Recensie

Gesloopt door de jaren zestig

McGregor levert met American Pastoral een verfilming af die slechts met horten en stoten werkt. De film is sterk in historisch detail, maar zwak in psychologische finesse. ●●●

Regisseren is ook een vak. Dat zie je maar weer bij American Pastoral, het regiedebuut van de Britse steracteur Ewan McGregor. Misschien was het iets te ambitieus om te debuteren met de lastig te verfilmen Amerikaanse literator Philip Roth. Al leek de wat melodramatische plot van Pulitzer Prize-winnaar American Pastoral (1997) wel weer te doen.

Het draait om Seymour ‘Swede’ Levov (McGregor), een blonde Jood en sportheld, die trouwt met schoonheid Dawn (Jennifer Connelly). Type ‘most likely to succeed’ dus: begin jaren vijftig neemt Swede vaders handschoenenfabriek in Newark over en integreert hij als quasi-Wasp op het conservatieve platteland van New Jersey. Swede leeft de Amerikaanse droom, tot zijn burgerlijke zekerheden op de klippen lopen in de stormen van de jaren zestig. Dochter Merry (Dakota Fanning) verandert van bedeesd stottermeisje in razende fanaticus en begaat een gruweldaad, waarna ze spoorloos verdwijnt.

McGregor levert met American Pastoral een verfilming af die slechts met horten en stoten werkt. Philip Roths vader-dochterdrama is een fatalistisch epos van generatiestrijd, onderdrukte rancune en oedipale onderstromen in het Amerikaanse modelgezin. Met een milde blik op de naïef optimistische ‘Stille Generatie’ die anno 1997 – toen vergrijzende babyboomers met andere ogen gingen kijken naar de conformistische ouders die ze ooit zo arrogant afserveerden – een gevoelige snaar raakte.

Die nuances vind je terug in deze verfilming, die sterk is in historisch detail – rassenrellen in Newark – maar zwak in psychologische finesse. De actie wordt soms onderbroken door theatermonologen, wat detoneert in de realistische setting van American Pastoral, die ook door het ongelijkmatige acteren nogal gekunsteld oogt. Zo acteert Ewan McGregor Swede als een verbaasde paspop, maar leeft Dakota Fanning zich als puberende Merry uit in emotioneel gooi-en-smijtwerk. Dat zal bewust zijn – jarenvijftigvormelijkheid versus jarenzestighysterie – maar vervreemdt, alsof een Douglas Sirk-held verdwaalt in een John Cassavetes-film. Hulde voor de lef en ambitie van McGregor. Maar American Pastoral getuigt niet van veel intuïtie voor regie.