Klagen over agent mag, maar houd het wel netjes

Smaad

Een vrouw dient een klacht in tegen een agent. Maar volgens de politierechter dermate kwetsend dat dit smaad oplevert. Hoe zit dat?

Een agent vult een formulier in. Foto: Lex van Lieshout

„Niet tevreden? We komen er samen wel uit”, staat in de klachtenfolder van de politie. Burgers die zich door een politieman onbehoorlijk behandeld voelen, kunnen per digitaal formulier een klacht indienen. De klachtencommissie van de politie vraagt dan de betrokken medewerker naar zijn kant van het verhaal en bekijkt vervolgens „of u er samen uitkomt tijdens een goed gesprek”.

Het klachtformulier is bedoeld om te klagen. Maar wat nu als je je klacht zó grievend formuleert dat je met een ris aantijgingen de integriteit van een bepaalde agent in twijfel trekt? In dat geval kan het gebeuren dat je klacht niet alleen belandt op het bureau van de klachtencommissie, maar óók op dat van het Openbaar Ministerie. Om je te vervolgen wegens smaad.

Ruchtbaarheid

Het overkwam de 52-jarige Wilma B. uit Katwijk. Haar e-mails aan de klachtencommissie van de politie leidden begin dit jaar tot vervolging. En tot een veroordeling. De politierechter legde haar 40 uur taakstraf op wegens het opzettelijk aanranden van iemands eer of goede naam met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven. Daarvan is volgens rechtspraak sprake als je een belediging ter kennis brengt van het publiek: een bredere kring van „betrekkelijk willekeurige derden”.

Maar hoe kan een klacht aan de politie, ingediend volgens de procedure, nu bedoeld zijn voor het publiek? Robert Snorn, de advocaat van B., begrijpt er niets van. Ja, zouden haar e-mails óók zijn verstuurd aan anderen of aan de media, dan levert dat mogelijk smaad op. Maar daar is hier uitdrukkelijk geen sprake van. „Doel van de e-mails was de behandeling van een klacht.” Deze maand diende het hoger beroep. Deze woensdag is de uitspraak.

Specifieke omstandigheden

Over de definitie van ruchtbaarheid is juridisch veel onduidelijk, zegt Aernout Nieuwenhuis, strafrechtonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam en auteur van Uitingsdelicten. Vooral door internet is het antwoord op de vraag wat ‘openbaar’ is, ingewikkelder geworden. Zo blijkt uit eerdere rechtspraak dat het verspreiden van laster onder twintig Hyves-vrienden wel onder ‘ruchtbaarheid’ valt en het in een kwaad daglicht stellen van een ex op het algemene e-mailadres van het kinderdagverblijf weer niet. De uitkomst van het recht hangt – zoals gebruikelijk – af van de specifieke omstandigheden. En om die in de zaak van de vrouw uit Katwijk te kunnen begrijpen is de voorgeschiedenis wel van belang.

Die begon op 10 maart 2013, toen agenten haar toenmalige woning in Amsterdam binnentraden. De agenten hadden na klachten van buren over geluidsoverlast haar deur opengebroken en haar geluidsboxen meegenomen. Op 12 maart 2013 verstuurde de vrouw daarover een grievende mail via het klachtformulier aan de politie en op 25 maart 2013 nog eens. De klachtencommissie zou haar later op basis van die eerste e-mail gelijk geven: de binnentreding en inbeslagname waren onrechtmatig, de vereiste machtiging van de Officier van Justitie ontbrak.

Pijnpunt zat ’m in de inhoud van beide e-mails. Klaagster had daarin alle pijlen gericht op de wijkagent. Die zou haar op alle mogelijke manieren het leven zuur maken. De klachtencommissie stuurde de twee e-mails door aan de betreffende wijkagent. Die telde in de eerste e-mail dertien aantijgingen tegen haar gericht en in de tweede 27, waaronder dat ze zou liegen, stalken en corrupt is. Terwijl ze bij de onrechtmatige binnentreding niet aanwezig was geweest en de klaagster alleen zegt te kennen van een huisbezoek in 2012 dat ze eens samen met een hulpverlener had afgelegd en drie minuten had geduurd. De wijkagent voelde zich zwartgemaakt en deed op basis van de e-mails aangifte van belediging en smaad.

Ten onrechte aangehouden

Een paar maanden later werd klaagster tijdens haar rijles aan de kant gezet. Ze werd aangehouden en op het bureau verhoord naar aanleiding van de aangifte van de wijkagent. Die aanhouding was ten onrechte, zou de rechter later oordelen – aanhouding voor smaad buiten heterdaad mag niet.

De klaagster stuurde daarna opnieuw twee e-mails met aantijgingen tegen de wijkagent, die de aanhouding overigens niet had verricht. Eén e-mail gericht aan de wijkagent en één aan het beslaghuis van de politie, want ze had nog altijd haar geluidsboxen niet terug. En opnieuw deed de wijkagent aangifte tegen haar wegens smaad.

De officier van justitie noemde de e-mails „buitengewoon grievend” toen ze de zaak begin dit jaar bij de politierechter had aangebracht. „Iedereen heeft het goed recht om te klagen maar wel zorgvuldig en respectvol.”

„Emotioneel”, noemde advocaat Snorn de e-mails. Maar dáár gaat het niet om, zei hij ook. „Een klachtencommissie is géén willekeurige groep derden. Doel kan nooit zijn geweest om er ruchtbaarheid aan te geven.”

Maar de rechter ging daarin niet mee en oordeelde: gezien de inhoud van de berichten én de omstandigheid dat ze zijn verzonden aan „algemene e-mailadressen” kan het niet anders dat B. de wijkagent in een kwaad daglicht wilde stellen. Zowel de e-mail aan het beslaghuis als de twee e-mails die volgens de gangbare klachtenprocedure waren ingediend, leverden volgens de rechter ‘ruchtbaarheid’ op. En dat het een ambtenaar in functie betrof, vond de rechter juist strafverzwárend.

De grens is dun, zegt Nieuwenhuis. „Eén lasterlijke brief versturen levert geen ruchtbaarheid op, twintig brieven versturen aan twintig adressen weer wel, ténzij dat weer gebeurt in de beslotenheid van een familie.” Maar smaad via het klachtformulier van de politie komt in de jurisprudentie nog niet voor. Een zaak als deze heeft niet eerder gediend.