Lenny Bruce durfde alles te zeggen

De theatervoorstelling ‘Lenny’ laat de opkomst en ondergang zien van Lenny Bruce, de komiek die begin jaren zestig werd aangeklaagd en veroordeeld om zijn grappen. Regisseur Eran Ben-Michaël: „Hij streed voor de vrijheid van meningsuiting en bekocht dat met zijn leven.”

Lenny Bruce bij een optreden in het Village Theater in New York, op 28 maart 1964. Foto Kai Shuman/ Michael Ochs Archives/ Getty Images

Is het beledigen het probleem of de mensen die zich beledigd voelen? Dat is de vraag die Lenny Bruce zich stelt aan het begin van de voorstelling Lenny. Halsstarrig houdt de komiek vol dat degenen die zich beledigd voelen het verkeerd hebben, met als resultaat dat aan het einde van zijn leven iedereen hem heeft laten vallen.

In de voorstelling zegt een collega dat Lenny gelijk heeft, maar dat gelijk hebben niks oplevert. Dat hij alleen nog provoceert om het provoceren. De clubeigenaar die Lenny liet optreden, biedt hem geen podium meer. Zijn manager vertrekt. Zijn vriendin Honey zegt dat Lenny’s gevecht tegen de hypocrisie pathetisch is geworden.

Lenny geeft een impressie van dat gevecht: de dagvaardingen en rechtszaken die de grensverleggende Lenny Bruce (1925-1966) begin jaren zestig aan zijn broek kreeg vanwege zijn vuilbekkerij op het podium. In plaats van zich aan te passen beet de Amerikaanse comedian zich obsessief vast in zijn strijd tegen dat onrecht. Zijn onbuigzaamheid maakt Bruce tot de alom vereerde peetvader van alle harde, grofgebekte comedians. Via Bill Hicks, Richard Pryor en Chris Rock loopt er een rechte lijn naar Theo Maassen, Hans Teeuwen en André Manuel.

Bekijk de trailer van ‘Lenny’. De tekst gaat verder na de video.

Uitvergroting van de realiteit

Zelf noemde Bruce zijn stijl in zijn autobiografie met de veelzeggende titel How to talk dirty & influence people een vorm van abstractie: een „uitvergroting van de realiteit” in plaats van „realisme in een representatieve vorm”. Hij vertelt ook dat publiek vaak het idee had dat hij improviseerde. Dat was niet zo. „Er is veel wat ik wil zeggen, ik weet alleen niet wanneer”, schreef hij. Hij hanteerde een proces van „spontane associatie” die hij vergeleek met de stream of consciousness van James Joyce.

Zo associatief schreef hij ook zijn autobiografie. Die begint wel met zijn moeilijke jeugd en zijn tijd bij de marine in de oorlog, maar het boek bevat ook tal van verhalen en anekdotes die zijn materiaal op het podium vormden. Bruce beschrijft ook zijn eerste podiumervaring, als mc bij optredens van zijn moeder, die deel uitmaakte van een dansact. Zo scoort hij zijn eerste lach. Twee mannen aan de bar, die vergezeld werden door twee diep gedecolleteerde dames, riepen dwars door zijn aankondiging heen: „Roep de mokkels op het podium.” Bruce antwoordde: „Dat kan ik wel doen, maar dan zitten jullie in je eentje.” De lach gaf hem een steek van euforie, zegt hij: „Ik was verslaafd.”

Vanaf dat moment gaat hij optreden en vindt zijn stem. Hij zegt wat hij denkt, taboes doorbrekend, heilig overtuigd van zijn gelijk: sociaal-kritisch, tegen georganiseerde religie, de regering, wetten, rassenongelijkheid. De man die werd aangeklaagd wegens zijn taalgebruik vond dat censuur woorden hun gewelddadige lading gaf. Hij zei: „Als president Kennedy op tv zou komen en zou zeggen: ‘Ik wil u de nikkers uit mijn kabinet voorstellen’, en hij zou ‘nikker’ blijven zeggen, dan zou het woord niets meer betekenen. Dan zou geen enkel zwart kind van zes nog huilen omdat-ie op school nikker was genoemd.”

Cold turkey

En Bruce sprak zonder terughoudendheid over seks, over orgasmes, over masturberen: „Als je stopt met masturberen dan kan dat niet geleidelijk. Het moet in één keer, cold turkey.’ Zijn gebruik van woorden als ‘cocksucker’ en ‘fuck’ leidde ertoe dat agenten hem oppakten voor ‘obsceniteiten’. Er volgden drie rechtszaken, die hem al zijn geld kostten, en hij werd twee keer veroordeeld.

Beluister een sketch van Lenny Bruce over obsceniteit. De tekst gaat verder na de video.

Het verhaal van zijn leven en strijd is al eens verteld in de biopic Lenny (1974), met een nerveus acterende Dustin Hoffman in de titelrol. Hij staat ook centraal in het toneelstuk Lenny van Koos Terpstra, dat in 2002 werd gespeeld met afwisselend Lebbis en Raoul Heertje als Lenny. Dat is het stuk dat nu opnieuw wordt opgevoerd door George en Eran Producties, in de regie van Eran Ben-Michaël, met acteur Mads Wittermans in de rol van de man die ‘sick comedian’ werd genoemd. Lenny Bruce omarmde en verafschuwde die bijnaam. „De wereld is ziek en ik ben de dokter”, was zijn antwoord.

foto

Regisseur Eran Ben-Michaël.

