Dag kinderen, helaas sluiten we de praktijk

Hervorming jeugdzorg

De administratieve last in de jeugdzorg is groot. Voor vrijgevestigde behandelaars is dat extra lastig: zij doen die administratie zelf. Steeds meer van hen stoppen met het behandelen van kinderen.

We spraken in totaal vijf vrijgevestigde jeugdbehandelaars die stoppen met het behandelen van kinderen. Foto's: Kees van de Veen

Stapels aan gemeentelijke contracten, een handvol ict-systemen, uitgebreide aanbestedingrondes. De administratieve last in de jeugdzorg is sinds de decentralisatie naar gemeenten in 2015 al een probleem. Tijdelijk lijken de problemen niet: extra administratieve medewerkers die vorig jaar door jeugdzorginstellingen zijn ingevlogen om de bureaucratie te bedwingen, werken daar veelal nog steeds.

Curium-LUMC, instelling voor geestelijke jeugdgezondheidszorg in Oegstgeest, meldt dat de administratieve last dit jaar zelfs is toegenomen. Curium betaalt nog steeds drie extra fulltime-krachten in de ‘backoffice’ – geld dat dus niet naar de zorg zelf gaat.

Een backoffice is een luxe die vrijgevestigde jeugdpsychologen en –psychiaters zich niet kunnen veroorloven: zij moeten de administratie zélf doen. Een taak die een groeiend aantal vrijgevestigden boven het hoofd groeit. Zij stoppen met het behandelen van kinderen. NRC sprak vijf van hen.

0112BINpsych_leiblum_DEF3k

‘Eerst had ik twee ordners, na 2015 zeven’

Dion Leiblum (46), kinder- en volwassenenpsychiater, praktijk in Zeist.

„Een jongen van acht had zo veel last van zijn ADHD dat hij niet meer goed functioneerde. Hij had forse problemen in de omgang met zijn klasgenoten. Ik schreef medicatie voor om hem te helpen zijn impulsiviteit en onrust te beheersen. Laatst vertelde zijn moeder dat de juf had moeten huilen van blijdschap: de jongen veranderde voor haar ogen in een ander persoon. Hij was weer vrolijk en gemotiveerd om te werken, en speelde weer met andere kinderen.

Zo’n positief behandeleffect valt niet altijd te bereiken. Het behandelen van kinderen en hun gezin is complex. Maar het mooie aan het behandelen van jonge mensen is dat ze nog écht zijn bij te sturen als ze vastlopen.

Vorig jaar had ik contracten met acht gemeentelijke regio’s. Nu met twee. Anders gezegd: vorig jaar zag ik negentig kinderen, nu nog twintig. Ik richt me vooral op de volwassenen, en op mijn werk als jeugdpsychiater voor de ggz-instelling waar ik in dienst ben.

Vóór 2015 had ik twee ordners met administratieve documenten voor mijn contact met zorgverzekeraars. Vanaf 2015, toen ik contracten kreeg bij gemeenten, had ik zeven ordners nodig. Document na document over hoe ik patiëntgegevens moest aanleveren. Al mijn gemeentelijke regio’s hadden een eigen ICT-systeem. Initi8 in regio Rivierenland, het Digitale Leefplein in de Gooi- en Vechtstreek, Stipter in Zuid-Holland-Zuid. Ik ben een medisch specialist, geen ICT’er.

Ik dreigde steeds minder tijd aan mijn patiënten, en steeds meer tijd aan de administratie te gaan besteden. Daarom heb ik een praktijkondersteuner ingehuurd om de administratie voor mij te doen. Die ondersteuning kostte mij vorig jaar duizenden euro’s. Een enorme kostenpost voor een kleine praktijk als de mijne. Erg dat dit de gevolgen zijn van de transitie van jeugdpsychiatrie naar gemeenten.

Sommige ouders vonden het heel vervelend dat de behandeling van hun kind bij mijn praktijk stopte. Dit is gewoon zonde.”

‘Administratie kost volle dag’

0112BINpsych_hofhuis_DEF3k

Annemarie Hofhuis (53), klinisch psycholoog voor kinderen en volwassenen, praktijk in Denekamp.

„Ik behandel kinderen met een enkelvoudig trauma, zoals het overlijden van ouders. En kinderen met een complex trauma, zoals seksueel misbruik.

Per 2018 stop ik met de behandeling van kinderen. Tot dat jaar loopt mijn contract nog, met veertien Twentse gemeenten. Vóór 2015 besteedde ik van mijn vier dagen een halve dag aan administratie, nu is dat een hele dag. Een verdubbeling. En een kwart van mijn werktijd. Punt is: mijn praktijk bestaat voor 80 procent uit volwassenen. Ik vind het niet wenselijk om én met zorgverzekeraars én met gemeenten contracten af te sluiten. De gemeentelijke aanbesteding voor de periode na 2018 laat ik dus aan me voorbijgaan. De vorige aanbesteding was een waar papiercircus. Ik moest meerdere, uitgebreide vragenlijsten invullen: mijn beroepsgegevens, werkervaring, de duur van mijn werkweek, ga zo maar door. Elke twee jaar komt er een nieuwe aanbesteding, dus deze papierlast is niet tijdelijk. Elk half jaar moet ik bovendien allerlei gegevens aan de gemeenten aanleveren, zoals hoeveel cliënten ik behandeld heb. Gemeenten werken hard, en de wil tot samenwerken is er, maar in mijn situatie is doorgaan niet langer passend.”

