Goede band met mama helpt bij wachten met seks

Jongeren Rotterdamse meisjes die een goede band met hun moeder hebben, blijven langer maagd. Vaders hebben minder invloed.

Foto iStock

Tieners die een goede band hebben met hun ouders beginnen later aan seks. En dat is wenselijk, want jongeren die pas op latere leeftijd hun eerste seksuele relatie aangaan, doen het dan meestal veiliger – met minder kans op seksueel overdraagbare aandoeningen of ongewenste zwangerschap. Dat schrijven onderzoekers van het Erasmus MC in Rotterdam in een publicatie die maandag verscheen in het medisch-wetenschappelijke blad Pediatrics.

„We zien het verband vooral bij moeders en dochters”, zegt eerste auteur Raquel Nogueira Avelar e Silva, onderzoeker bij de afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg van het Erasmus MC. Dochters die zeggen een goede band met hun moeder te hebben, hebben ongeveer de helft minder kans om voor hun 16de met seks te beginnen.

„Moeders zijn in Nederland degenen die zich het meest met de opvoeding van kinderen bezighouden, en zij zijn ook vaak degenen die zowel hun dochters als zonen voorlichten op seksueel gebied. Meisjes zien hun moeder vaak als rolmodel. Dat verklaart mogelijk waarom het effect van moeders op dochters sterker is.”

Onze correspondent Nina Jurna over de machocultuur in Brazilië: Hoe voed ik mijn kind op in deze sekscultuur?

Ook schitteren Nederlandse vaders vaak door afwezigheid in de opvoeding van hun kinderen. In een internationale vergelijking van westerse landen komt Nederland na Oostenrijk op de voorlaatste plaats als het gaat om de betrokkenheid van vaders. „Daar zit nog wel ruimte voor verbetering”, zegt Nogueira.

„Als ouders van hun kind weten met wie het is en waar het uithangt, is de kans kleiner dat hij of zij al vroeg aan seks begint”, concludeert de onderzoeker. Daarentegen is de kans op vroege seks drie keer groter bij kinderen uit een-ouder-gezinnen of van gescheiden ouders, in vergelijking met kinderen die nog bij beide biologische ouders wonen.

Nogueira gebruikte voor haar onderzoek gegevens van 3.000 kinderen uit de Jeugdmonitor Rotterdam, een langlopend onderzoek naar gezondheid en gedrag van jongeren in Rotterdam en omgeving. Kinderen en hun ouders vulden elk een enquête in, toen het kind 12 jaar was en twee jaar later.

Acht procent van de kinderen had in die twee jaar hun eerste ervaring met geslachtsgemeenschap. „Niet veel”, vindt Nogueira, „maar ze waren nog relatief jong.” Gemiddeld hebben zowel jongens als meisjes in Nederland op hun zestiende hun eerste keer gelachtsgemeenschap.

„Dat is gunstig”, zegt Nogueira. „Want het betekent ook dat jongeren hier minder geslachtsziekten hebben en dat Nederland het laagste aantal tienerzwangerschappen ter wereld heeft.” Dat is behalve door een goede band met de moeder ook te danken aan goede seksuele voorlichting op scholen, denkt Nogueira. „Dat wij dit effect nu vinden bij Nederlandse jongeren, betekent misschien dat er in andere landen nog veel meer winst te behalen is op dit gebied als ouders de band met hun kinderen versterken.”