Minister Van der Steur, denk toch eens aan de slachtoffers

Confrontatie in mediation met de verdachte levert voor slachtoffers vaak de genoegdoening op waaraan zij zo’n behoefte hebben, schrijft .

Minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie en zijn partij, de VVD, laten zich er graag op voorstaan oog te hebben voor de belangen van de slachtoffers van criminaliteit. In zijn Meerjarenagenda slachtofferbeleid, die de bewindsman onlangs naar de Tweede Kamer stuurde, stelt hij echter vast dat een „verdere uitwerking in een businesscase” hem heeft overtuigd van de onhaalbaarheid van mediation in strafzaken. ‘Businesscase’, het staat er echt, op pagina 6.

Met zijn aldus tot businesscase getransformeerde justitiebeleid lapt de minister de belangen van de slachtoffers van criminaliteit aan zijn laars. Want juist de confrontatie in een mediation met de verdachte levert slachtoffers vaak de genoegdoening op waaraan zij zo een intense behoefte hebben.

Het zou bijzonder interessant zijn om van Van der Steur te horen hoe hij, in zijn ‘businesscase’, leed en het voorkómen van leed, heeft gewaardeerd. De minister liet in elk geval geen gras groeien over de uitkomst van zijn kosten-batenanalyse en schrapte per 1 november jongstleden, van de ene op de andere dag, de financiering van de pilot mediation in strafzaken, die sinds januari 2014 bij zes rechtbanken liep.

Overigens is het juridisch wel zo correct om, zolang nog geen sprake is van een onherroepelijk rechterlijk vonnis, te spreken van mediation tussen „het vermeende slachtoffer” en „de verdachte”.

Het PvdA-Tweede Kamerlid Jeroen Recourt heeft inmiddels aangekondigd een ultieme poging te wagen om strafrechtmediation te reanimeren. Vandaag (woensdag) wil hij, tijdens de parlementaire behandeling van de begroting voor Veiligheid en Justitie, een amendement indienen dat structureel een luttele 1,5 miljoen euro per jaar behelst, om landelijk mediation in strafzaken toch weer mogelijk te maken. Of er voldoende politieke steun voor dit amendement komt, is nog onzeker, maar de kans op een kleine meerderheid in de Tweede Kamer lijkt de laatste dagen iets toegenomen. Een brandbrief van de Nederlandse Vereniging van Mediators in Strafzaken van eind oktober, vermocht toen echter de leden van de vaste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie nog niet te vermurwen om het stopzetten van de subsidie ten minste uit te stellen tot de begrotingsbehandeling.

Aan goede argumenten zal het niet liggen. Tijdens de pilot zijn circa tweeduizend strafzaken doorverwezen naar mediation, geleidelijk aan ook zwaardere delicten, zoals geweldsmisdrijven en ernstige verkeerszaken. Van deze tweeduizend verwijzingen kwam het in 644 gevallen daadwerkelijk tot een mediation tussen het (vermeende) slachtoffer en de verdachte. Daarvan is 79 procent geslaagd.

Dat betekent dat ruim vijfhonderd (79 procent van 644) slachtoffers van criminaliteit weer verder konden met hun leven.

Als slachtoffer weer verder kunnen met je leven! Dat is het bijzondere dat mediation in strafzaken voor het slachtoffer bewerkstelligt. Een cliënte van mij werd tijdens haar kindertijd jarenlang seksueel misbruikt door een bekende. Wat nu? Zij zegt: „Er is geen passende straf. En die schadevergoeding van of via Slachtofferhulp hoef ik ook niet. Wat ik wil is die man recht in zijn gezicht zeggen wat hij mij heeft aangedaan, wat het allemaal voor mij betekende en nog steeds betekent, in mijn privéleven, op mijn werk. Dat wil ik hem allemaal vertellen. En dan wil ik horen dat hij spijt heeft. Echt spijt. We zijn nu tien jaar verder. Maar alleen zo kan ik wat mij toen is aangedaan, afsluiten.” Zoals deze vrouw het formuleert, is precies waar het bij mediation in strafzaken om gaat.

Uiteraard is mediation in strafzaken lang niet altijd mogelijk. De heersende leer is dat slachtoffers daarom meer gebaat zouden zijn bij het sinds 2005 bestaande spreekrecht voor slachtoffers van ernstige delicten, tijdens het strafproces. Sinds 1 juli van dit jaar is dat spreekrecht zelfs onbeperkt en mag het slachtoffer zich ook uitlaten over onder andere het bewijs en de op te leggen straf. Welbeschouwd de gelegitimeerde roep om wraak in de rechtszaal.

Maar niemand in de rechtszaal kan er iets mee. Veel verwachtingen die het spreekrecht wekt bij slachtoffers zullen bovendien nimmer ingelost kunnen worden. Teleurstelling en frustratie liggen op de loer. Dat is niet goed voor het vertrouwen in de rechtspraak. De waarschuwing van de Raad voor de Rechtspraak ter zake is door de politiek echter in de wind geslagen.

Bovendien: spreekrecht is de facto voorbehouden aan slachtoffers die in het openbaar willen en kunnen spreken en zich niet laten intimideren door hoe het eraan toegaat tijdens een strafproces. Jammer voor slachtoffers die minder durf hebben, zich onzeker voelen of schamen.

Hoe anders is de veilige beslotenheid van mediation. Daar hoeft het slachtoffer geen monoloog tegen een muur te houden, maar gaan slachtoffer en verdachte met elkaar in gesprek, onder leiding van twee gespecialiseerde mediators. Omdat het bij mediation vaak een (gedeeltelijk) bekennende verdachte betreft, duiden we hem hier gemakshalve (maar juridisch niet helemaal correct) aan als „dader”. Het slachtoffer krijgt alle ruimte om de dader te vertellen wat hij werkelijk heeft aangericht. Belangrijk is dat het slachtoffer erkenning krijgt van de dader voor het leed dat hij, de dader, heeft veroorzaakt, dat de dader daarvoor ook de verantwoordelijkheid neemt en: spijt betuigt. Daarbij kan de dader aangeven hoe hij het door hem veroorzaakte leed wil herstellen. Resultaat: genoegdoening voor het slachtoffer, minder kans op recidive van de dader (blijkt uit onderzoek).

En toch zet de minister in op het spreekrecht voor slachtoffers, ten koste van strafrechtmediation. In zijn Meerjarenagenda slachtofferbeleid schrijft hij: „Daarnaast stel ik middelen beschikbaar voor een extra vergoeding voor de gespecialiseerde advocaten ten gevolge van de werklast door de uitbreiding van het spreekrecht.” Op de valreep van Van der Steurs bewind een douceurtje voor de advocatuur en botte pech voor de slachtoffers van criminaliteit. Hen rest weinig anders dan te hopen dat de Tweede Kamer dit tij weet te keren.