Commentaar

De redding voor te zware kinderen ligt in het gezin

nrcvindt

Een op de vijf Nederlandse kinderen is te zwaar. Dat is een gemiddelde. In bepaalde sociaal zwakkere wijken, waar eenzijdig en/of goedkoop gegeten wordt, lijdt zelfs één op de vier kinderen aan overgewicht. Vijf procent van die kinderen is meer dan tien kilo te zwaar. Zij lijden aan obesitas: ziekelijk overgewicht. Dat grote aantal te zware kinderen is een maatschappelijk probleem en het breidt zich snel uit. Deze kinderen worden te zware volwassenen. Vermoedelijk zullen hun kinderen ook weer te zwaar zijn en daarna hun kleinkinderen. Wie te zwaar is, heeft te kampen met sociale en gezondheidsproblemen. En zo krijgt een steeds grotere bevolkingsgroep te maken met een onevenredig risico op gefnuikt levensgeluk.

Daar moet iets aan gebeuren, maar simpel is dat niet. Kom maar eens van aangeleerde eetlust af. Een dieet betekent levenslang opletten en is slecht vol te houden. Verbeterprogramma’s op scholen, met extra beweging, voedingslessen en coaching zijn effectief, maar een lapmiddel achteraf. Is de cursus voltooid dan slaat het overgewicht vaak weer toe.

Het merendeel van deze kinderen was gezond en werd overbodig te zwaar. Zij zijn ziek gemaakt door hun omgeving, waar voedsel iets anders is gaan betekenen dan de maag vullen. Eten gebeurt vaak en in grote porties. Het staat gelijk aan troost, koestering en beloning. Eten bevestigt het welbevinden, waardoor het even vanzelfsprekend als gedachtenloos gebeurt, met een yoghurtdrankje en zoutjes bij de tv, koek in de schooltas, popcorn in de bios en friet na de voetbalwedstrijd. Zo is het te zware kind dik gemaakt. Uiteindelijk kan het alleen geholpen worden als de ouders dat erkennen.

Vervolgens is het zaak dat vader en moeder hun kind actief willen helpen het eetpatroon te beheersen en het aankunnen om het hele gezin daarbij in te schakelen. Als niemand meer chips eet, als iedereen minder opschept en als er sowieso geen frisdrank in de koelkast staat, heeft het kind een kans. Maar juist het gezin is weinig behulpzaam. Bovendien is het traditioneel de plaats waar mensen geen prijs stellen op inmenging.

Het is een taaie strijd, en hij moet gevoerd worden. Want zware kinderen zijn weerloos slachtoffer, met aanzwellende zieke generaties in hun kielzog. Consultatiebureaus kunnen waakzamer zijn en niet al te schuchter reageren maar alarm slaan als een peuter te zwaar wordt. Schoolkantines kunnen vet voedsel en sapjes verbannen. Helaas. Ouders willen het beste voor hun kind, maar dat vinden ze dan ‘zielig’. Zolang gezond eten wordt beschouwd als vervelend eten, onthouden ze hun zware kinderen kans op genezing.