Raad van Europa: kabinetsplan tegen jihadi’s gaat te ver

Mensenrechten Nederland wil potentiële Syriëgangers contact- of gebiedsverboden kunnen opleggen. Kan dat zonder tussenkomst van rechters?

Minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken en Minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie tijdens het debat over het bericht dat Schiphol mogelijk doelwit was van een terroristische aanslag in oktober. Foto Bart Maat/ ANP

De Commissaris voor de Mensenrechten van de Raad van Europa, Nils Muiznieks, heeft scherpe kritiek op een wetsvoorstel van minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD). De minister wil zelf, zonder tussenkomst van een rechter, contact- en gebiedsverboden kunnen opleggen om uitreizen naar Syrië te voorkomen. Volgens de mensenrechtencommissaris komt daarmee het recht op een eerlijk proces in gevaar. Dat schrijft hij in een brief aan minister Van der Steur en Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA).

De gezaghebbende mensenrechtencommissaris moet erop toezien dat de verdragen van de Raad van Europa worden nageleefd. De belangrijkste is het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), waar ook de Nederlandse rechter zaken aan toetst.

Het recht op een eerlijk proces is vastgelegd in het EVRM, benadrukt Muiznieks. Hij vindt ook dat de minister te vaag omschrijft wie hij deze straffen mag geven: iedereen die „op grond van zijn gedragingen in verband kan worden gebracht met terroristische activiteiten of de ondersteuning daarvan”. Muiznieks: „Die bewoordingen zijn voor zeer brede interpretatie vatbaar.”

De mensenrechtencommissaris bekritiseert ook de nieuwe ‘aftapwet’ voor de geheime diensten. Hij is „bezorgd” over de verregaande bevoegdheden die de geheime diensten straks krijgen. Het wetsvoorstel van Plasterk dat dit regelt, ligt nog bij de Tweede Kamer. Daarin staat dat geheime diensten straks ‘ongericht’ internetverkeer mogen tappen. De minister wil dat inlichtingendienst AIVD bijvoorbeeld een maand lang al het internetverkeer tussen Nederland en Syrië mag tappen. Of een bepaalde tijd al het internetverkeer in een specifieke buurt in de gaten houden.

Op die manier verzamel je ook veel informatie van mensen „die niks te maken hebben met criminaliteit of activiteiten die de nationale veiligheid in gevaar brengen”, schrijft Muiznieks. Bij zulke verregaande bevoegdheden hoort volgens hem een effectieve toezichthouder. Hij vraagt zich af of dat nu goed geregeld is.

Met diezelfde kritiek kwam de Raad van State onlangs. De belangrijkste kabinetsadviseur vindt het niet verstandig dat de geheime diensten twee toezichthouders krijgen: een nieuw op te richten toezichthouder geeft vooraf toestemming om een tap te plaatsen. De al bestaande toezichthouder CTIVD controleert de daadwerkelijke uitvoeringspraktijk van de diensten.

De Raad van State is bang dat de commissie die voorafgaand toestemming moet geven, slecht zicht zal hebben op de uitvoeringspraktijk. Daardoor zal die geneigd zijn meer af te gaan op de argumenten van de AIVD zelf, die altijd zal zeggen dat de taps nodig zijn. De Raad van State verwacht dat zo’n commissie „nagenoeg altijd” goedkeuring zal geven.