Recensie

Songbird heeft alle aandacht voor het lied

Artiesten op het Songbird Festival kleedden hun liedjes helemaal uit – terug naar de basis. De akoestische, intiemere setting is behaaglijk.

Concert van Sue the Night op Songbird Festival in de Doelen Rotterdam. Foto Andreas Terlaak

Rauw, schor, zwaar klonk hij. Niet bepaald als een zangvogel. De Vlaamse zanger Bent van Looy werd op het festival Songbird geteisterd door een keelontsteking. Zijn fraaie, melodieuze album ‘Pyjama Days’ ten spijt, klonk achter zijn vleugel meer een soort roestig praatzingen dan gezang. Het herinnerde hem aan de tijd dat hij als tiener de baard in de keel kreeg, grapte hij.

Op de zesde editie van het kleinschalige festival Songbird, afgelopen weekend in De Doelen in Rotterdam, kwamen veel namen van eerdere edities terug, zoals Jake Bugg en Michael Kiwanuka. Maar er lieten zich ook weer nieuwe stemmen horen: soms wat dun en wat weifelend nog, tot hartrakend of met een ontwapenende presentatie zoals zangeres Sara Hartman of Jeangu Macrooy met zijn lage stem vol hartstocht.

Dit was de laatste editie van Songbird, zo bleek. Een spijtig besluit. De aandacht voor ‘het liedje’ op Songbird, meestentijds gebracht in een (semi)-akoestische, intiemere setting is een behaaglijke invalshoek, bleek dit weekend weer. Omringd door zangvogels in alle kleuren bewoog aandachtig luisterend publiek zich gemoedelijk langs de zes zalen. De ene lichting artiesten bracht zijn oorspronkelijk live-set terug naar een ‘kleinere’ variant, gezeten op kruk of stoel, zoals de Britse band Blossoms of de jonge singer-songwriter Jake Bugg.

Jonge Johnny Cash

Deze vorm zorgde bij de jonge honden van Blossoms voor een vrij losse jamsfeer. Jake Bugg had de opdracht bloedserieus juist opgevat, en presenteerde zich op zijn kruk met gitaar als een jonge Johnny Cash.

Postman greep de kans om in zijn akoestische set liedjes helemaal uit te kleden – terug naar de basis. Ook Blaudzun maakte deels die omslag, en onderstreepte met akoestische momenten de stemmige toon van zijn liedjes. De show was dynamisch precies op maat; met naast de vurige popbombast, serene publiekszang en een klein solomoment op mandoline en onversterkte zang.

Het andere deel van de artiesten op Songbird past met z’n eigen introverte dan wel zich langzaam ontvouwende repertoire zo al prima bij het concept. Zoals de Britse singer-songwriter Michael Kiwanuka, hoofdact op de eerste avond. Die heeft, sinds hij na zijn souldebuut Home Again (2012) verstrikt raakt bij het schrijven van de opvolger, weliswaar een steviger elektronischer geluid gekregen, maar won ook veel aan emotionele diepgang. De ommezwaai overtuigde zeer.

Terwijl de groep Heavn een volle zaal trok met zijn zacht pakkende droompopliedjes, moest Bewilder zich het vuur uit de sloffen spelen om aandacht vast te houden. Net te fel voor dit publiek, vermoedelijk. Indruk maakte ook de Deense singer-songwriter van Brits-Uruguayaanse oorsprong, Alex Vargas. Zijn stem, gedragen door ingenieus gebruik van loops en samples, kon uitblinken.