‘Hij loopt als een wilde door het dorp’

Wie: kunstenaar Olof Baltus

Waar: rechtbank Alkmaar

De kwestie: ‘Trut’ gezegd

De burgemeester van Bergen, Hetty Hafkamp, liet haar hond uit, alleen, toen een man langsreed op een racefiets, haar recht aankeek en luid ‘trut!’ toeschreeuwde. In een aangifte bij de politie verklaarde de burgemeester dat ze zich hierdoor ‘beledigd’ voelde en ‘aangetast in haar goede naam en eer’.

Het klopt dat hij de burgemeester trut heeft genoemd, bevestigt kunstenaar Olof Baltus tegenover de politierechter in Alkmaar. Hij heeft er geen bewaar tegen als zijn naam voluit wordt geschreven. Baltus verwijt de burgemeester „truttig optreden”. Onder meer omdat op haar gezag vier handhavers een jazzconcert stillegden in Egmond aan de Hoef. Baltus vindt dat een „belediging van wat ooit kunstenaarsdorp Bergen was”.

Hij heeft overigens wel wat meer op zijn kerfstok. Op een ander feest, Bourgondisch Bergen, noemde hij ook al een agente ‘trut’ toen ze hem van het terrein wilde laten verwijderen. Verder liggen er aangiftes van een café-eigenaar en van een kennis van Baltus. Tegen die twee mannen zei hij volgens hun aangiftes ernstiger dingen. Bijvoorbeeld „Ik vermoord je”, en „Ik maak je dood”.

Vrijgevochten kunstenaar

Buiten de zaal, voorafgaand aan de zitting, zegt Baltus: „Dat ga ik natuurlijk niet bekennen bij de rechter.” Dus binnen vertelt hij dat hij alleen „val dood” heeft gezegd, wat feitelijk niet een actieve bedreiging is, maar eerder een verwensing omtrent omstandigheden.

Een vrouw die erbij was toen Baltus zijn kennis zou hebben bedreigd, zegt over de kunstenaar: „Hij loopt als een wilde met een soort jagersblik door het dorp.” De café-eigenaar zegt: „Baltus staat bekend als alcoholist.”

Zelf probeert Baltus in de rechtszaal een ander beeld neer te zetten: dat van vrijgevochten kunstenaar die verkeerd wordt begrepen in een bekrompen dorp. „De brave massa gedresseerde mensen in Bergen wantrouwt iedereen die anders is.” En, waarom zou hij de vergelijking eigenlijk niet maken, „in Arles dachten ze van Van Gogh ook dat hij stapelgek was”.

De reclassering maakte een rapport over Baltus waaruit blijkt dat hij last heeft van stemmingswisselingen. Momenteel, vertelde Baltus de reclassering, verkeert hij in een euforische stemming. Hij voelt zich „geïnspireerd”. Zijn alcoholgebruik ervaart hij niet als een probleem.

Doodsbedreigingen

Baltus’ advocaat vraagt zich af of het woord trut werkelijk als strafrechtelijke belediging kan worden gezien. „De betekenis volgens de Van Dale is onder meer een stijve, vervelende en onaantrekkelijke vrouw. Het is dus eerder een omschrijving van een type vrouw.” Je maakt hem niet wijs, aldus de advocaat, dat de burgemeester zich hier werkelijk door beledigd voelde. Sterker nog: „Als je bang wordt van het woord trut, hoor je hier niet als burgemeester te zitten.”

Veel jurisprudentie is er volgens hem niet, zeker niet van rechters in hoger beroep. Hij vraagt zich af waarom deze zaak überhaupt voor de rechter is gebracht en niet afgedaan met een boete of, nog beter, een sepot. Het gaat hier om „een man van zeventig” met „een strafblad van niks” die „wat los in de mond is geweest”.

Voor de officier van justitie bestaat er geen twijfel over de beledigende bedoeling van „de misprijzende kwalificatie” van de burgemeester. En die intentie doet ertoe, dat blijkt zeker uit jurisprudentie. De zaak is „op zitting gekomen”, legt hij uit „omdat de heer Baltus in korte tijd meerdere mensen heeft beledigd en bedreigd in een dorpsgemeenschap: mensen worden daar bang van”. De officier eist een geldboete van 500 euro en een week gevangenisstraf.

De rechter veroordeelt Olof Baltus voor het beledigen van een wijkagent en de burgemeester door het gebruik van het woord ‘trut’. Net als de officier is de rechter ervan overtuigd dat Baltus de bedoeling had te beledigen. „En beledigen heeft níéts te maken met de vrijheid van meningsuiting of artistieke vrijheid.” Van de twee doodsbedreigingen acht ze er maar één bewezen omdat alleen daar getuigen bij waren. In het andere geval staat de ontkenning van Baltus tegenover het woord van de ander. Hij krijgt een boete van 500 euro opgelegd.