Astrid

Sinds de verschijning van haar boek zou je haar de bekendste vrouw van Amsterdam kunnen noemen – in naam tenminste. Haar gezicht is alleen bekend bij vrienden en familie en bij enkele buitenstaanders. Deze onzichtbaarheid maakt van Astrid Holleeder een zeldzame figuur, een contrapunt bij de tijdgeest die nu eenmaal van iedereen een schaamteloze openbaarheid verlangt.

Astrid is erin geslaagd de wetten van het Facebook-tijdperk te trotseren en onder de radar te blijven. Geen plaatje van haar op internet, een hele prestatie. En afgaande op de ‘familiekroniek’ Judas zou je denken: gelijk heeft ze. Hoe minder herkenning, hoe minder gevaar na al haar beschuldigingen aan het adres van haar broer annex ‘monster’ en ‘seriemoordenaar’ Willem.

De onzichtbaarheid van Astrid Holleeder was al een feit toen ik haar voor het eerst ontmoette. Dat gebeurde in Dauphine, het restaurant bij Station Amstel dat in de laatste roman van Herman Koch herhaaldelijk voorkomt. De hoofdpersoon in De Greppel, burgemeester van Amsterdam, zijnde niet Eberhard van der Laan, voelt zich onder meer prettig in Dauphine vanwege de ‘ruimte zonder opsmuk of flauwekul’.

Ook de ‘betrekkelijke anonimiteit’ in Dauphine spreekt de hoofdpersoon aan: de aanwezigheid van andere bekende gezichten vergroot de kans dat hij er als burgemeester ongehinderd kan lunchen. Zo beschouwd was mijn kennismaking met Astrid nogal ironisch: mogelijk dat zich ook toen enkele Bekende Amsterdammers ophielden in de tot restaurant verbouwde Renault-garage, maar hooguit een enkeling zal de bijna 44-jarige meester in de rechten hebben herkend. Een medewerker van het advocatenkantoor waaraan zij was verbonden, misschien, of een voormalige cliënt. Voor het overige leek de zus ván juist redelijk op haar gemak omdat ze níet bekend was.

Nu is ze een nationale bekendheid zonder gezicht. Een naam, een stem in een boek, onderwerp in praatprogramma’s. Ze kan morgen in Dauphine gaan lunchen zonder dat iemand op haar afstapt. Net als de burgemeester in De Greppel.

Ik wilde haar destijds spreken vanwege mijn boek over Holleeders jonge jaren. Terwijl ze beschrijvingen gaf van haar vader (‘imbeciel’) en van het beknellende volkse milieu van de Jordaan waaraan ze zich met veel moeite had ontworsteld, raakte ze soms geëmotioneerd. Het grappige was: dan steeg haar toon en begon ze plat te praten. De Jordanees in haar stond op als het heftig werd. Wat ze achter zich hoopte te laten, netjes verborgen onder een laagje Algemeen Beschaafd Nederlands, kwam bloot te liggen als een zenuw.

Inmiddels zijn we zeven jaar verder en heeft Astrid haar baan moeten opgeven. Deze week sloeg haar broer terug. In de rechtbank betichtte hij haar van leugens. Alles wijst erop dat Holleeders advocaten op dat pad verder zullen gaan en zij haar en haar zus Sonja aan alle kanten onderuit zullen willen halen. Ergens in Amsterdam zal ze zondag haar 51ste verjaardag vieren maar, zoals ze schrijft, eigenlijk is haar leven al afgelopen.

Niets om naar uit te zien en toch zal ze verder moeten – als een open zenuw zonder gezicht.

Auke Kok is schrijver en journalist.