Column

Hoera!

Achteraf gemakkelijk praten misschien, maar dit stadsreferendum was gedoemd te mislukken. Allereerst door de vraagstelling: „Bent u voor of tegen de Woonvisie Rotterdam?” Je kunt je voorstellen dat Rotterdammers alleen al om die reden hun stembiljet bewust of onbewust tussen het oud papier lieten verdwijnen. Ook wie wel de moeite nam om de begeleidende brochure te lezen, werd daar niet veel wijzer of enthousiaster van. Daarin stond dat je mening werd gevraagd over „een visie” van het gemeentebestuur op de toekomst van het wonen in de stad. Te abstract en weinig prikkelend natuurlijk.

De initiatiefnemers (huurdersorganisaties) van het ‘sloopreferendum’ hadden dan ook graag gezien dat de vraagstelling meer was toegespitst op de aanleiding voor deze volksraadpleging: het slopen of moderniseren van 20.000 goedkope huurwoningen, waardoor volgens de tegenstanders de armere Rotterdammers de stad uit worden gejaagd. De gemeenteraad stak daar terecht een stokje voor, aangezien de Woonvisie veel complexer en veelomvattender is dan alleen die sloopplannen. Met een algemene en neutrale vraagstelling over de Woonvisie zouden de verschillende partijen zelf kunnen bepalen welk onderdeel van het plan ze eruit wilden pikken om kiezers voor of tegen te laten stemmen, was het idee. Wel zo eerlijk. Maar dat compromis resulteerde uiteindelijk in een nietszeggende vraagstelling, waardoor het publiek bij voorbaat al afhaakte.

Daarnaast zijn Rotterdammers sowieso moeilijk naar de stembus te krijgen, en dat hadden de initiatiefnemers kunnen weten. De gemiddelde opkomst ligt in Rotterdam bij landelijke referenda al vaak onder de dertig procent. En de subsidiepot voor campagnes werd verdeeld over veel te veel losse partijtjes, waardoor ze nauwelijks zichtbaar waren. De tegencampagne was ook lang niet zo sterk als die bij het vorige stadsreferendum in 1995, toen Rotterdammers massaal tegen het vormen van een Stadsprovincie stemden. In campagnetijd strooide het NEE-kamp (de Stadspartij) vanuit een vliegtuigje duizenden pamfletten uit over de stad en hingen de straten vol met posters van burgemeester Bram Peper met de tekst: „Ik wil Rotterdam opheffen”.

Zelf ben ik woensdag ook niet gaan stemmen. Niet omdat ik de vraagstelling niet begreep of het onderwerp niet belangrijk genoeg vond, maar omdat ik tegen referenda in het algemeen ben en deze in het bijzonder. Je kunt een toekomstvisie op de stad niet in één zin of vraag samenvatten namelijk. Laat zoiets ingewikkelds over aan de specialisten op het stadhuis en onze volksvertegenwoordigers in de gemeenteraad. Maar ik had als voorstander van de Woonvisie ook nog een strategische reden om niet naar de stembus te gaan. Om de opkomstcijfers te saboteren. Is dat laf? Ondemocratisch? Misschien. Maar het heeft dit keer – anders dan bij het Oekraïne-referendum – toevallig wel goed uitgepakt. Hoera!

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelancejournalist en stadsgids in Rotterdam.