Commentaar

Controverse basisonderwijs benadrukt zwakte flexwet

nrcvindt

Biedt de Wet werk en zekerheid het werk en de zekerheid die zijn naam belooft, of is de wet juist de reden dat de ‘invaljuf’ verdwijnt? Over deze vraag is een woordenstrijd ontstaan tussen de koepel van de schoolbesturen in het basisonderwijs, de onderwijsbond AOb en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Het ministerie is erbij betrokken omdat minister Lodewijk Asscher (PvdA) penvoerder was van de Wet werk en zekerheid. Die wet op zijn beurt was weer een uitvloeisel van het sociaal akkoord dat de vakbeweging, de werkgevers en het kabinet Rutte in 2013 afsloten. Het sociaal akkoord moest het beleid van het VVD-PvdA-kabinet een bredere sociaal-maatschappelijke basis geven.

Het basisonderwijs heeft, zo blijkt uit een enquête, grote moeite om leraren te vinden die als invalkracht tijdelijk aan de slag kunnen en willen. De vakbond zegt op zijn beurt dat er in de cao voldoende afspraken zijn gemaakt om aan de behoeften van het onderwijs aan invallers én aan de wet te voldoen. Ook is duidelijk dat de vakbond ernaar streeft om meer (jonge) leraren aan een vaste baan te helpen. Dat is ook wat de wet wil. Dat zou voor de continuïteit van het onderwijs het beste zijn. Wat dat betreft ligt de bal bij de besturen. Het is de vraag of zij misschien dachten dat zij in hun personeelsbeleid op de oude voet konden doorgaan, zoals zij het deden voordat de wet van kracht werd.

De rol van minister Asscher roept ook vragen op. Onderwijs is tenslotte niet zijn werkterrein.

Voor Asscher, tevens kandidaat lijsttrekker van zijn partij, is de controverse ongemakkelijk omdat het onderwijsbestuur niet de eerste werkgeversorganisatie is die te hoop loopt tegen ‘zijn’ Wet werk en zekerheid. Coalitiepartner VVD heeft het geloof in de wet overigens al eerder verloren.

In reactie op de klachten van de schoolbesturen en de Tweede Kamer heeft Asscher zijn partijgenoot Jacques Tichelaar als verkenner geëngageerd. Diens benoeming geeft te denken. Het moet geen gewoonte worden dat elke nieuwe wet begeleid wordt door een verkenner die de belanghebbenden op weg moet helpen. Het geeft ook te denken dat Asscher hier juist een partijgenoot voor kiest die afkomstig is uit de onderwijsbond. Het had toch eerder voor de hand gelegen om iemand met een reputatie in (onderwijs)werkgeverskringen te vragen.

De controverse onderstreept de noodzaak voor het volgende kabinet om met prioriteit nieuwe wetgeving voor de arbeidsmarkt te ontwerpen. Oplossingen daarvoor moeten doorklinken in de verkiezingscampagne.