Column

Verkiezingsplannen? Niet doorrekenen s.v.p.

De stapel groeit. De (concept)verkiezingsprogramma’s van de politieke partijen hopen zich op m’n bureau op. Zit er ’n stukje in die papierberg? Tuurlijk. Neem de plannen van coalitiegenoten VVD en PvdA, sociaal-economisch elkaars tegenpolen. Het programma van de eerste ademt die lekker onbekommerde liberale sfeer, dat van de tweede staat stijf van de maakbaarheid.

Zij moeten straks, net als een trits andere partijen, hun woorden omzetten in concrete beleidsvoorstellen, zodat het Centraal Planbureau (CPB) die programma’s kan doorrekenen. Dat zogeheten doorrekenen moet de resultaten van hun beleid zichtbaar maken. Hoeveel extra banen? Hoe hoog is het begrotingstekort en blijft het binnen de Europees vastgestelde marges? Dat soort dingen.

De meeste partijen doen dat braaf. Het is sinds 1986 goed gebruik. Het heeft in Den Haag en onder economen inmiddels de vorm aangenomen van een keurmerk van degelijk financieel gedrag. Ik vind het onzinnig.

Drie partijen die in de Tweede Kamer zitten, doen niet mee: 50Plus, PVV en Partij voor de Dieren. Een van hen krijgt mijn stem.

Het rekenwerk van het CPB geeft kiezers een vals gevoel van zekerheid. Lijsttrekkers kunnen schermen met de uitkomsten, zoals het aantal ‘geschapen’ banen. Ze kunnen elkaar tijdens tv-debatten bestoken met de uitkomsten die hun het beste bevallen. En dan maakt het niks uit dat die resultaten pas over tientallen jaren gerealiseerd worden. En alleen als zíj 76 zetels hebben. En alléén als er in de tussentijd geen andere politiek wordt gevoerd. Blijf dromen!

Wat schiet de kiezer ermee op? Niets. Het draagt bij aan de eenvormigheid van het politieke proces, waarin partijen de kiezer proberen wijs te maken dat alleen programma’s die zijn doorgerekend in de politieke beschaving passen. Wie zonder het CPB toch aan politiek doet, plaatst zich dan buiten het debat. Vier jaar geleden – ja sorry, het moet even – schreef ik hier over SP-leider Emile Roemer. Hij had de euvele moed gehad om de noodzaak van de Europese regel van een maximaal begrotingstekort van 3 procent in twijfel te trekken. Schande, riepen tegenstanders. Maar stél dat een regering met de SP die 3 procent had genegeerd en stél dat Nederland dan een boete had gehad… wie zou die boete dan komen innen, schreef ik. Niemand. En zo is het gegaan, onlangs nog met Spanje en Portugal. Ze overschreden de 3 procent, ze kregen geen boete. Er kunnen goede redenen zijn om je aan die 3 procent te houden, maar als om je heen de wereld verandert, kan het geen kwaad dat ook onder ogen te zien.

Anders gezegd: de fixatie op de doorrekening van het CPB draagt bij aan economisch en politiek conformisme. Doe es gek, zoals Italië, en leen 5 miljard euro voor 50 jaar, nu de rente zo krankzinnig laag is (maar wel wat stijgt). En steek dat geld in onderzoekscentra van universiteiten.

Wie toch iets wil doorrekenen, moet wachten op de verkiezingsuitslag en het regeringsprogramma. Haal dat dan door die grote CPB-rekenmachine.

Onconventionele tijden vragen om onconventionele maatregelen. Om de verkiezingsslogan van de rechtse Republikeinse presidentskandidaat Barry Goldwater uit 1964 te parafraseren: geef de burger een keus, niet een echoput. Wie is de burgemeester van Wezel…?

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie