Opinie

Erdogan heeft gelijk: EU is een onbetrouwbare partner

De EU vertoont een schrijnend gebrek aan solidariteit met zuidelijke lidstaten, zegt Leo Lucassen. Het is tijd voor Europese waarden.

Turkse president Recep Tayyip Erdogan en Bondskanselier Angela Merkel. Foto John MacDougall / AFP

Afgelopen vrijdag dreigde de Turkse president Erdogan, niet voor de eerste keer overigens, met het opzeggen van de ‘deal’ die hij in maart dit jaar sloot met de Europese Unie. Aanleiding is de weigering van de EU om de visumverplichting voor Turkse staatsburgers op te heffen. En dat was een van de voorwaarden, naast miljarden euro’s, van Turkije in ruil voor het tegenhouden van vluchtelingen. Gezien de schendingen van de mensenrechten en de persvrijheid in Turkije sinds de zomer is het op zich niet vreemd dat de EU de hakken in het zand zet. De keerzijde is echter dat de aantallen asielzoekers vanuit Syrië en het Midden-Oosten weleens sterk zouden kunnen gaan stijgen, terwijl de EU geen duidelijk plan heeft hoe daarop te reageren. Nu is het niet gezegd dat de smokkelhandel naar nabijgelegen Griekse eilanden als Lesbos dezelfde omvang zal aannemen als in 2015. Natuurlijk, er zijn inmiddels zo’n drie miljoen Syriërs in Turkije en daarnaast zijn er miljoenen anderen die zouden kunnen overwegen deze kant op te komen vanwege de uitzichtloze en levensgevaarlijke situatie in hun eigen land. Zij weten echter ook dat de situatie in Griekenland, dat door de Turkije-deal en het gebrek aan solidariteit in de EU tot een openlucht-gevangenis is verworden, erbarmelijk is. De 50.000 Syriërs, Afghanen en Irakezen kunnen geen kant op en deze situatie heeft mogelijk een afschrikwekkend effect. Bovendien is het vele malen moeilijker dan in 2015 om vanuit Griekenland door de Balkan verder naar het Noorden te reizen. Aan de andere kant is het niet ondenkbaar dat Erdogan het leven van vluchtelingen in Turkije nog moeilijker zal maken en tot een Verelendungspolitiek overgaat. Nu al ziet meer dan de helft van de Syrische kinderen zich gedwongen te werken in plaats van naar school te gaan en zijn de vooruitzichten om een normaal nieuw leven op te bouwen uitermate somber.

Maar ook als de aantallen beperkt zouden blijven, dan nog is een duurzamer en humaner beleid nodig. Om te beginnen heeft de EU zich op wel meer punten een onbetrouwbare partner betoont. Zoals Gerald Knaus, de bedenker van de Turkije-deal en nu een van de felste tegenstanders, benadrukt: er is vrijwel niets gekomen van het verlichten van de last van Turkije, waar naar verhouding vijftien keer zo veel vluchtelingen wonen als in de gehele EU. Sinds maart zijn er zegge en schrijve 1.600 Syriërs toegelaten tot de Unie, terwijl de aantallen in Turkije sinds die tijd alleen maar zijn opgelopen. Daarnaast laat het dreigement van Erdogan zien in welk een chantabele positie de EU zich heeft gemanoeuvreerd. Er is daarom veel voor te zeggen om niet op de ingeslagen weg door te gaan en met andere zo mogelijk nog autoritairder regimes vergelijkbare deals te sluiten. In plaats daarvan zou de EU dit moment kunnen gebruiken om de Vluchtelingenconventie van Genève weer als leidraad te nemen en tot een redelijke verdeelsleutel te komen. Zeker op de langere termijn is die optie – ook uit welbegrepen eigenbelang – te verkiezen boven het doorgaan op de ingeslagen weg van het verder ‘outsourcen’ van het vluchtelingenbeleid, het in stand houden van de smokkelhandel, en te accepteren dat 75 procent van alle ‘grensdoden’ ter wereld (dit jaar bijna 5.000) verdrinken aan de zuidgrens van de EU. En dan hebben we het nog niet gehad over het schrijnende gebrek aan solidariteit met zuidelijke lidstaten als Griekenland en Italië. In plaats van de boodschap dat die ‘nu eenmaal de pech hebben te liggen waar ze liggen’, zoals premier Mark Rutte in 2013 weinig fijngevoelig opmerkte, vormt het mogelijk uiteen spatten van de Turkijedeal een moment om te laten zien dat de Unie meer is dan een neoliberale natte droom, maar dat zij ook een waardengemeenschap vormt, met humanitaire beginselen en onderlinge solidariteit als belangrijk element. En dat lidstaten elkaar bij horen te staan in goede en slechte tijden.

Uiteraard is dat gemakkelijker gezegd dan gedaan, zeker in het huidige politieke klimaat, maar zonder die wederkerigheid en het in de praktijk brengen van de met de mond beleden Europese waarden, riskeert de Unie haar voortbestaan en zal het free rider-gedrag van de lidstaten alleen maar verder toenemen. Mocht de Unie een constructiever richting in slaan, dan zal dit onherroepelijk gepaard gaan met compromissen en koehandel. Hoewel de aantallen op de totale bevolking van de EU bescheiden zijn (de één miljoen vluchtelingen in 2015 maken 0,2 procent uit van de totale EU bevolking), zullen lidstaten wellicht een jaarlijks quotum eisen. Maar beter dat dan de Australische weg die erop is gericht om asielzoekers zo ver mogelijk weg te houden van het eigen territorium, mensenrechten met voeten treedt en van het Vluchtelingenverdrag een wassen neus maakt.