Aan de wind ligt het niet

Energie Kenia

In alle Afrikaanse landen samen wordt niet meer stroom opgewekt dan in heel Spanje. In Kenia moet een groot windenergiepark een flink aantal burgers aan stroom helpen. Zonder problemen gaat dat niet. Nomaden voelen zich van hun grond beroofd.

Windturbines in de Keniaanse woestijn, en de weg naar het

Het vliegtuigje danst op de windlagen als het de landing inzet bij het Turkanameer. „Nergens in Kenia waait het zo hard”, vertelt de piloot als hij zijn toestel probeert te stabiliseren. Eenmaal op de grond komt over de onverharde landingsbaan een stofwolk aanrollen.

In de uithoek van het noorden van Kenia, op een donkergrijze steenvlakte met doornstruiken, wringt de wind zich tussen twee bergen door en die trechterbeweging wekt een windsnelheid van gemiddeld twaalf meter per seconde op.

Sinds enkele maanden worden zonderlinge objecten van gigantische afmetingen op langgerekte vrachtwagens van havenstad Mombasa 1.200 kilometer dwars door Kenia naar dit woeste gebied vervoerd. Verbaasde nomaden delen de wildste speculaties. Bouwt de regering een atoombom in de woestijn als geheim wapen tegen Somalische terroristen?

De honderden 50 meter hoge turbines met wieken van 26 meter bieden inderdaad een futuristische aanblik. Het Lake Turkana Windpower Project (LTWP) is echter geen utopie meer. De Nederlandse zakenlieden Willem Dolleman en Carlo van Wageningen begonnen tien jaar geleden via het in Nijmegen geregistreerde holdingbedrijf KP&P met het bijeenbrengen van een consortium van investeerders. Het project moet 310 megawatt gaan opwekken en het grootste windenergieproject in Afrika worden. Het is nu bijna af.

Helft Kenianen zonder stroom

Op het eerste gezicht heeft deze investering van meer dan een half miljard euro alleen positieve kanten: goedkope en schone energie. Maar de werkelijkheid is anders, zoals eerder deze maand opnieuw bleek tijdens een rechtszaak. Die was aangespannen door boze veehouders die willen dat het project onmiddellijk wordt stilgelegd, omdat bij de verkrijging van het land niet de juiste procedure zou zijn gevolgd. De rechter besliste dat het project niet hoeft te worden gestopt, maar dat onderhandelingen over het grondbezit noodzakelijk zijn.

Phylip Leferink, voorheen werkzaam bij de Deense windturbinefabrikant Vestas, is projectmanager van het LTWP en wil van geen tegenslagen weten. „Dit project draait om meer dan winst”, houdt hij een delegatie van de Nederlandse ontwikkelingsbank FMO, die investeert in het project, voor als die eerder deze maand het project bezoekt.

Tien jaar geleden was in de wijde omgeving rond het Turkanameer geen stroom, geen kraanwater en geen enkele weg. „Een keer in de drie weken zagen we hier een auto”, vertelt een Turkana-nomade. Leferink ziet het megaproject, de grootste particuliere investering ooit in Kenia, als een gigantische uitdaging: „We willen het verschil maken voor dit arme gebied, voor de stroomvoorziening in Kenia en voor het opwekken van schone energie in Afrika.”

Het project viel op in het buitenland. Onder de investeerders zijn behalve de FMO ook de Europese Investeringsbank, de Afrikaanse Ontwikkelingsbank en Google. De Nederlandse overheid draagt 10 miljoen euro bij voor de aanleg van een 200 kilometer lange weg voor de aanvoer van het materiaal, de Keniaanse overheid zorgt voor de aanleg van een transmissiekabel van 400 kilometer voor de aansluiting op het nationale stroomnet.

Toegang tot stroom

Als het af is, volgend jaar, zal het windenergiepark 15 procent van de Keniaanse stroomvoorziening verzorgen. En meer stroom is hard nodig. Want hoewel de regering een programma begon om volgend jaar 70 procent van de Kenianen toegang tot nationale stroom te bieden, stelt bijna de helft van de bevolking het nog steeds zonder.

Stroomvoorziening in Afrika is belabberd. Het gehele continent genereert slecht 90 gigawatt – ruwweg evenveel als Spanje. Volgens het rapport Power People Planet van een commissie onder leiding van voormalig VN-secretaris-generaal Kofi Annan hebben twee op de drie Afrikanen geen stroom. Volgens cijfers van het Internationale Energieagentschap is dat in Azië 86 procent, het Midden-Oosten 92 procent en Latijns-Amerika 95 procent. In Afrika heeft alleen de bevolking van Mauritius 100 procent toegang tot stroom; in Zuid-Afrika is dat 85 procent, in Congo 9 procent, in Zuid-Soedan 1 procent.

