Sint komt ook bij de Voedselbank

Sinterklaas De Voedselbank zamelt ook speelgoed in, maar dat moet er wel als nieuw uitzien. ‘Hoe blij onze kinderen ook zijn met een gehavende Barbie, ze durven zich daar op school niet mee te vertonen.’

Speelgoedauto’s. Knuffels. Kinderboeken. Een woordenboekspel. Een plastic theeset. Een halloweenkostuum. Een Barbiepop. Gelstiften. Een picknickmand met nepfruit.

Met een tevreden glimlach kijkt Mike Paschenegger naar de oogst voor hem op tafel. Op verzoek van de verslaggever heeft de coördinator van de voedselbank in Amsterdam-Zuid een kleine selectie gemaakt uit de honderden sinterklaascadeaus die deze week worden verspreid onder 145 huishoudens; het gaat om kinderen in zijn stadsdeel uit gezinnen die recht hebben op steun van de Voedselbank. Alleenstaande ouders bijvoorbeeld met twee kinderen die maandelijks niet meer dan 320 overhouden na aftrek van vaste lasten. Of echtparen met drie kinderen die het van maximaal 460 euro moeten doen.

‘Amsterdam-Zuid’ is niet het enige lid van Voedselbanken Nederland dat in de aanloop naar pakjesavond speelgoed voor klanten inzamelt. Ook in steden als Maassluis en Voorburg werden inzamelingsacties gehouden. „Maar we zijn wel pioniers”, zegt Paschenegger. „We doen dit al bijna tien jaar.”

In het oude pand aan de Lutmastraat in de Pijp – verscholen achter een klein poortje – liggen de sinterklaascadeaus hoog opgestapeld. Ze zijn ingezameld door de nabijgelegen 2e Daltonschool. Leerkrachten kwamen op het idee iets te doen voor kinderen die op 5 december niet het ene na het andere pakje kunnen openscheuren. „Een educatief project, zo zou je het kunnen noemen”, zegt Paschenegger, een gepensioneerde cameraman.

Knuffel met lippenstift

Een dag lang heeft hij met vijftien vrijwilligers het ingezamelde speelgoed – in totaal zo’n vierhonderd stuks – geïnspecteerd. Was het schoon? In goede staat? Ontbraken er geen onderdelen? De spaarpot zonder sleutel werd terzijde geschoven, net als de knuffel met lippenstift en de incomplete legpuzzel. „We zijn dankbaar voor de spullen en gooien niets weg”, zegt Paschenegger. „Maar met Sinterklaas verdienen kinderen alleen nieuw speelgoed óf speelgoed dat er na een grondige opknapbeurt als nieuw uitziet.” Hij schat dat zo’n 80 procent van de ingezamelde spullen de toets der kritiek kon doorstaan.

De 421.000 minderjarige kinderen in Nederland die volgens het CBS opgroeien in een huishouden met een laag inkomen (1.540 euro voor een eenoudergezin met twee kinderen) zijn kwetsbaar. ‘Ze kunnen niet altijd mee op schoolreis en zitten minder vaak op sport of op muziekles’, aldus het CBS in een eerder dit jaar verschenen rapport. ‘Voor meer dan de helft van de kinderen in huishoudens met een laag inkomen is er te weinig geld om regelmatig nieuwe kleren te kopen of om één keer per jaar een weekje op vakantie te gaan.’

De kans op sociale uitsluiting voor deze kinderen is groot, legt Paschenegger uit. „Wie op school niet de nieuwste Nike-schoenen draagt, ligt er al snel uit. Dus hoe blij onze kinderen ook zijn met een gehavende Barbie of voetbal, ze zullen zich daar op school niet mee durven vertonen. Kinderen die tweedehands speelgoed van Sinterklaas krijgen, hebben zelf het gevoel tweedehands te zijn.”

Trots stadsdeel

In het nabijgelegen buurtcafé vertelt Letty Santé, vrijwilligster van de voedselbank, over de mensen die zich in de Lutmastraat melden. „We hebben niet één soort klant”, zegt zij. „Er komen hier ongeletterde mensen, maar ook academisch geschoolde stellen. Autochtonen én allochtonen. Het is echt van alles wat.”

Het dure, welvarende Amsterdam-Zuid is volgens haar een „trots stadsdeel” dat een naam hoog heeft te houden. „Van de bakker in de Beethovenstraat hoorde ik dat vrouwen in bontjas soms een half stokbrood bestellen omdat ze niet meer kunnen betalen. Die mensen schamen zich voor hun armoede. Het is keeping up appearances.”

Paschenegger vertelt over een vrouw met twee jonge dochters wier man met de noorderzon vertrok. „Ze zit diep in de schulden en heeft een te duur huis dat ze niet kan verkopen. Maar de wanhoop zul je nooit aan haar gezicht aflezen. Ze rijdt haar dochters opgewekt rond in een bakfiets.”

De gesprekken met zijn klanten worden zelden heel persoonlijk, zegt Paschenegger. Daarvoor is het taboe te groot. „Maar door de reacties merk ik hoe belangrijk ons werk is. De afgelopen dagen kwamen hier veel kinderen binnenlopen om te vragen of er dit jaar weer een inzamelingsactie voor Sinterklaas gehouden wordt. Ze krijgen zelden cadeaus en kijken er het hele jaar naar uit.”

Geen verlanglijstjes

Niet álle kinderen van klanten van voedselbank Amsterdam-Zuid hebben recht op Sinterklaascadeaus. De grens wordt getrokken bij twaalf jaar. „Het is de jonge groep die het meeste waarde hecht aan cadeaus”, denkt Paschenegger. „Voor oudere kinderen organiseren wij andere dingen. Zo zijn wij laatst met een groep adolescenten naar technologiemuseum Nemo in Amsterdam gegaan. Zo’n bezoek kost 15 euro per persoon. Dat kunnen ouders met een laag inkomen niet betalen.”

De cadeaus voor de jonge kinderen worden in pakpapier uitgedeeld. Bij het afhalen van de voedselpakketten, krijgen ouders voor ieder kind twee presentjes mee. Met verlanglijstjes wordt bij de voedselbank niet gewerkt. „De kinderen zijn niet kieskeurig”, zegt Paschenegger. „En we houden rekening met het denkniveau en de interesses van leeftijdscategorieën.”

In de opslagruimte aan de Lutmastraat worden cadeaus in acht categorieën ingedeeld: meisjes van 0 tot en met 1, van 2 tot en met 5, van 6 tot en met 9 en van 10 tot en met 12. Voor de jongens geldt hetzelfde. „Veel van de vrijwilligers hebben zelf kinderen”, zegt Paschenegger. „Aan één blik hebben ze vaak genoeg om te beoordelen bij welke stapel het speelgoed hoort.”

Paschenegger kijkt een moment peinzend naar de tafel met uitgestalde voorwerpen. Hij wijst naar het splinternieuwe plastic pistool, dat nauwelijks van echt te onderscheiden is. „Daar moeten we nog eens heel goed over nadenken”, zegt hij.