Waarom Ivan de Verschrikkelijke in Rusland een standbeeld krijgt

Strijd om de symbolen

Russische helden moeten geëerd, in het huidige politieke klimaat. Al hebben ze duizenden doden op hun geweten. „Rusland heeft altijd een tsaar nodig gehad.”

Foto Alexander Ryumin/TASS

Hij staat er nog maar net, maar het moet gezegd: Ivan de Verschrikkelijke ziet er indrukwekkend uit. De zestiende-eeuwse Russische tsaar zit hoog te paard, in zijn linkerhand een getrokken zwaard, in zijn opgeheven rechterhand een kruis. Dreigend blikt hij over de rivier de Oka en naar de brug, waar het verkeer overheen dendert. Aan de voet van zijn sokkel liggen bloemen. Dagjesmensen maken selfies in de regen.

„Als kunstwerk is het best geslaagd”, zegt Irina, die samen met haar man Grigori een kijkje komt nemen. „Ze hadden er alleen een bord bij moeten zetten met de namen van zijn slachtoffers. De bojaren die hij naar het schavot heeft laten brengen, de arme kinderen die terecht zijn gesteld.”

Normaal gesproken komt er weinig nieuws uit Orjol, een rustige provinciestad richting de grens met Oekraïne. Maar in oktober werd hier Ruslands eerste standbeeld van Ivan de Verschrikkelijke onthuld. Sindsdien heeft Rusland het over Orjol.

„Een monument oprichten voor een sadist, paranoïcus en kwelgeest van zijn eigen volk, op dat idee is zelfs de Russische monarchie nooit gekomen”, schreef de liberale journalist Andrej Losjak.

Ivan IV, bijgenaamd ‘de Verschrikkelijke’ (1530-1584), was de eerste Moskouse vorst die tot ‘tsaar aller Russen’ werd gekroond. Onder zijn heerschappij werd het vorstendom Moskovië een regionale macht die zich uitstrekte van het Baltisch gebied tot het westen van Siberië. Ivan IV was een patroon van de kunsten en gaf opdracht tot de bouw van de Basiliuskathedraal, de beroemde kerk met de veelkleurige koepels op het Rode Plein.

Maar hij had ook bloed aan zijn handen. Zijn geheime politie, de opritsjniki, voerde zuiveringen uit onder de Russische adel, die Ivan niet vertrouwde. In 1570 liet hij de stad Novgorod platbranden en een deel van de stedelingen executeren. In een van zijn beruchte woedeaanvallen sloeg hij volgens de overlevering zijn zoon en troonopvolger dood.

„Ivan de Verschrikkelijke was een tiran”, zegt de Russische historicus Michaïl Krom, die is gespecialiseerd in de periode.

„Daar is geen enkele discussie over. Je kunt alleen discussiëren over hoevéél slachtoffers hij heeft gemaakt: duizenden of tienduizenden.”

Rood-bruine dierentuin

Toch moest er een standbeeld komen, zo bedacht gouverneur Vadim Potomski. Ivan de Verschrikkelijke geldt als de stichter van Orjol – hoewel daar geen schriftelijk bewijs voor is. Maar Potomski is daar niet van onder de indruk. Volgens de gouverneur interpreteert elke historicus de feiten ‘zoals het hem uitkomt’. Tijdens een persconferentie afgelopen juli kwam de gouverneur zelf met een verrassende visie: Ivans zoon werd niet door zijn vader vermoord, maar overleed tijdens een reis naar Sint-Petersburg. Dat die stad pas zo’n anderhalve eeuw later door Peter de Grote werd gesticht, leek de gouverneur niet te deren. „In de Russische geschiedenis zijn er drie grootheden”, zei de gouverneur: „Ivan de Verschrikkelijke, Peter de Grote en Stalin.”

De plechtige onthulling van het standbeeld werd bijgewoond door een bont gezelschap van conservatieven en uiterst rechts: van de neo-communistische politicoloog Sergej Koerjagin tot Aleksandr ‘de chirurg’ Zaldostanov, de leider van de rechts-radicale Russische motorclub ‘Nachtwolven’. Geüniformeerde kozakken hielden iconen omhoog en zwaaiden met tsaristische vlaggen. „De hele rood-bruine dierentuin”, schreef Losjak cynisch.

Toen bleek dat iemand een juten zak over het hoofd van Ivan had getrokken. Aan het bit van zijn paard hing een bordje met de tekst: ‘Wat is het hier benauwd en donker’. De dader, een 36-jarige inwoner van Orjol, werd nog dezelfde dag aangehouden.

Foto Wikimedia

Peter de Grote in Sint-Petersburg. Foto Wikimedia

In het beroemde epische gedicht ‘De Bronzen Ruiter’ (1833) van Aleksandr Poesjkin komt het standbeeld van Peter de Grote in Sint-Petersburg tot leven. Woest galoppeert de tsaar door de nachtelijke straten, de arme protagonist Jevgeni voor zich uit jagend. De volgende ochtend wordt Jevgeni gevonden – verdronken in het ijzige water van de Neva. Volgens literatuurwetenschappers verbeeldt de bronzen Peter de meedogenloze Russische staat, die zijn onderdanen vertrapt. Het gedicht kwam niet door de censuur en zou pas na Poesjkins dood (1837) worden gepubliceerd.

