Falende kankermedicijnen worden niet uit de markt genomen

Geneeskunde

Falende kankermedicijnen blijven vaak toch op de markt. Alleen in Nederland vellen artsen een apart eigen oordeel.

Foto iStock

Bijna de helft van de nieuwe geneesmiddelen tegen kanker doet niet wat ze beloven. Drie jaar geleden al constateerden Amerikaanse onderzoekers dat 18 van de 36 middelen die tussen 2008 en 2012 tot de markt zijn toegelaten het leven van patiënten niet verlengen. Nu blijkt ook nog eens dat van deze 18 er slechts één is dat bewezen de kwaliteit van leven van patiënten verbetert. Dat schrijven Amerikaanse farmacologen van het National Center for Health Research deze week in JAMA Internal Medicine .

„De FDA zou kankergeneesmiddelen waarvan klinisch is bewezen dat ze niet werken onmiddellijk moeten intrekken”, schrijven twee Amerikaanse artsen in een begeleidend commentaar. Dat zou de kwaliteit en de betaalbaarheid van de kankerzorg verbeteren, zeker omdat het hier gaat om heel dure medicijnen die gemiddeld tussen de 20.000 en 170.000 dollar per jaar kosten.

Veel van deze medicijnen zijn ook in Nederland geregistreerd. Maar volgens internist-oncoloog Ferry Eskens hoeven kankerpatiënten zich hier geen zorgen te maken dat zij onwerkzame of inferieure medicijnen krijgen toegediend. Eskens werkt in het Erasmus MC in Rotterdam en is ook voorzitter van de commissie Beoordeling Oncologische Medicijnen (cieBom), opgericht door de Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie (NVMO). De cieBOM beoordeelt elk kankergeneesmiddel op werkzaamheid en toepasbaarheid voor de Nederlandse situatie. „Middelen die een negatief advies krijgen, worden eigenlijk niet gebruikt”, zegt Eskens. „Daar zijn we best trots op. We noemen dit het zelfreinigend vermogen van de beroepsgroep.”

Kritische kanttekening ontbreekt

Die kritische kanttekening bij toegelaten medicijnen ontbreekt in veel andere landen. „Bij de registratie van een nieuw middel letten de geneesmiddelenautoriteiten voornamelijk op de veiligheid en de werkzaamheid ten opzichte van placebo”, zegt Eskens, „Of het in de praktijk een nuttig middel is, beoordelen zij niet.”

De cieBOM beschrijft in haar dossiers ook wat een medicijn per behandeling kost, maar hangt daar geen oordeel aan. Maar, zegt Eskens „verzekeraars en het Zorginstituut Nederland, die bepalen welke behandelingen vergoed worden, kijken natuurlijk wel mee.”

In het artikel in JAMA Internal Medicine blijkt het middel ofatumumab tegen chronische lymfatische leukemie geen verbetering te brengen in de kwaliteit van leven. De patiënten die het krijgen leven zelfs korter. Ook het middel cabozantinib tegen een zeldzame vorm van schildklierkanker komt slecht uit de bus: niet levensverlengend en slecht voor de kwaliteit van leven. Volgens Eskens krijgt in Nederland jaarlijks een zeer beperkt aantal patiënten dit middel, alleen nadat er een zorgvuldige individuele afweging is gemaakt of het wel zinvol is.

Het gaat om middelen die via een versneld traject zijn toegelaten door de Amerikaanse geneesmiddelenautoriteit FDA. Dat is ingesteld om meestal terminale kankerpatiënten zo snel mogelijk toegang te kunnen geven tot mogelijk levensreddende middelen.