Stilte na de storm

Flessenpost

Schrijfster Pia de Jong is met haar gezin verhuisd naar Princeton, in de VS. Ze bericht wekelijks over wat haar opvalt.

llustratie Eliane Gerrits

Vrijwel iedere dag wandel ik met mijn hond langs dit oude stenen gebouw met een witte houten bank ervoor, dat diep verscholen ligt in de bossen rond ons huis. De eerste Europeanen die zich eind zeventiende eeuw in Princeton vestigden, waren vier quakerfamilies, voor hun geloof gevlucht uit Engeland. Zij bouwden een school, een begraafplaats en dit gemeenschapshuis. Elke zondag om negen uur komen de Vrienden, zoals de quakers elkaar noemen, hier tezamen.

Tijdens mijn boswandelingen keek ik weleens naar binnen. Smalle houten banken, een open haard. Op de grond een stapel dekens. Het hield het midden tussen een kapel en een huiskamer. Geen enkele opsmuk. Geen kleed op de vloer, geen schilderijen aan de muur. Ik vroeg me altijd af wat de mensen hier hoopten te vinden.

Deze zondag loop ik er voor het eerst binnen. Een vriendelijke mevrouw met een knotje heet me welkom. „We komen hier samen om de aanwezigheid van God te ervaren”, vertelt ze. „Soms gebeurt dat en staat iemand op om dat met ons te delen. Soms niet.” Quakers kennen geen predikanten of priesters.

Een kromgebogen meneer met een gebreide muts komt bij ons staan: „Wat er ook gebeurt”, zegt hij, „je voelt je altijd beter daarna. Ik kom hier niet voor niets elke zondag, al meer dan zestig jaar.”

Dan gaan we zitten, zo’n man of vijfentwintig. Buiten blaast de wind met geweld de bomen leeg. Binnen knettert het haardvuur. Het novemberlicht kleurt het interieur zachtgroen.

Plotseling voel ik een intense trilling om mijn pols. Mijn stappenteller draagt me op een stuk te lopen. Stilzitten is niet mijn sterkste punt. En in God geloof ik ook al niet zo. Maar mocht hij bestaan, dan lijkt me dit een heerlijke plek om neer te strijken.

Het is hier zo anders dan in de katholieke kerk waar ik als kind kwam. Daar was van alles te beleven. Muurschilderingen, kruisen, psalmen, de bedwelmende geur van wierook. Brood werd uitgedeeld, wijn gedronken uit zilveren bekers. Veel bewegingen ook. Knielen, staan, naar voren lopen en weer terug. Mensen kwamen in hun zondagse kleren. Ik herinner me hoe ik tijdens de preek mijn gezicht in mijn moeders bontjas verborg om de geur op te snuiven.

Hier enkel verstilling. Mensen komen zoals ze zijn. Grijs haar wordt niet geverfd. Rimpels niet verdoezeld onder make-up, laat staan weggespoten. Geen hoge hakken, enkel degelijk schoeisel.

Ik weet niet of ik verwacht dat de geest van God zal neerdalen, maar ik ben opgelucht dat niemand opstaat en iets zegt. De stilte is weldadig, na alle geschreeuw rondom de verkiezingen, alle talking heads, het permanente bombardement van nieuwsflitsen. De nieuwgekozen president lijkt een sprookjesfiguur. Hij woont hier heel ver vandaan, in zijn gouden paleis, met zijn lakeien en vazallen.

Hier telt alleen het moment. Ik voel de kramp in mijn rug, snuif de donkerzoete geur van hars op. Voor mijn voeten loopt een spinnetje.

Misschien is dit wat mensen met God bedoelen. Een besef van continuïteit dat je de eeuwigheid kunt noemen. De wind die elke herfst opnieuw de bomen inklimt en de laatste blaadjes meeneemt. Nieuwe mensen worden geboren en gaan, onvermijdelijk, op zoek naar betekenis. En altijd, altijd weer de liefde.

De oude man had gelijk. Als ik de deur achter me dichttrek en de kille najaarswind inloop, voel ik me beter. Al weet ik niet precies waarom.

Reacties naar pdejong@ias.edu