Rwanda onderzoekt Franse rol bij genocide

Hoge Franse militairen zijn mogelijk medeplichtig aan de volkerenmoord, volgens de Rwandese procureur-generaal. Spanningen met Frankrijk lopen op.

Een herdenkingsmonument in een kerk in Ntarama, Rwanda. De schoenen en de rozenkransen zijn van de slachtoffers, die bescherming zochten in de kerk maar alsnog werden afgeslacht. Foto: Ben Curtis/AP

De spanningen tussen Frankrijk en Rwanda lopen weer op nadat het openbaar ministerie van het Afrikaanse land dinsdag een strafrechtelijk onderzoek heeft ingesteld tegen een twintigtal Franse overheidsfunctionarissen. Zij worden volgens procureur-generaal Richard Muhumuza verdacht van betrokkenheid bij de genocide in 1994.

Om wie het precies gaat, meldt Muhumuza niet in zijn korte persverklaring. Maar een maand geleden verspreidde de Rwandese Nationale Commissie voor de Strijd tegen Genocide, een waarheidscommissie die volgens critici gepolitiseerd is, al een lijst met 22 Franse militairen die „als daders en medeplichtigen” gezien zouden moeten worden:

Daarop stonden onder meer de voormalige Franse legerchef Jacques Lanxade en Generaal Christian Quesnot, de militaire adviseur van president François Mitterrand tijdens de genocide. Eerder kapittelde dezelfde commissie de Franse ambassadeurs die in de aanloop en tijdens de genocide in Rwanda diende. Zij zouden allen nauw betrokken zijn geweest bij de voorbereidingen van de genocide. Muhumuza vraagt de Franse justitie om medewerking bij het onderzoek.

De aanklacht is de zoveelste wending in een sinds 1994 slepende strijd over de vraag wie verantwoordelijk is voor het begin van de genocide die naar schatting 800.000 Tutsi’s en gematigde Hutu’s het leven kostte.

De relaties leken even te verbeteren toen Frankrijk begin 2008 bij monde van toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Bernard Kouchner erkende dat het in 1994 in Rwanda „een politieke fout” heeft begaan door jarenlang de Hutu-regering van Rwanda politiek en militair te steunen. Die voerde een strijd tegen opstandige (Engelstalige) Tutsi-rebellen van het Rwandees Patriottisch Front (RPF) onder leiding van huidig president Paul Kagame. Frankrijk leverde een deel van de wapens die bij de genocide gebruikt werden en leidde militairen op. Mitterrand, heeft Lanxade geschreven, vond het „belangrijk” dat Rwanda „tegenover de Engelstalige invloed” Francofoon kon blijven.

Startschot van de genocide

De Frans-Rwandese verhouding bereikte in 2006 een dieptepunt toen de Franse onderzoeksrechter Jean-Louis Bruguière probeerde aan te tonen dat Kagame en het RPF op 7 april 1994 de raketten afvuurden waarmee het vliegtuig van toenmalig president Juvénal Habyarimana boven hoofdstad Kigali naar beneden werd gehaald. Die aanslag wordt gezien als het startschot voor de genocide. Omdat ook de Franse piloten van Habyarimana om het leven kwamen, werd in Parijs onderzoek gedaan.

De Frans-Rwandese verhouding bereikte in 2006 een dieptepunt toen de Franse onderzoeksrechter Jean-Louis Bruguière concludeerde dat Kagame en het RPF op 7 april 1994 de raketten afvuurden waarmee het vliegtuig van toenmalig president Juvénal Habyarimana boven hoofdstad Kigali naar beneden werd gehaald. Die aanslag wordt gezien als het startschot voor de genocide. Omdat ook de Franse piloten van Habyarimana om het leven kwamen, werd in Parijs onderzoek gedaan.

Maar een onderzoek van Franse experts wees in 2010 uit dat de raketten afgeschoten zouden moeten zijn vanuit een legerkamp dat in 1994 in handen was van de presidentiële garde en dat Habyarimana dus door zijn eigen entourage vermoord zou zijn. Het Franse onderzoek tegen Kagame is echter nooit formeel gesloten en vorige maand werd duidelijk dat een nieuwe Franse onderzoeksrechter Kayumba Nyamwasa wil horen, Kagame’s naar Zuid-Afrika uitgeweken voormalige rechterhand en oud-legerleider. Hij zou tegenover de Franse onderzoekers willen verklaren dat de RPF wel degelijk achter de aanslag zat.

„De weigering het juridische onderzoek te sluiten en de Rwandese leiders die de genocide eindigden te ontslaan van rechtsvervolging, is een poging [van de Fransen] om de eigen verantwoordelijkheden te verhullen”, schreef de Rwandese Genocidecommissie vorige maand. Het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft niet willen reageren en zegt dat het Rwandese verzoek tot samenwerking is doorverwezen naar het ministerie van Justitie.