Onvoltooide beeldenstorm

Foto Arienne McCracken / Flickr

Feliks Dzerzjinski, nu verhuisd naar een ander park in Moskou. Foto Arienne McCracken / Flickr

Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 nam de bevolking wraak op de geschiedenis. Het standbeeld van Feliks Dzerzjinski – de grondlegger van de geheime dienst – voor het toenmalige KGB-kantoor in Moskou werd van zijn sokkel getrokken. In heel Rusland sneuvelden de symbolen van de communistische dictatuur. Maar de gebalsemde Lenin bleef opgebaard in zijn crypte op het Rode Plein en de anti-communistische beeldenstorm bleef onvoltooid.

Een kwart eeuw later krijgt de contra-reformatie steeds meer vorm. Toen de Poolse regering vorig jaar een monument voor Sovjetgeneraal Ivan Tsjernjachovski liet ontmantelen (de generaal liet tijdens de Tweede Wereldoorlog Poolse partizanen afvoeren naar de Goelag), schreeuwde Moskou moord en brand. Na maanden van protesten werd in Sint-Petersburg stilletjes een plaquette van de muur gehaald die was gewijd aan Karl Gustav Mannerheim, de tsaristische generaal die de Finse onafhankelijkheid op Rusland bevocht. In datzelfde Sint-Petersburg besloot het gemeentebestuur wel om een brug te vernoemen naar Akhmad Kadyrov, de vader van de Tsjetsjeense dictator Ramzan Kadyrov, die wordt beschuldigd van schendingen van de mensenrechten.

In het Siberische Soergoet werd vorige maand een buste van Stalin onthuld – die nog dezelfde nacht werd overgoten met rode verf. Na de liquidatie van de Russische separatistenleider Arsen ‘Motorola’ Pavlov, vorige maand in het Oekraïense Donetsk, opperde een Russische parlementariër een school te vernoemen naar de beruchte commandant, die werd beschuldigd van marteling en standrechtelijke executies van Oekraïense krijgsgevangenen.

De strijd om de symbolen weerspiegelt het politieke klimaat, zegt Michaïl Krom. „Formeel worden de monumenten opgericht voor de historische figuren wier namen op de bordjes staan. In werkelijkheid zijn het zetten in het politieke schaakspel van vandaag.”

Zo verrees buiten de muren van het Kremlin onlangs een zestien meter hoog standbeeld van Vladimir de Heilige, die zich in 988 bekeerde tot het christendom. Dat Vladimir grootvorst was van het Kievse Rijk en dat de stad Moskou toen nog helemaal niet bestond, doet er voor het Kremlin niet toe.

Vladimir geldt als grondlegger van de Russische natie. En dankzij Poetin telt die natie internationaal weer mee. „Onze grote, almachtige president heeft de wereld gedwongen om Rusland te respecteren, net als Ivan de Verschrikkelijke dat ooit deed”, zei gouverneur Potomski tijdens de onthulling in Orjol.

Aanhanger van Stalin

Maar niet iedereen legt zich neer bij de rehabilitatie van het Russische autoritaire verleden. In Orjol heeft de ‘provocatie’ van gouverneur Potomski mensen bij elkaar gebracht. In een café zitten drie generaties aan tafel. Gepensioneerde Dmitri Krajoechin (62) is een activist van de oude stempel. Veertiger Veronika Katkova werkt voor Golos, de organisatie die toeziet op het eerlijk verloop van verkiezingen. De derde is de twintiger Anna Doeljevskaja, journaliste en pr-medewerkster. Niet aanwezig, maar wel belangrijk, is de tachtiger Joeri Maloetin, het voormalige gemeenteraadslid dat drie rechtszaken heeft lopen tegen het monument voor Ivan de Verschrikkelijke. „Maloetin is een oprechte aanhanger van Stalin”, lacht Dmitri Krajoechin door zijn grijze baard. „Dit protest verenigt mensen met heel verschillende opvattingen.”

Andere veelbesproken monumenten voor Russische notabelen:

Het was Anna Doeljevskaja die in september – in haar eentje – met een bord voor het theater van Orjol ging staan, de plek waar Ivan de Verschrikkelijke eigenlijk had moeten verrijzen. Het was een protest tegen de locatie, vertelt ze. Maar inmiddels zijn haar praktische bezwaren principieel geworden.

„Ik ben gaan lezen. En ik begreep dat ik niet kon accepteren dat er in mijn stad een standbeeld komt voor zo’n man.”

Het beeld kwam er toch – niet voor het theater van Orjol, maar aan de oevers van de Oka. Maar de activisten geven niet op. De harde kern bestaat uit zo’n dertig man, vertelt Krajoechin. Maar de bolsjewieken van het eerste uur waren ook met weinig, zegt hij. Bij de demonstratie kwamen honderd mensen opdagen. Veronika Katkova: „En er kwamen bovendien heel veel mensen op ons af die zeiden: we kunnen niet demonstreren, maar we vinden het heel goed dat jullie dit doen.” Ze lacht: „Daarna vroegen ze waar ze de petitie konden tekenen voor het ontslag van Potomkin.”

Buiten, op de verregende boulevard langs de Oka, is de sfeer minder revolutionair. Het jonge echtpaar Konomantsev vindt het beeld „mooi”. Jekaterina wrijft voorzichtig over haar zwangere buik. Sergej wijst naar de groene oever. „Orjol wil zich op de kaart zetten als conferentie-oord. Het is goed dat de stad aantrekkelijker wordt gemaakt.” Wat hij vindt van Ivan? Sergej trekt zijn schouders op. „Een moeilijke vraag. Rusland heeft altijd een tsaar nodig gehad.” Ter afscheid schudt hij de hand van de verslaggever. „Eigenlijk is dat nog steeds zo.”