Het CDA-gevoel zit vanbinnen

Reportage

Partijvoorzitter Ruth Peetoom noemt de CDA-achterban „het weefsel van de samenleving”. In de Zuid-Hollandse polders wordt dat snel duidelijk. Derde deel in een serie over de achterban van politieke partijen.

Foto’s Gino Kleisen

„Dit zijn de haarvaten van het CDA.” Arie Slob, voorzitter van de afdeling Giessenlanden, wijst om zich heen. Het is zaterdagochtend en twaalf mannen en twee vrouwen zitten in het dorpshuis van Nieuwland. Raadsleden, wethouders, afdelingshoofden en een oud-burgemeester uit de polders van de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden, in het uiterste zuidoosten van Zuid-Holland.

Buiten rijdt een tractor af en aan. Er worden spullen ingezameld voor de bazaar van de kerk van Nieuwland. Binnen, in de zaal die zowel dienstdoet als gymzaal voor de dorpsschool, trouwlocatie en uitvaartruimte, is de tafeltenniscompetitie van de regio in volle gang. Jongens met rode konen vragen bij de kantinejuffrouw om fris. De bekerkast getuigt van de successen van Nieuwland.

Er wordt koffie geschonken, gevulde koeken worden uitgedeeld. Klaar voor een bijeenkomst hoe de politiek dichter bij de burger te brengen is. Want het is lastiger hem te bereiken, merkt men ook in deze ‘haarvaten’ van het CDA, en daardoor lastiger hem te overtuigen op de partij te stemmen.

Vroeger was het contact makkelijk, vertelt Jory Verwolf, raadslid en oud-wethouder in Zederik. „In de kerkbanken kwam je elkaar tegen: de verschillende standen, denkrichtingen.” Dat is juist voor de brede volkspartij die het CDA wil zijn belangrijk. Zo was iedere kiezer te bereiken. En kwam – kom – je elkaar niet in de kerk tegen, dan wel elders: CDA’ers zijn nog altijd relatief vaak actief in het dorps- en verenigingsleven.

„Het zijn de mensen die de bardiensten doen, de lijnen trekken op het sportveld, de vrijwilligers, de mantelzorgers”, zegt Ruth Peetoom, partijvoorzitter, over de CDA-achterban. Ze spreekt over „het weefsel van de samenleving”.

Foto Gino Kleisen

Foto Gino Kleisen

De aanhang van de partij is trouw; uit recent onderzoek van onderzoeksbureau Ipsos blijkt dat de huidige achterban voor 54 procent bestaat uit mensen die ook in 2012 op de partij stemden. En juist toen maakte het CDA een moeilijke tijd door na de val van het kabinet-Rutte I, het gedoogkabinet met de PVV waarin het CDA een van de coalitiepartners was. Van de 21 zetels hield zij er 13 over.

In deze buurten zit de meest trouwe achterban van de verschillende politieke partijen, gebaseerd op de verkiezingen in 2012 (Tweede Kamer) en 2015 (Provinciale Staten). Data: Stichting Politieke Academie/Joost Smits

De trouwe CDA’er is druk. In de Zuid-Hollandse polders wordt snel duidelijk hoe druk. Een afspraak maken met Arie Slob bijvoorbeeld – nee, geen familie van oud-partijleider van de ChristenUnie – is ingewikkeld. Hij is niet alleen al sinds 1981 vrijwilliger bij het CDA, maar ook ouderling, coördinator van de dovendienst, wijkbezoeker, lid van de gemeentelijke seniorenraad, en hij is actief bij de Alzheimerstichting. Iedere avond is er wat.

De oplossing om tóch af en toe thuis te zijn, zegt Nely Maris, raadslid in Gorinchem, „is bestuursvergaderingen daar te organiseren”. Ze zegt het stralend. De anderen knikken instemmend.

Raadslid Jory Verwolf bijvoorbeeld is al veertig jaar actief voor het CDA, hij is lid van de kerkenraad en van een historische vereniging, voorzitter van een internationale hulporganisatie en doet „collectes en dat soort zaken”. Alles in zijn vrije tijd. Overdag werkt hij bij de Belastingdienst.

Henk van Nieuwenhuijzen uit Lexmond is ook raadslid, ook betrokken bij zijn kerk, zit in de kringloopcommissie, organiseert kaartavonden, is vrijwilliger bij de volleybalvereniging en bij de buurtvereniging. „Dat hoort zo”, zegt hij. Zijn vrouw heeft net na twaalf jaar het voorzitterschap van de vrouwenvereniging neergelegd.

Dergelijke betrokkenheid zorgt voor binding met de samenleving, vinden de CDA’ers. Arie Bassa uit Hei- en Boeicop zegt: „Je vangt de signalen op en kan uitdragen waar wij voor staan: een club die zich inzet voor de zorg van zijn naasten.”

De Drentse term naoberschap (nabuurschap) klinkt ook hier in de Zuid-Hollandse polders.

Maar mensen hebben steeds minder tijd om zich in te zetten als vrijwilligers, minder tijd voor een vereniging. „Vooral jongeren zijn moeilijk bereid te vinden”, merkt Verwolf.

Foto Gino Kleisen

Foto Gino Kleisen

Ze kennen in Nieuwland het schrikbeeld uit het nabijgelegen Nieuwegein. Daar is volgens een CDA-raadslid uit die stad bijna geen aanwas van nieuwe leden, waardoor de huidige leden meer zelf moeten doen en vervolgens minder tijd hebben om kiezers te benaderen. Laat staan nieuwe leden.

En juist het contact is belangrijk. Van de huidige kiezers overweegt volgens Ipsos 72 procent op een andere partij te stemmen bij de komende Tweede Kamerverkiezingen. Daarin verschillen de CDA-kiezers overigens niet van de kiezers van andere partijen. De belangrijke concurrenten zijn de VVD (voor 33 procent van de kiezers), D66 (23 procent) en de ChristenUnie (22 procent).

Alleen wat doe je dan? De CDA’ers in de Zuid-Hollandse polders gruwen van het idee buiten politieke bijeenkomsten met een sticker ‘Ik ben van het CDA’ op te lopen of bij iedere raadsvergadering te moeten denken ‘hoeveel stemmen levert het op’. Raadslid Jory Verwolf uit Zederik klopt op zijn borst: „Het CDA zit vanbinnen.”