Opinie

Fidel Castro bezorgde ooit mijn krant

Toen als bankdirecteur in Uruguay werkte, had hij een toevallige en bijzondere ontmoeting met de communistische revolutionair uit Cuba. Een verslag per ingezonden brief.

Ontmoeting tussen François Mitterrand en Fidel Castro. Havanna, 1974. Foto ANP

Al dagen heerste er een opgewonden sfeer. Fidel Castro zou een regionaal congres in Montevideo bijwonen samen met de regeringsleider van een aantal buurlanden. Het was oktober 1995 en voor het rustige en afgelegen Uruguay was dit een gebeurtenis van formaat. Fidel kwam en stelde niet teleur.

Op vrijdagavond zag ik hem nog op de televisie. Hij gaf een persconferentie en was scherp als een scheermes. Onberispelijk gekleed in donkerblauw driedelige krijtstreep met een wit overhemd en een roodgestreepte business-das. Een spervuur van vragen over democratie, over economie en over vrijheid. „Señor Presidente, is het waar dat bij gebrek aan werk zelfs academisch geschoolde vrouwen de prostitutie ingaan?” Castro vertrok geen spier. „Absoluut verkeerd begrepen”, antwoordde hij. „Integendeel zelfs, in Cuba is het niveau van onderwijs dusdanig hoog dat zelfs hoeren een universitaire opleiding hebben.”

Ik was heel vroeg op de volgende dag. Het was zaterdag en ik wilde een klus in de voortuin afmaken voordat de kinderen wakker werden. Complete rust in Carrasco, de villawijk waar wij woonden. Uruguay was nog diep in slaap: geen auto’s, geen mensen, geen honden. In een land dat de avondmaaltijd bij voorkeur nuttigt om 11 uur ’s avonds houdt men van uitslapen. Een prachtige lenteochtend met een opkomende zon die zijn best deed nevel en dauw weg te branden.

‘Mucho gusto’

In de verte komt een lange oudere man aanwandelen. Kaarsrecht postuur, zijn handen op de rug gevouwen. Grijs haar en bijbehorende baard. Fidel draagt hetzelfde donkerblauwe pak als de avond tevoren op tv en lijkt intens te genieten van zijn ochtendwandeling. Hij stopt bij mijn voortuin en bukt zich om de krant op te rapen die zoals gewoonlijk naast de brievenbus ligt in plaats van erin.

Een enorme foto van zichzelf hemelsbreed op de voorpagina. Ik sta aan de grond genageld. Fidel bestudeert kort zijn eigen foto en overhandigt mij de krant. „Mucho gusto”, mompelt hij enigszins nors, en vervolgt zijn weg. Verbijsterd kijk ik hem na. Bij de hoek van de straat draait hij zich nog even om. Verbeeld ik het me, of zag ik een vage glimlach? Dan is hij weg. Terug naar Hotel Belmont House, twee blokken verderop. Ik ga naar binnen om ontbijt klaar te maken; vandaag viert zoon Mickey zijn eerste verjaardag.

De president van Cuba zonder lijfwachten, politie, getuigen, helemaal niets en niemand. Was dit de man die veertien CIA-moordaanslagen overleefd had? Ik heb de krant nog jaren bewaard, maar bij de laatste verhuizing is hij verloren gegaan. El Observador, gedateerd op 14 oktober 1995, hoogstpersoonlijk bezorgd om 06.48 uur door Presidente Fidel Alejandro Castro Ruz, op adres Alfonso Espinola 1825 te Carrasco, Montevideo.