Revolutionair of oud-dictator?

In Cuba hebben tienduizenden mensen deze week afscheid genomen van de oud-dictator Fidel Castro. Of namen zij afscheid van een van de grootste revolutionairen van onze tijd? Die laatste typering („one of the greatest revolutionaries of our time”) is afkomstig van president Zuma van Zuid-Afrika, die sprak tijdens deze afscheidsceremonie. De aanduiding oud-dictator werd onder meer gebruikt door het NOS-Journaal.

Dictator of revolutionair, bezetter of bevrijder, terrorist of vrijheidsstrijder: je kunt dit onmogelijk synoniemen van elkaar noemen, toch worden ze geregeld door elkaar gebruikt. De keuze kan van allerlei factoren afhankelijk zijn. Zo noemen veel Cubanen die naar de VS zijn gevlucht Castro nu een dictator, terwijl Fidel in Cuba zelf een held wordt genoemd. Althans: op de beelden die wij te zien krijgen. Het is niet ondenkbaar dat Castro over tien of twintig jaar ook in Cuba, met terugwerkende kracht, een dictator wordt genoemd.

Ik vind oud-dictator een interessant woord. Het ontbreekt in de Dikke Van Dale, dat is logisch want het verklaart zichzelf, net als oud-president, dat eveneens ontbreekt.

Bij een oud-president of oud-premier kan ik me van alles voorstellen. Dat zijn mensen die zich, na ooit democratisch te zijn gekozen, hebben teruggetrokken. Omdat hun termijn erop zat, omdat zij verkiezingen verloren en bij hoge uitzondering omdat zij zijn afgezet.

Dictators kunnen ook worden afgezet, bijvoorbeeld doordat het volk in opstand komt of door een staatsgreep. De dictator die dit overleeft wordt vanzelf een oud-dictator, een dictator in ruste. Dat je, als onderdrukker met pensioen, in het land kunt blijven waarvan je de bevolking hebt onderdrukt, is bij mijn weten uitzonderlijk. Waarschijnlijk kan dat alleen als de nieuwe machthebbers je niet als onderdrukker afficheren, zoals is gebeurd bij Fidel Castro.

Dictator is al een oude beroepsnaam. Het Romeinse Rijk werd gewoonlijk bestuurd door twee consuls met gelijke bevoegdheden. In tijden van nood kon de Senaat voor de periode van zes maanden – dus voor een beperkte periode – een dictator aanstellen: een bevelhebber die kon beslissen over leven en dood. In het Latijn betekent dictator ‘degene die dicteert, voorschrijft’. Het Nederlands kent het woord dictator sinds het begin van de 17de eeuw. Het kwam aanvankelijk voor in teksten over het Romeinse Rijk.

Bij mijn weten is het woord oud-dictator in 1847 voor het eerst in het Nederlands te vinden. „Tijssowskij, oud-dictator van Krakau, die nog steeds in de vesting Köningstein in hechtenis was”, meldde de Utrechtsche provinciale en stads-courant in januari 1847, „heeft door bemiddeling van de Saksische regering, de toezegging erlangd, voor Oostenrijksche rekening naar Amerika te worden overgevoerd.”

In modern Nederlands: de oud-dictator van het Poolse Krakau eiste dat Oostenrijk zou betalen voor zijn vertrek naar de VS.

In oude kranten zijn meer oud-dictators te vinden dan ik had verwacht. 1930: „Generaal Primo de Rivera, de oud-dictator van Spanje, is alleen en bijna onopgemerkt te Parijs aangekomen.” 1974: „De Griekse oud-dictator Papadopoelos en vier andere figuren van het kolonelsbewind zijn vanmorgen vroeg gearresteerd.” Enzovoorts.

Het patroon lijkt: met de meeste oud-dictators loopt het niet goed af. Fidel was een uitzondering.

Ewoud Sanders schrijft wekelijks over taal. Twitter: @ewoudsanders