Recensie

Voor Kreneks kameleontische liederen is veelzijdige Boesch de ideale zanger

Hoe vaak hoor je muziek die in alle opzichten verrast? Het Reisebuch aus den Österreichischen Alpen (1929) van Krenek is zo’n stuk. Niet bijster bekend, maar als liedcyclus in één lijn te zien met Schuberts Winterreise, Schumanns Dichterliebe en het latere (óók te weinig beminde) Hollywood-Songbook van Hanns Eisler (1942). Groot verschil tussen Schubert en Krenek: de liefde speelt geen rol. Kreneks Reisebuch is een reisdagboek op (zeer) eigen teksten: observerend, politiek, vol bon mots („elk afscheid is een stukje dood.”) en afwisselend sardonisch en lyrisch. Hartverwarmende constante is het positieve levensgevoel waarmee de cyclus na 20 liederen ook besluit, kome wat kome (en wat na 1929 ook kwam).

Bariton Florian Boesch maakte al vaker indruk met zijn uitgesproken Schubert-interpretaties en niet te missen cd met ballades van Carl Loewe: romantische liedkunst uit het Biedermeierdomein gerukt door de ongepolijste theatraliteit van Boesch’ voordracht.

Dat juist hij, met de uitstekende pianist Chistian Koch, Kreneks Reisebuch aan de vergetelheid ontrukt, is dus logisch én heeft meerwaarde.

Krenek stelde zijn brede stijlenpalet (van jazz tot Schubert, Schönberg en Stravinsky) in dienst van zijn reisobservaties; Boesch bleek daarvoor met zijn scherpe uithalen en fluwelig troostrijke laagte een kameleontische, ideale vertolker.

De minuut na minuut meeslepende live-uitvoering staat online en overtreft Boesch’ cd-opname. Wat rest is het verlangen naar een eigentijdse versie. Wie schrijft een liedcyclus die het levensgevoel van 2016 net zo veelzijdig-aangrijpend vangt als Krenek deed in 1929?