Column

Nirwana

ellendeckwitz0

Vorige week bezocht ik een van mijn gereformeerde vrienden. In de woonkamer stond de verwarming zo hoog, dat het leek alsof hij de tocht door de woestijn wilde naspelen. Ik schrok toen ik zag dat tegelijkertijd de ramen wijd open stonden. Hij haalde zijn schouders op en zei dat hij frisse lucht wilde, maar niet van kou hield. „Ik betaal er toch voor”, zei hij.

Dit voorval vertelde ik aan een bevriende zenboeddhist (voordat u denkt dat ik spirituelen verzamel: ik heb gewoon nogal wat vrienden). De zenner flipte. „Typisch iets voor iemand die in een paradijs gelooft! Lekker erop los leven, want in het hiernamaals is er natuurlijk geen CO2-probleem!

„Behalve als je in de hel belandt”, mompelde ik. „Volgens mij hebben ze daar eerder een SO2-probleem.”

„Ik vind het zo’n naar idee, dat wat mensen geloven mede bepaalt hoe ze met de aarde omgaan”, zei ik. De boeddhist knikte. „Het verklaart in ieder geval waarom het al die diepgelovige Trump-stemmers geen bal uitmaakt wat er met het milieu gebeurt.” Volgens de Openbaring zal het universum op de Dag des Oordeels in vlammen opgaan. Een soort Heel Holland Bakt XL, waarna er een nieuwe hemel en aarde verschijnen, met intacte ijskappen, panda-overschot en nul ebola.

„Terwijl we in werkelijkheid natuurlijk maar doorincarneren en doorincarneren”, zuchtte de boeddhist bedroefd, „op een aarde die, als we zo doorgaan, op een zeker moment voor geen enkel organisme nog leefbaar is. Denk aan al die miljarden wezens die daardoor het nirwana niet bereiken.”

Mijn eigen religie bood ook weinig hoop.

Die avond zat ik me op de bank bezig te houden met mijn eigen religie: literatuur. Ik herlas A man without a country (2005) van Kurt Vonnegut, een bundel essays die hij tegen het einde van zijn leven uitgaf. Op een zeker moment heeft Vonnegut het over het klimaatprobleem, en schrijft dat de levensspanne van de mens te kort is om de aarde te redden. We willen wel een betere wereld voor onze kinderen, maar staan niet stil bij de planeet die we achterlaten voor onze kleinkinderen. Dat is te ver van ons bed, die hebben eigen ouders die daar maar voor moeten zorgen. En zo is de langetermijnoplossing, die noodzakelijk is en over meerdere generaties reikt, ver te zoeken.

Ik haalde met de paginarand wat vuil onder mijn nagels weg. Mijn eigen religie bood ook weinig hoop. Maar misschien zag ik het te somber in. Niet iedere christen was zo gemakzuchtig als mijn grefo-vriend. En ondanks de berichten over de opwarming van de aarde, was het de afgelopen dagen toch knap koud. Maar goed, de oude Noren waren er juist van overtuigd dat het hiernamaals uit een grote ijsvlakte bestond. Voor ik daar weer over kon piekeren, deed ik mezelf maar in bed.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.