Flink lagere straf na wapenvondst in Nieuwegein

Volgens de rechtbank zijn concrete liquidatieplannen niet bewezen. De hoofdverdachten krijgen daarom een veel lagere straf dan de gevraagde 17 jaar.

Pistolen, revolvers, automatische wapens, munitie en handgranaten liggen uitgespreid op een tafel in het kantoor van Korps Landelijke Politiediensten. De wapens werden in 2015 aangetroffen in een opslagruimte in Nieuwegein. Foto Koen van Weel/ANP

De rechtbank heeft vier hoofdverdachten veroordeeld tot 8 jaar celstraf in de zaak rond de grote wapenvondst in Nieuwegein in 2015. Een vijfde verdachte kreeg 7 jaar celstraf opgelegd en drie andere verdachten kregen ieder drie jaar celstraf opgelegd. De straffen tegen de hoofdverdachten vallen lager uit dan de 17 jaar die het Openbaar Ministerie tegen de hoofdverdachten had geëist.

Volgens de rechtbank is bewezen dat de verdachten lid waren van een criminele organisatie die het plegen van liquidaties tot oogmerk had. Maar de rechtbank achtte in tegenstelling tot de officieren van justitie niet bewezen dat er sprake was van het plegen van voorbereidingshandelingen voor moord. En dat verklaart het grote verschil in de strafmaat.

Volgens de rechtbank is onvoldoende bewezen dat er sprake was van een concreet doel. Uit het dossier blijkt volgens de rechtbank onomstotelijk dat er mensen werden gevolgd. En het is ook zeker dat er wapens, auto’s en andere voorwerpen beschikbaar waren om moord te plegen. Maar wat waren de plannen met deze mensen en middelen? Moord, afpersing, beroving? Dat wordt volgens de rechtbank niet duidelijk. Daarom kan het voorbereiden van een concrete liquidatie volgens de rechtbank niet worden bewezen. Vandaar de veel lagere straf.

Lees ook Hoe bewijs je iets wat niet is gebeurd? De huurmoordenaar staat voor u klaar

Hoger beroep waarschijnlijk

Tussen de regels door maakte rechtbankvoorzitter Peter Bjorn Martens wel duidelijk dat de rechtbank een hogere straf had willen opleggen maar dat dat volgens de regels onmogelijk is. Zo worden de hoofdverdachten omschreven als beroepscriminelen die lid waren van een criminele organisatie met een omvangrijke, professionele en gestructureerde bedrijfsvoering die een ernstig oogmerk had: moord. Dit leidt tot een grote mate van ontwrichting van de openbare orde en is bedreigend voor de samenleving. Op lidmaatschap van een criminele organisatie staat maximaal 6 jaar straf. Dat kan bij zeer ernstige feiten maximaal met een derde worden verhoogd, in dit geval voor het bezit van wapens. Vandaar de uiteindelijke straf: 8 jaar.

Voor het Openbaar Ministerie is deze straf een tegenvaller. Het OM wilde nog niet reageren op de uitspraak maar het lijkt waarschijnlijk dat er hoger beroep wordt aangetekend.

Drugshandel

De verdachten in de strafzaak, die de codenaam 26Koper meekreeg, kwamen begin 2015 toevallig in beeld toen de politie bezig was met een onderzoek naar gestolen auto’s in de regio Rotterdam. Het onderzoek leidde naar Nieuwegein waar uiteindelijk zo’n 100 deels volautomatische wapens werden gevonden, een van de grootste vondsten van de afgelopen jaren.

Ook vond de politie een boekhouding waarin inkomsten en uitgaven worden verantwoord. Inkomsten uit drugshandel – 19 miljoen euro in anderhalf jaar – werden uitgeven aan wapens, auto’s, huurmoordenaars en mensen die mogelijke slachtoffers volgden en observeerden.