Antieke oefenpop in Museum Boerhaave bevat babybotten

Hielco Kuipers

Een zeemleren oefenpop die in de achttiende eeuw bij de opleiding van verloskundigen werd gebruikt, blijkt gevuld met een echt skeletje van een baby. Ook de romp van de aanstaande moeder bevat echte beenderen: het bekken en de onderste rugwervel. De rest van de wervelkolom is nagemaakt van hout. De verlospop werd al in 1970 aan Museum Boerhaave geschonken door het Academisch Ziekenhuis in Leiden, maar nu pas is aan het licht gekomen dat er menselijk materiaal in is verwerkt.

De ontdekking werd gedaan nadat Boerhaave-conservator Mieneke te Hennepe meende botmateriaal te zien bij een losgeraakte naad van de pop. Een CT-scan van het museumstuk in het Leids Universitair Medisch Centrum bevestigde die conclusie.

Te Hennepe van Museum Boerhave vermoedt dat de pop vervaardigd is door de Leidse arts Gottlieb Salomon (1774-1865). In een Duitstalig artikel uit 1803 beschrijft hij dat hij „een fantoom met een natuurlijk bekken van een vrouw” heeft gemaakt om met studenten het draaien van het kind en tangverlossingen te oefenen. „Hij gebruikte echte beenderen om de werkelijkheid zo dicht mogelijk benaderen. Studenten konden zo ook leren hoe het voelt”, zegt Te Hennepe.

Destijds waren deze instructiepoppen redelijk populair, zegt Te Hennepe, „Maar het waren gebruiksartikelen dus er zijn er veel vergaan. Ik ken er maar zeven in de hele wereld.”