RTL onderzoekt misstanden rond hulptelevisieprogramma’s

De Tweede Kamer noemde tijdens het mediadebat de in NRC genoemde misstanden rond de RTL-hulprogramma’s “abject”.

NRC

RTL heeft aan staatssecretaris Dekker (Media, VVD) toegezegd om de misstanden rond de hulp-tv uit te zoeken, en eventueel de eigen mediacode aan te passen. Dat zei Dekker vandaag in de Tweede Kamer tijdens het debat over de Mediabegroting 2017.

De toezegging volgt na een reeks NRC-artikelen waaruit bleek dat de omroep niet zorgvuldig omsprong met kandidaten – deels mensen met een angststoornis. Zo konden de deelnemers aan de hulpprogramma’s tijdens de opnamen niet meer stoppen, omdat anders de volledige opnamekosten zouden worden verhaald. Ook moesten deelnemers wurgcontracten tekenen en werden beloftes over bijvoorbeeld de lengte van de therapie niet nagekomen.

Regelen van fatsoen

Dekker zei tijdens het debat dat hij tegen het misbruik was van “verwarde mensen die wanhopig zijn”. De staatssecretaris plaatste wel een kanttekening: RTL is een ongesubsidieerd bedrijf dat officieel in Luxemburg is gevestigd, waar Dekker niet veel macht over heeft. “Ik heb liever dat RTL het zelf aanpast. Het regelen van fatsoen in de wet is ingewikkeld.”

Dekker heeft de omroep wel gesproken: “Ze zijn erg geschrokken. RTL is bereid de eigen mediacode te bezien.” Hij zegde toe vóór de Kerst met een antwoord van de omroep terug te komen.

Lees het drieluik over hulp-tv en de reacties in ons dossier

Stuitende eerste reactie

De Tweede Kamer noemde tijdens het debat de in NRC genoemde misstanden “abject”. Kamerlid Mohammed Mohandis (PvdA) vond de aanvankelijke, formele reactie van RTL “stuitend”. De omroep reageerde tegenover NRC niet inhoudelijk, maar verklaarde onder meer:

“Dat er nog steeds zoveel mensen zijn die zich aanmelden voor hulpprogramma’s van RTL is voor ons een teken en bevestiging dat de behoefte aan deze materie nog altijd groot is. Bij dit soort programma’s komt alles aan op zorgvuldigheid: de voorbereiding, de research, de begeleiding tijdens de opnameperiode en vooral ook het bieden van gedegen nazorg.”

PvdA, D66 en SP vinden dat de staatssecretaris moet kijken naar maatregelen – bijvoorbeeld dat contracten met deelnemers vooraf getoetst zouden worden op hun deugdelijkheid. Verhoeven (D66) sprak van “wurgcontracten en koppelverkoop” en verwees naar het verscherpte toezicht op banken, die immers ook “contracten afsluiten met mensen met een informatieachterstand.” Hij wil een “zorgplicht voor producenten” vastleggen. Jasper van Dijk (SP) wees op de verantwoordelijkheid van de betrokken medici en zorginstanties.

Ton Elias (VVD) vond echter dat de Tweede Kamer zich erbuiten moest houden, aangezien het om privéafspraken met een commerciële omroep gaat. “Als die mensen zo stom zijn om daarin te tuinen, dan hebben wij daar als Kamer geen taak in.” In tweede instantie zei hij wel:

“Wellicht met uitzondering van degenen die psychisch niet bij machte zijn om de gevolgen te overzien.”

Volgens Elias was het dan wel meer een zaak van de Minister van Volksgezondheid om dit aan te pakken, niet die van de staatssecretaris voor Media.