Commentaar

Rosneft is aangifte waard

nrcvindt

Met de schrik vrij gekomen, maar niet zonder kleerscheuren. Zo is de schade voor de Nederlandse rechtspraak samen te vatten nadat het Russische staatsbedrijf Rosneft drie jaar geleden besloot te schikken met de gedupeerde aandeelhouders van het genationaliseerde oliebedrijf Yukos. Uit een serie NRC-artikelen bleek dat Rosneft probeerde de Nederlandse beschermingsconstructie van Yukos onderuit te halen door vijfmaal een Armeens vonnis inhoudelijk te manipuleren. In 2011 trapte de rechtbank Amsterdam er nog in, maar in vervolgprocedures liet de Nederlandse rechter Yukos toe te bewijzen hoe Rosneft de buitenlandse rechtsgang deels wist over te nemen. Het bracht Rosneft tot het inzicht dat doorprocederen niet verstandig is, maar bakzeil halen wel. Eén onwelriekend dossier minder dus.

Het bracht een aantal Kamerleden tot geschokte reacties; de Raad voor de Rechtspraak vroeg zich af of hier niet strafbaar was gehandeld. Dit gaat om het manipuleren van de Nederlandse rechtsgang door een groot buitenlands staatsbedrijf. Aangenomen mag worden dat de Raad, c.q. het gerecht Amsterdam het hier niet bij laat zitten, maar aangifte overweegt. Er staan hier meer belangen op het spel, dan alleen die van Rosneft en Yukos. Nederland geniet een reputatie als een land met een open handelsklimaat, een sterke markteconomie, een degelijke juridische, internationaal georiënteerde infrastructuur en een kwalitatief goede overheidsrechtspraak. Daarop voortbordurend wil het kabinet een Netherlands Commercial Court oprichten, toegesneden op de internationale handel, als vrijwillig te kiezen forum voor geschilbeslechting.

Deze ondernemingslust valt te prijzen, zolang ook de keerzijde niet wordt vergeten. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard, zoals het cliché wil. Zodra het de internationale zakenwereld duidelijk wordt dat de Nederlandse rechter gemakkelijk te belazeren valt, dan kan Amsterdam snel populair worden om totaal verkeerde redenen. De Rosneft-zaak is dan een wake-up call, om in het jargon te blijven. Rechters moeten enorm oppassen met het erkennen van buitenlandse vonnissen – en de wetgever die daar verdragen over sluit, eveneens. Vorige week waarschuwden de oud pg bij de Hoge Raad, Fokkens en de vicevoorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, Sterk, in het Nederlands Juristenblad bijvoorbeeld voor de ontwikkelingen in EU-lidstaat Polen. Uit de mond van de president van het Poolse Constitutionele Hof tekenden zij geschokt op dat daar ‘een oorlog’ van de regering tegen de rechterlijke macht gaande is „met als doel de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te vernietigen”. En Polen is dichterbij dan Armenië.