Het gaat regisseur Eran Ben-Michaël (1982) in eerste instantie om de opkomst en ondergang van de comedian, zegt hij. „In zijn tijd was Lenny een preacher, die streed voor de vrijheid van meningsuiting. Nadat hij steeds werd opgepakt door de politie had hij kunnen besluiten om in te binden, maar hij besloot dat niet te doen en bekocht dat besluit met zijn leven.”

Interessant aan het conflict tussen Bruce en staat is de censuur, zegt Ben-Michaël. „De censuur van buiten is inmiddels veranderd in zelfcensuur. Een tekening van een profeet of een gedichtje over Erdogan kan leiden tot een aanslag of vervolging. Satire is niet vrijblijvend meer, dus verleggen kunstenaars de grenzen. Ze worden voorzichtiger. Dat roept de vraag op wat Lenny zou hebben gedaan.”

In zijn nieuwe programma draalt Theo Maassen bijvoorbeeld bij het maken van een grap over Mohammed. Net als andere comedians is Maassen bang om zulke grappen te maken. Wat zou Lenny doen? Ben-Michaël: „Die angst bij comedians en cartoonisten is de reden dat ik Lenny wil maken. Waar de fuck slaat het op dat zo’n grap niet uitgesproken kan worden? Maar ik geef Maassen wel gelijk. Hij wil leven. Maar ik denk dat Lenny het wel zou doen. Als je ziet wat hij zei in de jaren zestig terwijl hij wist dat hij vervolgd zou worden, dan denk ik dat hij nu alles zou durven zeggen.”

Vrijheid neemt af

Dat zou niet verstandig zijn, geeft de regisseur toe: „Maar je hebt een held nodig die zijn nek uitsteekt. Dan kunnen anderen volgen.”

Toch is er in het debat over beledigen en beledigd zijn steeds meer begrip voor het idee dat niet alles gezegd moet worden. Ben-Michaël ziet de grens van de vrijheid van meningsuiting als vloeibaar. „Het ligt aan de context, aan hoe je iets zegt, wie het zegt. Het proces-Wilders trekt een juridische grens. Ik zie dat de marges kleiner worden, de vrijheid neemt af. Dat is problematisch, in het leven en in de kunst.”

Niet dat hij immuun is voor beledigingen, zegt Ben-Michaël. „Maar dat betekent niet dat je het niet mag zeggen.” In het eerder dit jaar gemaakte George en Eran lossen de Wereldvrede op, deel 3 kwamen hij en compagnon George Tobal uit bij permissie om elkaar in het gezicht te spuwen. „Als dat je lukt, dan is er ruimte voor verandering.”

Of hij zelf zo vergevingsgezind zou kunnen zijn, weet hij niet. „Ik ben geen heilige. Ik ben opvliegend en temperamentvol. Als iemand mijn vriendin een kuthoer zou noemen, dan zou ik hem wel een klap op zijn bek kunnen geven. Ik ben niet gewelddadig, maar ik ben ook geen pacifist. Het is niet zo dat je alles maar moet accepteren en iedereen alles maar moet roepen.” Wel probeert hij kwesties niet te laten escaleren. „Vroeger ging ik er vol in, omdat ik vond dat ik gelijk had. Nu denk ik al vaker: misschien is mijn gelijk niet het allerbelangrijkste. Daar gaat de voorstelling ook over.”

In Lenny lopen verleden (Lenny vervolgd voor het gebruik van vieze woorden) en heden (actuele stand-up van Lenny en andere comedians over Rutte en Jesse Klaver) door elkaar heen. De vervolging actualiseren was te lastig, zegt de regisseur. Dan zou de comedian uitzinnige dingen moeten roepen en dat past niet bij Lenny. Het ging hem om ware dingen te zeggen.

Een gesprek met de zaal

Ben-Michaël koos acteur Mads Wittermans boven een comedian, omdat hij het drama in Lenny goed wil laten uitkomen. „Maar de comedians die ik sprak zeiden dat het zeven jaar duurt voor je zaken als timing en ritme onder de knie hebt. Wij hebben zes weken.”

Zijn belangrijkste aanwijzing aan Wittermans is dat de acteur moet doen alsof hij een gesprek voert met de zaal. „Laatst was ik bij een optreden van Lebbis en mensen om me heen zaten te hummen en zachtjes in te stemmen met wat hij zei. Die toeschouwers hadden echt het idee dat Lebbis met hen in gesprek was. Dan raak je zo betrokken bij wat de comedian zegt dat je hem ook een lach gunt.”

De stand-up teksten voor Wittermans komen van cabaretier Sander van Opzeeland. Ben-Michaël: „Sander is een boze man en zijn woede had ik nodig. Hij is ook een onaangepaste comedian en een scherpe denker.”

Scherp was Lenny Bruce ook, maar was hij grappig? „Niet heel grappig”, zegt Ben-Michaël aarzelend. „Hij heeft geen snappy oneliners, maar vertelt een verhaal. Toen hij totaal geobsedeerd door zijn vervolging ook op het podium de aanklachten van zijn rechtszaken ging voorlezen riep het publiek zelfs: ‘Give us some jokes!’ Hij was dus misschien niet de grappigste comedian, maar wel de interessantste.”

Lenny, door George en Eran Producties. T/m 7/1. Info: georgeeneranproducties.nl