Ook de Moslimbroeders houden van de koning in Jordanië

Monarchie versus fundamentalisme

Sinds ‘Arabische Lente’ is Jordanië eiland van stabiliteit in de regio, ondanks grote sociale problemen.

Een gemiddeld Arabisch regime zou zenuwachtig worden om minder. Mensen die de straat op gaan omdat ze werkloos zijn, of om te protesteren tegen een overeenkomst om gas in te voeren uit het gehate Israël.

Het gebeurde allemaal in Jordanië maar het is er geen voorbode voor een revolutie. Al sinds het begin van de ‘Arabische Lente’ geldt Jordanië als een eiland van stabiliteit in een instabiele regio. Zelfs de komst van zo’n anderhalf miljoen vluchtelingen uit de buurlanden Syrië en Irak heeft het land niet van de kook gebracht. De druk op de sociale voorzieningen, het onderwijs en de arbeidsmarkt stijgt – maar vooralsnog is er geen enkele reden om aan te nemen dat de positie van koning Abdullah wankelt.

Als er iemand reden zou hebben ontevreden te zijn, is het schrijver en publicist Salim Falahat. Hij behoort tot de Moslimbroederschap, een islamistische beweging die absoluut geen overeenkomst met Israël wil. En toch, zegt Falahat, moet het staatshoofd op zijn plek blijven. „Wij willen het systeem veranderen, en dat moet hij juist leiden!”

Falahat, die vrouwen geen hand geeft, ontvangt zijn bezoek op zijn kantoortje in het artistieke district Al-Weibdeh in de hoofdstad Amman. Hij draagt een pak, aangevuld met een keffiyeh en pantoffels. Het lijkt tegenstrijdig voor fundamentalisten, die de Koran als leidraad hebben, maar zijn Moslimbroederschap strijdt voor meer democratie. Al kent Jordanië een parlementair systeem, in de praktijk bepaalt de koning per decreet wat er moet gebeuren.

Nieuwe kieswet oude koning

De Moslimbroederschap, van oorsprong een sociaal-maatschappelijke organisatie, is populair bij de bevolking. Zo populair zelfs dat koning Hussein, de vader van Abdullah, in 1993 de kieswet wijzigde in het nadeel van de fundamentalisten. Hiermee wilde hij de invloed van de naar verregaande islamisering strevende moslimbroeders inperken.

Als Jordanië een werkelijke democratie zou worden met evenredige vertegenwoordiging en een scheiding der machten, weet Falahat, dan zou de Moslimbroederschap weer een factor van belang kunnen worden.

„Wie om hervormingen vraagt, krijgt te horen: kijk naar Syrië. Wij zijn tenminste stabiel en veilig.”

Joas Wagemakers, een onderzoeker van de Universiteit Utrecht, werkt aan de intellectuele geschiedenis van de Moslimbroederschap in Jordanië. Deze beweging moet allereerst duidelijk worden onderscheiden van de jihadisten van IS, zegt hij. „De moslimbroeders vinden dat IS niets met de islam te maken heeft.”

Je kunt de Moslimbroederschap „een beetje vergelijken met de SGP, maar dan strenger”, zegt Wagemakers. „Ook in de zin dat ze hun doelen binnen het systeem willen bereiken. Ze willen geen aanslagen of revoluties.” Dat merkte Wagemakers ook toen hij Jordaanse moslimbroeders sprak voor zijn onderzoek:

„Als er al ergens jongeren waren die vroegen om de val van het regime, deed de Moslimbroederschap niet mee. En bij interviews hing er gewoon een portret van de koning in de kamer.”

Omgekeerd is de koning niet gerust op de intenties van de fundamentalisten. Dit jaar werden er diverse invallen gedaan in kantoren van de beweging. Ook bestaat sinds kort een concurrerende beweging van moslimbroeders, opgericht door het regime – volgens Wagemakers „om de verdeeldheid te bestendigen”.

De koning, zegt Wagemakers, is sterk verbonden met het leger en heeft minder op met de tribale en Palestijnse identiteiten van Jordaniërs. „Zijn vader ging nog wel eens naar een bedoeïenentent om te overleggen met een belangrijke stam. Abdullah is seculier, westers, hoogopgeleid, zakelijk. Dus heeft hij moeite met de Moslimbroederschap.”

Na jaren van afwezigheid deden de Moslimbroeders in september toch mee aan de parlementsverkiezingen. Volgens Wagemakers mag erachter enige druk van de koning verondersteld worden.

„Het regime wil het liefst dat iedereen meedoet. Zo heb je je tegenstanders onder de koepel van het parlement. Anders kun je de oppositie minder goed controleren.”

In zijn royale woning aan de andere kant van Amman laat parlementariër Mustafa Assaf zijn dochtertje de Turkse koffie inschenken. Hij is van Islamic Action Front, politieke tak van de moslimbroeders. Als grootste doelen schetst hij stabiliteit, veiligheid, grondwettelijke hervormingen.

Geen islamisering? Assaf: „Natuurlijk willen we een samenleving op islamitische grondslag, maar stabiliteit is het belangrijkst. En er zijn economische hervormingen nodig. Onze buitenlandse schuld bedraagt 33 miljard euro.” De volksvertegenwoordiger erkent de geringe invloed van het Jordaanse parlement. „We kunnen onze stem laten horen, hopen dat de koning er rekening mee houdt.” En de gunst van het volk winnen, bijvoorbeeld door zich sterk tegen de overeenkomst met Israël te kanten.

Verzet tegen de gasdeal is niet het enige probleem waar koning Abdullah mee kampt. Wagemakers somt een rijtje op dat somber stemt: corruptie, een slechte economie die drijft op leningen van het IMF, het Westen en de Golfregio, de Syrische vluchtelingen, 2.000 Jordaanse Syriëgangers en binnenlandse radicalisering. En toch dooft elk protest na maximaal een dag weer uit. Is de koning dan echt onaantastbaar?

Ondanks alles blijft het rustig in Amman. Abdullah heeft de boel onder controle. Bovendien, zegt Wagemakers, geniet niemand anders in Jordanië zoveel legitimiteit het Hasjemitische koningshuis, afstammelingen van de familie die sinds de tiende eeuw over Mekka heerste.

Die rust, zegt schrijver en publicist Falahat, is ook weer bedrieglijk. Hij merkt op dat de Arabische Lente het land heeft overgeslagen, maar dat Jordanië „niet immuun” is voor onrust. „De onderliggende oorzaken voor de onvrede zijn er nog steeds.”