Dat gigantische tekort belemmert de door de politiek nagestreefde economische opstanding van Afrika. Daarom lanceerde de Amerikaanse president Obama in 2013 het project Power Africa, dat tot doel heeft om in 2030 30.000 megawatt aan Afrika toe te voegen. Om het schoon te houden beloofden Afrikaanse ontwikkelingsinstellingen na de klimaatconferentie in Parijs vorig jaar voor 20 miljard dollar aan investeringen in duurzame energiebronnen.

Afrika leent zich uitstekend voor groene energieopwekking. Het is het zonnigste continent ter wereld, omlijnd door lange winderige kusten. Krachtige rivieren doorkruisen het werelddeel en in de 6.000 kilometer lange Grote Slenk van Libanon naar Malawi bestaan goede mogelijkheden voor het opwekken van aardwarmte. Kenia haalt nu al rond 65 procent van zijn energie uit waterkracht en aardwarmte.

Het Turkanameerproject geeft investeerders, banken en milieuactivisten een goed gevoel. Aart Mulder, bij de FMO belast met energie, geeft buiten bij het hoofdkantoor op het LTWP in een windarm hoekje zijn positieve oordeel. „De opgewekte stroom is groen en goedkoop. Een topproject”, zegt hij terwijl plastic stoelen in het rond vliegen. „Kenia heeft een enorme behoefde aan stroom, die cruciaal is voor ontwikkeling. Europa is groot geworden door de Industriële Revolutie, die werd mogelijk gemaakt door elektriciteit. Afrika staat nu op eenzelfde drempel.”

Aap krijgt de schuld

Maar er zijn hindernissen voor het LTWP-project. De Wereldbank trok zich in 2012 terug uit omdat de instelling vreest dat Kenia alle opgewekte stroom niet kan verwerken. De Afrikaanse Ontwikkelingsbank, die optimisme over Afrika’s economieën aanwakkert en investeert in stroomprojecten, nam het aandeel van de Wereldbank over. Het grootste probleem op korte termijn is dat de Keniaanse overheid in gebreke blijft. Het staatsbedrijf dat verantwoordelijk is voor de aanleg van de transmissiekabel ligt anderhalf jaar achter op schema en de overheid zal over een paar maanden niet op de afgesproken datum het gegarandeerde aantal megawatt afnemen. De schade die daardoor is ontstaan voor de investeerders zou contractueel moeten worden vergoed door de overheid. „Dat wordt een rampscenario, als de overheid straks moet betalen voor stroom die niet is geleverd”, waarschuwt projectmanager Phylip Leferink. Nieuwe onderhandelingen lijken dus nodig.

Ook blijven vragen over de efficiëntie van het Keniaanse elektriciteitsnet. Regelmatig valt de stroom uit. Toen onlangs het land weer eens in duisternis werd gehuld, schaterlachten de Kenianen om de verklaring van het staatsbedrijf, dat de schuld legde bij een aap die in een stroomcentrale was gevallen. „Het netwerk is de afgelopen jaren ten zeerste verbeterd”, zegt Leferink optimistisch.

Er wringt nog meer. Kenia maakt stormachtige economische ontwikkelingen door en initieert grote projecten in de infrastructuur, zoals de aanleg van een spoor- en een oliepijpleiding dwars door het land en de aanleg van een haven. De wetgeving blijkt in de praktijk vaak een hindernis bij het realiseren van de ambities.

Huis op de snelweg

Dat komt doordat iedereen optimale compensatie probeert te krijgen. Kenia heeft in tegenstelling tot bijvoorbeeld Tanzania particulier grondbezit en moet dus met grondeigenaren overleggen. Tot ergernis van overheid en investeerders leidt dat tot vertragingen. Op een net aangelegde snelweg bij Nairobi bijvoorbeeld stond een jaar lang in het midden een huis omdat de eigenaar een hogere compensatie wenste. Om dergelijke knelpunten te omzeilen werd onlangs een geplande oliepijpleiding van Oeganda naar de Keniaanse kust langs een andere route door Tanzania gestuurd.

Alle grote infrastructurele projecten als onderdeel van Kenia’s grote sprong voorwaarts stuiten op controverses over grondbezit. Traditionele rechten en moderne ambities botsen. In het noorden van Kenia kunnen de van oudsher nomadische veehouders als de Turkana en de Rendille zich beroepen op speciaal door de Verenigde Naties vastgelegde bescherming van hun gemeenschappelijke landrechten.

Activistische advocaten klaagden het LTWP-project en de overheid aan omdat er onvoldoende overleg zou zijn geweest met volkeren die in de omgeving wonen en er onvoldoende compensatie zou zijn betaald. De rechter weigerde onlangs om LTWP stil te leggen maar een inhoudelijke uitspraak volgt nog.

Ook ontstond ruzie tussen de nomaden: iedere stam claimt zijn eigen voorouderlijke rechten in het gebied. Zo kan het LTWP-project vertraging oplopen. Desondanks hopen de regering en de investeerders volgend jaar de eerste stroom te kunnen leveren.