Column

Belgisch bier als beschermd erfgoed

Willen grote, ambtelijk gedreven organisaties altijd uitbreiden, zelfs als dat ten koste gaat van hun hoofddoelstelling? Unesco lijkt het te bevestigen. De VN-organisatie voor onderwijs, wetenschap en cultuur beschermt sinds enkele jaren niet alleen ‘cultureel en natuurlijk materieel erfgoed’, maar ook ‘representatief immaterieel erfgoed’.

Dat immateriële ‘erfgoed’ kwam deze week in het nieuws omdat België het voor elkaar heeft gekregen de nationale ‘biercultuur’ op de lijst te krijgen.

Het was reden voor jubel in België en voor geamuseerde berichten in niet-Belgische kranten. Toch is het niet grappig. Het zet vooral de schijnwerper op Unesco’s machteloosheid. Terwijl islamitische strijders het ene na het andere item op de lijst van concrete objecten – de zogenoemde Werelderfgoedlijst – opvallend concreet kapotslaan, vergaderen VN-functionarissen in Ethiopië over de bescherming van een Portugese wijze van pottenbakken, Kozakkenliederen en ja, Belgisch bier.

Als niemand kritische vragen stelt, vergadert de organisatie binnen afzienbare tijd over het behoud van ‘immaterieel erfgoed’ als vrouwenbesnijdenis en aderlating bij ernstige ziektes. Flauw? Vind ik niet. Woensdag besloot Unesco om een Ugandese muzieksoort op de lijst te zetten die alleen kan klinken met de huiden van bedreigde diersoorten. Wat willen we?

Dansmuziek beschermen of wilde dieren behouden?

Let’s face it: van talloze gebruiken is het toe te juichen dat ze verdwijnen. Dat heet vooruitgang.

Natuurlijk, het is begrijpelijk dat landen enkele fysieke uitingen van archaïsche gewoontes willen behouden. Daarvoor bestaan musea. Met landbouwwerktuigen, dansjurken, typemachines of martelwerktuigen. Ze functioneren prima zonder stempel van Unesco.

Sterker, het gejubel in de Belgische pers en dit moedwillig streven naar betekenisinflatie (wat betekent erfgoed nog als Belgisch bier en Cubaanse rumba ertoe behoren) is als dansen op het graf van Khaled Asaad, de archeoloog die vorig jaar op 82-jarige leeftijd werd onthoofd door IS-strijders. Hij weigerde te verklappen waar de schatten uit het museum van Palmyra waren verstopt.

Wat bewoog hem? Moed, trouw, liefde voor de concrete overblijfselen van antieke beschavingen. Noem die deugden gerust ‘immaterieel erfgoed’, bescherming waard. Het probleem is: daar kan een VN-organisatie niet voor zorgen. Al zegt ze van wel, natuurlijk met meer taken, mensen, gebouwen en fondsen.