Recensie

Ingetogen en ontroerende ode aan menselijke veerkracht

Het spel met lust en seks dat veel films van regisseur Ozon kenmerkt, zit niet in ‘Frantz’. De film is opmerkelijk sober van aard, en weet daardoor de kijker meer te raken dan vele andere films van Ozon. ●●●●

Dat Frantz tot de sterkste, meest onroerende films van de Franse regisseur François Ozon behoort, heeft veel te maken met de perfecte casting. Met zijn naïeve blik en kinderlijk gladde wangen – op een vlassig snorretje na – kun je je acteur Pierre Niney (Yves Saint Laurent) perfect voorstellen op een van de portretten in musea over de Eerste Wereldoorlog: jonge mannen die zonder pardon de loopgraven in werden gejaagd. Niney roept zowel mededogen als vertedering op bij de toeschouwer. Dat contrasteert dan weer fraai met het sterke, melancholische acteerwerk van zijn tegenspeelster, de jonge Duitse actrice Paula Beer.

Frantz begint kort na de Eerste Wereldoorlog. In een Duits dorp zien we hoe Anna (Beer) nagefloten worden door enkele dorpsgenoten: zij is in het zwart gekleed, na een bezoek aan het graf van haar verloofde Frantz, de mannen die haar het hof maken zijn verminkt door de oorlog. Ozon laat zijn zwart-witfilm traag op gang komen, de bitterheid en de shock van de oorlog zijn nog duidelijk voelbaar in dit Duitse provinciedorp.

Dan duikt een intens rouwende Fransman (Niney) op bij het kerkhof van het dorp. Adrien claimt „een vriend” te zijn geweest van Frantz, voor de oorlog in Parijs. De dorpsbewoners koesteren hun wrok tegen de Fransman. Maar Anna trekt zich daar niets van aan – „De oorlog is voorbij”, sneert ze naar haar dorpsgenoten – en ze voelt zich aangetrokken tot Adrien. Maar hij blijkt niet helemaal de man te zijn zoals hij zich voordoet.

Ozon baseerde het eerste deel van zijn film op een toneelstuk van Maurice Rousteau, dat later werd verfilmd door Ernst Lubitsch als Broken Lullaby (1932). Maar de tweede helft van de film – die eigenlijk interessanter is, want aanzienlijk complexer – verzon hij zelf. Ozon, die graag per film wisselt van genre, van een moordmysterie (8 femmes) tot een farce (Potiche), koos deze keer voor een klassiek melodrama. Daardoor sluit de film meer aan bij zijn eerdere werk zoals Sous le Sable (2000), waarin een vrouw eveneens worstelt met het verlies van haar geliefde, dan bij zijn meer recente films.

Het spel met lust en seks dat veel films van Ozon kenmerkt, verruilt hij hier voor een ingetogen film over de wegen en dwaalwegen van de liefde. De film is, zeker na voorganger Une nouvelle amie (2014), opmerkelijk sober van aard, en weet daardoor de kijker meer te raken dan vele andere films van Ozon.

De ontwikkeling van Anna – van verweesde achterblijver tot overlever die haar lot weer in eigen handen neemt – krijgt gestalte in een slimme en verrassende plot, waarin details uit de eerste en tweede helft van de film vaak gespiegeld worden.

Af en toe verlaat Ozon de soberheid van zwart-wit voor ansichtkaart-tafereeltjes in pastelkleuren. Geen erg gelukkige keuze, maar kennelijk achtte hij dat nodig om het drama wat meer lucht te geven.

Ondanks het ernstige uitgangspunt is Frantz toch een film die de kijker hoopvol en niet compleet verslagen of gedeprimeerd achterlaat. Ozon heeft met de film een overtuigende – gelukkig niet te simplistische – ode gebracht aan de menselijke veerkracht.