Nieuwe zaal voor De Filharmonie

Na zestig jaar heeft het Vlaamse orkest De Filharmonie eindelijk een zaal met een goede akoestiek, in het nieuwe Elisabeth Center Antwerp.

Interieur van de Koningin Elisabethzaal, de zaal van De Filharmonie, het grootste symfonieorkest van Vlaanderen. Foto Jesse Willems

De opening van de Koningin Elisabethzaal in Antwerpen wordt feestelijk gevierd. Aan de heersende hoerastemming kun je je niet onttrekken. Vóór de zaal ligt de rode loper uitgerold voor het eerste publieksconcert én de komst van koningin Mathilde. Binnen speelt een kwartet van koperblazers uit De Filharmonie een bewerking van Bruckners Locus iste („deze plek is gemaakt door God”) – een motet bedoeld om een kerk mee in te wijden.

Voor symfonieorkest De Filharmonie, opgericht in 1955, is de opening van de zaal een gewijd moment. Een orkest, zegt men, is zo goed als zijn thuisbasis – met het Concertgebouworkest als beroemd voorbeeld. Maar De Filharmonie (voorheen ‘Koninklijke Filharmonie van Vlaanderen’) had geen goede thuisbasis. Een 19de-eeuwse zaal naast de ZOO brandde uit in 1947. De op die plek verrezen oude Elisabethzaal (1959) was „zouteloos”, aldus zaaldirecteur Dries Herpoelaert. Bovendien wantrouwde men de naoorlogse bouwkwaliteit. Dus werd besloten een nieuwe Elisabethzaal te laten verrijzen.

Een blik in het interieur van de Elisabethzaal. Lees verder na de video.

„De belangrijkste beslissing uit het 60-jarige bestaan van het orkest”, zegt eredirigent Edo de Waart (75) in zijn nieuwe, scherp naar Ikea ruikende kleedkamer. „Ik heb meermaals ervaren wat de impact kan zijn van een goede, nieuwe zaal. Toen ik in 1967 dirigent werd bij het Rotterdams Philharmonisch, waren de Doelen net een jaar opgeleverd. Men was er vol van: opeens was er allemaal nieuw publiek, en reuring. In Antwerpen zal dat niet anders zijn.”

Opsmuksloos en functioneel

2911culFilharmonie2

De Elisabethzaal maakt onderdeel uit van het nieuwe, multifunctionele Elisabeth Center Antwerp, pal naast het station. In het ontwerp van architect Ian Simpson loopt de historische oudbouw van de ZOO met zijn majestueuze marmeren zaal over in de nieuwe concertzaal, model schoenendoos, die binnen met veel licht eikenhout opsmuksloos en functioneel oogt.

Voor de akoestiek zijn de wanden golvend. „De zaal klinkt uitstekend”, vindt akoesticus Larry Kirkegaard, bij ontwerp en bouw betrokken. De vorige zaal kreeg een 6, deze minstens een 8,3. De klank bij het openingsconcert is inderdaad helder en dragend. Kirkegaard: „Na de eerste repetitie kwamen musici met tranen in hun ogen op me af. Dan weet je écht dat het goed zit.”

De totstandkoming van de Elisabethzaal is een realpolitik succesverhaal. De Vlaamse regering stak er 57 miljoen in, de bouw verliep in 28 maanden volgens schema en hield rekening met een multifunctionele opzet. Als ’s ochtends De Filharmonie Beethoven repeteert, moet de zaal ’s middags een congres kunnen huisvesten en ’s avonds de musical Cats. „We denken dat de zaal als congrescentrum enorme extra opbrengsten voor de stad kan genereren”, zegt minister van Toerisme Ben Weyts. „Een congresganger geeft 230 euro per dag uit, tegen 150 euro door een reguliere toerist. Tel uit je winst.”

Nog geen gastprogrammering

De Filharmonie geeft er straks zo’n veertig concerten per jaar. Daarnaast rekent zaaldirecteur Dries Herpoelaert op zo’n vijftig niet-klassieke concerten, één musicalproductie en zo’n tien congressen. Wat ontbreekt, is een solide gastprogrammering. „Daartoe hebben we wel enig budget vrijgemaakt”, nuanceert de Vlaamse cultuurminister Sven Gatz: een geoormerkt bedrag van vier ton, voor concerten door uitgenodigde ensembles, zo’n tien keer per jaar.

Voor De Filharmonie is de succesvolle oplevering van de nieuwe zaal een droomstart. De koers is vergelijkbaar met dat van het Rotterdams Philharmonisch: naast het grote repertoire zijn clubconcerten, cross-overs, filmbegeleidingen en contacten met het havenbedrijf pijlers om te overleven. Grote kunstbezuinigingen zijn de Vlaamse orkesten bespaard gebleven (er zijn er ook veel minder) maar de regering onderzoekt wel hoe musici van de Vlaamse Opera en De Filharmonie samen kunnen gaan werken in één poule.

„Vooral om artistieke, niet om financiële redenen”, benadrukt cultuurminister Gatz. „Met twee grote groepen musici kun je komen tot betere resultaten. Je kunt beargumenteren dat een operaorkest iets anders is dan een symfonieorkest, maar ik vrees dat Vlaanderen uiteindelijk te klein is voor echt gespecialiseerde ensembles. Sommige musici moeten multifunctioneel kunnen worden. ”

Naar een nieuwe chef-dirigent wordt door De Filharmonie gezocht. Voorlopig heeft het orkest aan hoofddirigent Philippe Herreweghe (6 weken per seizoen) en eredirigent Edo de Waart (3 à 4 weken) een basis. „Maar er zou een chef moeten komen die er minstens 12 weken is om het bouwen aan een jong orkest met veel nationaliteiten voort te zetten”, vindt De Waart. Orkestdirecteur Maegerman: „We houden het profiel breed. De nieuwe chef moet iemand zijn die zich écht aan het orkest in al zijn facetten wil verbinden.” De Waart: „En hij krijgt in elk geval een orkest met een erg mooie zaal.”