BV Nederland beschermen, maar hoe?

Politieke druk

Nieuwe wetgeving over buitenlandse overnames laat op zich wachten. De Tweede Kamer voert de druk op, nu Bpost op PostNL aast.

Foto Laurie Dieffembacq/Belga

De Tweede Kamer wil dat minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) binnen vijf weken regelt dat grote aandelenpakketten in PostNL alleen nog met zíjn instemming verkocht mogen worden. De Kamer heeft hem per motie opgedragen de Postwet te wijzigen zodat de overheid op deze manier een buitenlandse overname van PostNL kan tegenhouden. Voor Kamp is dat een tegenvaller. Hij werkt al drie jaar vergeefs aan een wetsontwerp om greep te krijgen op buitenlandse overnames. Nu voert de Kamer onverwacht de politieke druk op.

1 Waarom kost het zo veel tijd?

Het ministerie begon eind 2013 na de mislukte overname van KPN door de Mexicaanse concurrent América Móvil. Nieuwe wetgeving moest de infrastructuur van de nationale telecommunicatie veiligstellen. Op papier leek het te doen. Binnen de Europese regels kan een land zijn industrie afschermen tegen buitenlandse overnames als openbare orde of nationale veiligheid in het geding is. Maar praktisch bleek het te ingewikkeld.

2 Wat was er zo ingewikkeld aan?

Ook Nederlandse dochters van buitenlandse bedrijven zouden onder de wet moeten vallen. Het voorstel is wel uitgewerkt, maar het was kwalitatief onvoldoende om aan het parlement voor te leggen, zei Kamp onlangs openhartig in een Kamerdebat. Het was ook nog eens slecht voor het vestigingsklimaat voor buitenlandse bedrijven, zei hij in dat debat. Dat klimaat is voor zijn ministerie altijd een belangrijk criterium, maar soms lijkt het ook wel codetaal voor een veto van de machtige werkgeverslobby VNO-NCW. Nu werkt Kamp aan een nieuw voorstel, dat in meer algemene formuleringen zegt hoe de BV Nederland beschermd moet worden. In een concrete situatie moet het ministerie bekijken of en hoe de wet wordt toegepast. Daarmee lijkt het nieuwe plan sterk op de Amerikaanse wetgeving voor toetsing van buitenlandse overnames. De Amerikanen kijken bijvoorbeeld naar nationale veiligheid, een ruim toepasbaar criterium. Zeker als technologische kennis in buitenlandse handen komt, maar je kunt er ook overnames in sectoren als energie en voedselvoorziening mee toetsen.

3 Steunt de Kamer minister Kamp?

Nee. Het gaat te traag. En de Kamer wil nu specifiek PostNL beschermen tegen een overnamebod van Bpost, het Belgische postbedrijf dat voor 51 procent in handen van de Belgische staat is. Na een overname van PostNL zou de combinatie voor 40 procent in Belgische staatshanden zijn. De Kamer ziet PostNL als een strategisch bedrijf voor Nederland.

Maar Kamp niet. Hij vindt PostNL wel belangrijk, omdat het een grote werkgever is bijvoorbeeld, maar niet cruciaal voor de veiligheid van Nederland.

Het ministerie van Economische Zaken heeft de laatste tien jaar vier keer bekeken of PostNL „van vitaal belang” is, waarbij twee maal ook de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) betrokken was. En vier keer was het antwoord: nee, geen onmisbare schakel, zo hield hij de Tweede Kamer voor.

Dus ziet Kamp ook geen mogelijkheid om PostNL uit hoofde van nationale veiligheid of openbare orde te beschermen tegen een buitenlandse overname. Maar hij heeft er wél een probleem mee dat het hier om een buitenlands staatsbedrijf gaat, terwijl Nederland de postbezorging juist géén staatstaak vindt. Op basis van deze stellingname zou het kabinet niet tegen een overnamepoging zijn van een particuliere concurrent.

Minister Kamp is democraat, dus als de Kamer hem per motie oproept de Postwet te wijzigen, dan gaat hij de mogelijkheden onderzoeken.

4 Hoe gaat het nu verder?

Kamp overlegt met spoed met PostNL, zijn Belgische collega, juristen en wellicht ook de Europese Commissie over gevraagde overheidstoestemming bij de aan- en verkoop van grote aandelenpakketten in PostNL. Verder werkt hij nog aan het brede wetsontwerp tegen onwenselijke invloed van buitenlandse aandeelhouders.

Volgend jaar moet dat wetsvoorstel in het kabinet worden besproken. Dan gaat het naar de Raad van State voor advies. Wellicht is er nog een consultatieronde van belanghebbenden en het publiek. En dan kan de nieuwe Tweede Kamer die op 15 maart wordt gekozen, erover praten.