‘10 cm papier, dat ga ik niet doen’

0112BINpsych_harmke_arnold_DEF3k

Harmke Arnold (58), gz-psycholoog en orthopedagoog-generalist, praktijk in Groningen.

„Naast de volwassen patiënten die ik zag, behandelde ik tot vorig jaar vier à zes kinderen per week. Van heel jonge kinderen met slaapproblemen tot spijbelende pubers. Of kinderen met een trauma, bijvoorbeeld een vader die suïcide heeft gepleegd. Vorig jaar zomer ben ik gestopt. Ik kwam terug van vakantie, zag die stapel papier van tien centimeter hoog liggen en dacht: ik ga dit niet meer doen. De administratieve rompslomp werd te groot. Ik moest na de decentralisatie van de jeugdzorg overgaan op een heel ingewikkeld ICT-systeem dat gold voor de hele provincie Groningen. Rekeningen indienen moest voortaan via dat systeem, maar het ontbrak aan een goede handleiding om me erin wegwijs te maken. Ik ben opgeleid voor het helpen van mensen, niet voor de ict. Je moet nagaan: de grote ggz-instellingen hebben administratieve medewerkers met kennis van zaken die zo’n nieuw systeem onder de knie kunnen krijgen. Maar als zelfstandige moet je – als leek – het helemaal zelf uitdokteren. De eerste maanden van 2015 hoopte ik dat het ging lukken, daarna hakte ik de knoop door. Ik stop ermee. Heel jammer. Ik houd van dit vak. Ook voor de kinderen zelf is het jammer. Ik heb dertig jaar ervaring. Het klinkt misschien aanmatigend, maar ik meen te kunnen zeggen dat ik goed was in wat ik deed.”

‘Meerdere collega’s overwegen te stoppen’

Ingrid Born (44), psychotherapeut, gespecialiseerd in traumabehandeling, praktijk in Bolsward.

„Ik ben met ingang van 2015 meteen gestopt met het behandelen van kinderen. Ik behandelde vier à vijf kinderen per week, en die kwamen uit meer dan tien gemeenten, tot aan de Waddeneilanden en een gemeente in Noord-Holland aan toe. Ik dacht: ik ga niet met zoveel partijen in zee, want dat wordt één grote rompslomp.

De aanloop naar de transitie was al chaotisch. Ik bezocht meerdere presentaties van Friese gemeenten, over hun voorbereidingen. Op veel vragen over het declareren van rekeningen en het waarborgen van privacy van cliënten kreeg ik geen duidelijk antwoord. Ik had er daardoor geen vertrouwen in dat ze de jeugdzorg administratief én kwalitatief goed zouden beheren.
Ik behandelde kinderen met complexe trauma’s, zoals seksueel misbruik of huiselijk geweld. Ik mis het werken met kinderen en hun ouders, het is gewoon een heel mooi vak.”
Ik ken nog iemand die is gestopt, en meerdere collega’s die stoppen overwegen. Het is zorgelijk dat er goede praktijken van bekwame mensen verdwijnen.”

‘Alles svp aanleveren in lettergrootte elf’

Trijn Mulder (67), gz-psycholoog voor kinderen en volwassenen, praktijk in Groningen.

„Vorig jaar behandelde ik 10 à 15 kinderen per week. Dit jaar drie: alleen van ouders die de zorg zelf betalen. Verder behandel ik alleen nog volwassenen. Als ouders mij nu bellen of mailen met de vraag of hun kind bij mij terecht kan, antwoord ik: ‘ik moet u eerst iets vertellen. Ik heb geen contract meer met gemeenten. Mijn hulp wordt dus niet vergoed.’ Veel mensen zoeken dan verder.

De toegenomen administratieve last, in combinatie met mijn leeftijd, maakte dat ik vorig jaar besloot geen contract meer af te sluiten met de gemeenten hier in Groningen. De aanbesteding vorig jaar kostte zóveel tijd. Ik heb hier nog een van de vele formulieren liggen die ik toen moest invullen: hoe ik mijn taak als ‘ketenverantwoordelijke’ zou vervullen , inclusief mijn ‘regie over het aanbod van de jeugdhulp vanaf de toewijzing door het basisteam’ en mijn visie op het ‘inrichten van een werkend samenhangend geheel’. Dit alles svp aan te leveren in calibri lettergrootte elf. Regelafstand enkel.
Ik wist: ik moet mijn uiterste best doen om de gunst van de gemeente te winnen. Want de gemeenten hebben minder budget voor jeugdzorg gekregen en moeten dus scherp kiezen. Ook daarom kostte die aanbesteding mij extra veel tijd.
Ik ken vijf psychologen om mij heen die ook zijn gestopt. Dat heeft dus gevolgen voor het aanbod hier in Groningen. Ouders die zich bij mij melden, stuur ik door naar praktijken die ik ken, maar die zitten zo langzamerhand overvol. En ook bij psychologen in dienst van grote instellingen kunnen kinderen niet snel terecht. Die hebben wachtlijsten.”