Recensie

Eerbetoon Stones aan hun blueshelden

Eigenlijk wilden The Rolling Stones weer een plaat maken met eigen werk. Uit hun samenzijn kwam iets anders: ze eren bluesmusici uit hun vormende jaren.

Rolling Stones tijdens een optreden in het Morumbi Stadium in Sao Paulo, Brazilië. Foto Mauricio Santana / Getty Images

Toen bluesmuzikant Little Walter in 1960 zijn coverversie opnam van het zes jaar oude bigbandnummer ‘Just Your Fool’ vond platenbaas Leonard Chess de opname te onopvallend om er meteen een plaat van te persen. Pas twee jaar later verscheen het op single. Thuis in Chicago maakte het plaatje weinig indruk. Internationaal deed het niks. Pas vele jaren later verscheen het op een langspeelplaat.

Intussen vond op 17 oktober 1961 in het Engelse Dartford een gedenkwaardige ontmoeting plaats. Op het station van dat slaperige forenzenstadje aan de oostgrens van Londen raakten de tieners Michael Jagger en Keith Richards met elkaar aan de praat. De eerste pronkte met twee langspeelplaten onder zijn arm: Chuck Berry’s Rockin’ At The Hops en The Best of Muddy Waters. Richards had zijn onafscheidelijke gitaar bij zich. Ze spraken over hun liefde voor blues, rock-’n-roll en de gedeelde droom aansluiting te vinden bij die Amerikaanse wondermuziek.

Elektrische bluesgod

De 18-jarige Jagger zong al in bandjes en had uitgevonden hoe je de in Engeland nog niet officieel verkrijgbare platen van het magische Chess-label per postorder in de VS kon bestellen. Richards (17) kende de reputatie van elektrische bluesgod Muddy Waters, maar had nooit een noot van hem gehoord. Hij nodigde Jagger thuis uit. Rond de draaitafel sloten ze een pact om van deze muziek hun roeping te maken. Op kant één van Muddy’s elpee stond het nummer ‘Rollin’ Stone’. De rest is geschiedenis.

De plek op perron 2 van het station van Dartford is inmiddels gemarkeerd met een plaquette. Bijna exact 55 jaar later is ‘Just Your Fool’ de openingstrack van het nieuwe Stonesalbum Blue & Lonesome. In twaalf goedgekozen covers van klassieke bluessongs uit de jaren 1937 tot 1971 eren de Stones de helden uit hun vormende jaren: Little Walter, Howlin’ Wolf, Jimmy Reed, Lightnin’ Slim en Otis Rush.

De Stonesversie van ‘Just Your Fool’ is trouw aan het Chess-origineel. Hetzelfde luie shuffleritme, dezelfde geagiteerde tekst van een man die zo gek is van liefde dat hij met een jachtgeweer achter zijn rivalen aan wil en vooral de schelle misthoornsound van een virtuoos gespeelde mondharmonica.

Mick Jagger kan dat als weinig andere blanke bluesmannen, in een opzwepend tribuut aan het muzikale genie van Marion ‘Little Walter’ Jacobs (1930-1968). The Rolling Stones waren eigenlijk helemaal niet van plan een plaat met bluescovers te maken, toen ze in december vorig jaar bij elkaar kwamen in de Londense West Grove Studios. Er zou aan een langverwacht album met nieuw materiaal gewerkt gaan worden, hun eerste sinds A Bigger Bang uit 2005.

De Rolling Stones spelen de Little Walter-cover Hate To See You Go. Lees verder na de video

Verstandige optie

Bij wijze van warming-up speelden Jagger, Richards en drummer Charlie Watts een bluesje, puttend uit het enorme arsenaal dat hun ter beschikking staat sinds ze in december 1962 Howlin’ Wolfs ‘Smokestack Lighting’ instudeerden. ‘Nieuwe jongens’ Ron Wood (een Rolling Stone sinds 1975), bassist Darryl Jones en toetsenman Chuck Leavell voegden zich soepel bij de spontane bluesjam, terwijl producer Don Was voor de zekerheid de opnameknop indrukte.

Toen het niet wilde vlotten met eigen composities kozen de Stones de verstandige optie. In drie dagen tijd werd een compleet bluesalbum voltooid. Twaalf opnamen werden goed genoeg bevonden, ook al klinkt het samenspel niet overal even strak. Eric Clapton, toevallig aan het werk in een naastgelegen studio, werd erbij gehaald voor herkenbaar gitaarwerk in ‘Everybody Knows About My Good Thing’ en ‘I Can’t Quit You Baby’. Vooral die laatste samenwerking is bijzonder, omdat het Otis Rush-nummer in kwestie eerder werd vertolkt op John Mayalls album Crusade uit 1967.

I Can’t Quit You Baby door de Rolling Stones. De tekst gaat verder na de video

Gitarist op dat album was de piepjonge Mick Taylor die later zelf (van 1969 tot ’74) een Rolling Stone zou worden. Eric Clapton, zelf een veteraan uit Mayalls band, breit de cirkel mooi rond door op Blue & Lonesome de plek van Taylor in te nemen.

The Rolling Stones onderscheiden zich van andere artiesten die op latere leeftijd een bluesalbum maakten (Gary Moore, Steven Tyler van Aerosmith, Cyndi Lauper) door hun diepe band met het bronmateriaal.

De bijna achteloze vanzelfsprekendheid is meteen ook de zwakte van The Rolling Stones op deze plaat. Maar ze klinken authentieker dan ze in twintig jaar geklonken hebben. Het album is een monument voor hun oude blueshelden.