werd over zijn rapkwaliteiten en het commerciële gehalte van zijn hits. „Ik krijg nu meer waardering dan vroeger”, zegt Ali. „De scene is nu meer zoals ik toen was. Het was opgedeeld in hokjes; een groep als Opgezwolle ging niet samen met Lange Frans of Ali B. Nu kan alles bij elkaar, hebben rappers veel meer een open mind, zingen ze over de liefde. Ik ben nooit echt ‘hiphop’ geweest. Ik kwam uit de Marokkaanse straatcultuur waar niemand aan graffiti deed of op zijn hoofd rondjes draaide op de stoep. Als je bij ons in Amsterdam-Oost aankwam met baggy jeans, werd je uitgelachen om je drollenvanger, hoe vet je ook rapte.”

Een klein beetje geluk is een gevarieerd album, met pompende clubtracks, straatrap en meer ingetogen, emotionele nummers. Een hoogtepunt is ‘Dat is money’ met Ronnie Flex, waarop Ali B op een stevig stuiterende beat andere rappers pest: „Ik ben niet met die skere, skunk zuigende rappers, ik ben met John de Mol money aan het maken, je merkt, dat als ik over money praat, het nooit over donnies [tientjes] gaat.”

Lees verder na de video

Ali houdt van de kunst van het braggen, opscheppen, in rap, zegt hij. „Alleen wanneer ík brag, mag het niet gelogen zijn. Mensen weten: I can put my money where my mouth is. Dat is in de rapscene niet vanzelfsprekend.”

In ‘Gekke kleine jongen’ zingt Ali: „Doe mijn stinkende best om nooit meer te belanden, daar op die plek waar ik niks van mijn leven maakte.” Hij is al verslaafd aan succes, zegt hij, sinds hij voor het eerst 1.000 euro won in een talentenjacht. Het was een uitweg uit een jeugd waarin hij, vertelt hij, verslaafd was aan gokken en blowen, stal en schulden maakte „en gewoon echt helemaal niets deed. Alleen maar praten. Ik kan fucking lekker praten, maar ik maakte het niet waar.”

Ali heeft zich de afgelopen jaren als rapper opnieuw uitgevonden. Hij klinkt meer in controle en meer ontspannen dan op zijn vroegere werk. Hij experimenteerde met rapstijlen en volgde workshops bij professor Pat Pattison aan de Berklee College of Music „die me leerde hoe ik wat ik voel, kan omzetten in woord en klank. Wat ik niet genoeg doorhad was hoe belangrijk intonatie en toonhoogte zijn voor het weergeven van beleving en emotie. Je moet veel meer rappen en zingen zoals je iets in het dagelijks leven zou zeggen.”

Beluister ‘Een klein beetje geluk’ op Spotify. De tekst gaat verder na het album

Huilen

Ali schreef na die workshops ‘Terwijl jullie nog bij me zijn’, een ontroerend nummer waarin hij vertelt over zijn zoontjes. „Ik voelde me niet fijn, terwijl ik mijn kinderen vasthield en knuffelde”, zegt Ali. „Het leek alsof het niet genoeg was. Alsof ik ze al miste terwijl ik bij ze was. Dat zei ik tegen de producer en hij ving het in akkoorden.” Hij valt even stil. Zijn toon is zachter, emotioneler. Hij glimlacht. „Je hoort hoe ik erover praat.”

Hij voerde het nummer uit tijdens De Wereld Draait Door en begon te huilen. Er kwam „een tsunami aan emoties” los, vertelt hij. Twijfels over zijn rol als opvoeder. Verdriet over zijn vader die een paar dagen eerder overleed. Het was een indringende vertolking. Maar waarom ging hij daar zitten? „Ik heb het onderschat. Je verliest niet elke dag een vader. Nu weet ik wel beter. Ik werd erdoor overvallen. De tranen loerden. Ik kon nergens meer naar toe.”

Ali had een groot deel van zijn jeugd weinig contact met zijn vader. De laatste jaren iets meer. „Hij deed het goed met mijn broertjes en dat was goed genoeg voor mij. Je wilt een goede vader. Het maakte mij niet zoveel uit of hij dat dan voor mij was of voor mijn broertjes.”

Wilders houdt zich van den domme

Die brandende ambitie van veertien jaar geleden, om „de stem van randstadjongeren te vertegenwoordigen, op de radio en in het debat”, is inmiddels geluwd. Het klimaat is veranderd, zegt Ali. Hij vond het „tof” om met Theo van Gogh in discussie te gaan. „Hij was in mijn ogen echt een klootzak, maar ik vond hem ook aardig. Na een harde discussie gaf hij aan dat hij die dingen wel vond, maar het ook aandikte. Hij profileerde zich als provocateur. Wilders provoceert ook, maar die houdt zich van den domme. Aan de ene kant zegt hij: iedereen die hard werkt in Nederland, is ongeacht zijn achtergrond welkom. Een dag later zegt hij ‘minder, minder, minder.’ Dat is vaag en vals.”

In 2004 noemde de jury van de Pop Prijs Ali B ‘boegbeeld van het nieuwe multiculturele Nederland’. Heeft zijn prominente positie zin gehad? „Soms wel, denk ik. Zoals Najib Amhali mij het geloof gaf dat ik cabaretier kon worden, zo zijn er Marokkaanse jongeren die zien dat ze op mijn level geaccepteerd kunnen worden. En ook al gaat het goed met onze scene, soms kom ik nog vooroordelen tegen. Maar het heeft geen zin daarover te klagen. Ik maak liever een programma als Ali B op volle toeren en laat zien wie we echt zijn. Onderschat worden, is fantastisch. Overschat worden, is vervelend. Dan is er niets meer te winnen.”

Ali B: ‘Een klein beetje geluk’. Zijn voorstelling ‘Je suis Ali’ speelt nog t/m mei.