Recensie

Soulzanger Rag’n’Bone Man is innemend natuurtalent

Pop

Rag’n’Bone Man. Gehoord 29/11 Melkweg, Amsterdam.

Authenticiteit is een groot goed bij popmuziek die wortels heeft in soul en gospel. Het was dan ook even slikken om Rag’n’Bone Man midden in een mooie soulballade los te horen barsten in een rap met een plat Engels accent. Het valt de vriendelijke reus niet kwalijk te nemen, want Rory Graham begon in zijn tienerjaren als rapper, voordat hij zijn ware roeping vond als de blanke soulsensatie die hij nu is. Zijn crew in Brighton heette Rag’N’Bonez, vandaar zijn huidige alias Rag’n’Bone Man.

Op grond van zijn rauwe en doorleefde stem zou Graham zó door kunnen gaan voor een zuidelijke Amerikaanse soulzanger van het kaliber James Carr of O.V. Wright. Tot nu toe maakte hij twee EP’s waarop die belofte sluimerde, in afwachting van een debuutalbum dat in maart verschijnt. Live voegde hij daar de innemende uitstraling bij van een 31-jarige laatbloeier die niet kon geloven dat al die mensen in de uitverkochte Melkweg voor hém waren gekomen.

Zijn presentatie is even onopgesmukt als zijn zang. Hij danst een onhandige berendans bij zijn nummers over schuld en verlossing. De soulsong ‘Your Way of the Rope’, die hij schreef met Jamie Lidell, leverde de meest gepolijste momenten op van vijf kwartier Britse soul, met hier en daar een contemporain hiphopritme. ‘Disfigured’ en ‘Skin’ vingen zijn vocale natuurtalent in een fraai emotioneel kader.

Zijn bekendste nummer ‘Human’ was het minst representatief, omdat zijn stem moest opboksen tegen een zware instrumentatie van bas en keyboards. Het best was hij op zijn simpelst, a capella met ‘Bitter End’ waarin de duivel hem op de hielen zat. Met slotnummer ‘Hell Yeah’ slaagde Rag’n’Bone Man voor de belangrijkste test die een debuterend artiest ondergaat: de melodie bleef hangen tot lang nadat de gospeltonen waren weggestorven.