Kwaliteit lijkschouwingen onvoldoende gecontroleerd

Het NFI concludeert dat het daardoor mogelijk is dat er in 2015 20 tot 25 meer moordzaken zijn gemist dan in 2005.

Het NFI onderzoekt een steekpartij in Rotterdam in 2010. Foto Frank de Roo/ANP

De kwaliteit van lijkschouwingen in Nederland wordt onvoldoende gecontroleerd. Daardoor is het mogelijk dat er in 2015 20 tot 25 meer moordzaken zijn gemist dan in 2005. Dat rapporteert minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) aan de Tweede Kamer na onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).

Precieze cijfers kan het NFI echter niet noemen. De minister noemt de “suggestie van de conclusies desalniettemin zorgelijk” en neemt het probleem “zeer serieus”. Van der Steur heeft verder onderzoek aangekondigd dat uitgevoerd gaat worden door een nieuwe taskforce. Dat moet uiterlijk 1 mei 2017 rapport uitbrengen. Daarin wil de minister onder meer antwoord of er fouten worden gemaakt waardoor een onnatuurlijke dood door een misdrijf over het hoofd wordt gezien, en of het zinvol is om bij zelfdoding een lijkschouwing te verrichten.

Aantal secties daalt

Er zijn afgelopen jaar veel minder gerechtelijke secties verricht dan tien jaar eerder; waren dat er in 2015 279, in 2005 ging het om 617 lijkschouwingen. De onderzoekers verklaren die daling door het aantal twijfelgevallen waarin uiteindelijk geen sectie is uitgevoerd. Waarom dat is gebeurd, kunnen de onderzoekers niet zeggen.

De minister heeft een aantal maatregelen aangekondigd om het niveau van de lijkschouwingen te verbeteren. Zo wil hij dat de kwaliteitsnormen voor secties opnieuw bepaald worden door het NFI en dat ook opleidingen tot lijkschouwer worden herzien. Ook wil hij dat het OM gaat kijken of er tegenwoordig een hogere drempel is om een lijkschouw uit te voeren.