‘Fidel Castro gaf ons onze identiteit’

Foto Pedro Pardo/AFP

De receptioniste van het beroemde Sevilla hotel in Havana zit nog vol ongeloof over de dood van Fidel Castro. „We zijn al jaren voorbereid op zijn overlijden, maar als dan het moment is aangebroken schrik je enorm. Hij had iets onsterfelijks, hij was er altijd, en dat gaf ook een grote rust”, zegt Eliana Lopez, een vrolijke vrouw met een volle bos krullend haar. Vóór Castro’s revolutie vertoefde de Amerikaans-Italiaanse maffia graag in dit hotel. Al Capone had er een vaste hotelkamer.

Morgen gaat Lopez met haar familie naar het plein om Castro te eren. Havana is sinds het overlijden van de ‘Maximale leider’ en de grondlegger van de revolutie van 1959 en van het communisme op het Caraïbisch eiland, in onmetelijk verdriet gedompeld. Negen dagen van officiële rouw zijn er afgekondigd. De ceremonie culmineert in een groots afscheidsritueel en het verspreiden van Castro’s as rondom Cuba’s tweede grote stad Santiago de Cuba op 4 december.

In Havana worden de voorbereidingen getroffen voor de mensenmassa die verwacht wordt. Hekken worden opgesteld voor het gigantische monument van de beroemde dichter en voorvechter van de Cubaanse onafhankelijkheidstrijd Jose Marti, van wie Fidel Castro een grote bewonderaar was.

Onder het toeziend oog van een verlicht beeld van Fidels bondgenoot Che Guevara wordt deze plek de komende dagen een bedevaartsoord. Een eindje verderop hangt een groot spandoek met een serie foto’s van de strijder Castro in zijn jonge, oudere en veel oudere jaren, met als onderschrift ‘Fidel is onder ons’.

Castro mag een controversiële leider zijn, die de vrijheid beknotte, de democratie vernietigde en politieke tegenstanders uitschakelde, in Cuba overheerst nu verdriet en bewondering. Zelfs critici willen hun zaak niet op de spits drijven. De protestgroep ‘Damas Blancas’, bestaande uit vrouwen van politieke gevangenen en dissidenten, besloot haar jaarlijkse protestmars af te gelasten om ongeregeldheden te voorkomen.

Taxichauffeur Ramon Esteban (57) vertelt hoe hij afgelopen vrijdagavond na een zware en lange werkweek door zijn vrouw werd gewekt. „El commandante is heengegaan”, fluisterde ze in zijn oor. Sindsdien is alles onwerkelijk, zegt hij.

„Het is alsof mijn bloedeigen vader is overleden. Ik ben een kind van de revolutie, ik ben trots op mijn land en ben gevormd door Fidel Castro. Het voelt alsof iemand mijn hart eruit heeft gerukt.”

Bewondering voor Castro wordt er al dagen ingehamerd via de Cubaanse staatstelevisie. Beelden van Castro met grote wereldleiders zoals Nelson Mandela en strijders zoals Malcolm X en zijn grote bondgenoot, de inmiddels overleden Venezolaanse leider Hugo Chavez, worden non stop uitgezonden. Zo ook zijn bezoeken aan veel landen in onder meer Afrika, waar Castro zich na zijn revolutie van 1959 inzette voor het omverwerpen van koloniale regimes.

Eigenlijk kan Esteban nog steeds niet geloven dat Castro echt is overleden. „Voor mij is hij niet dood, ik weiger het gewoon te geloven”, zegt hij. De tocht gaat door uitgestorven straten van de iconische en normaliter zo levendige stad Havana. In het oude centrum waar ’s avonds en in de weekenden meeslepende salsabandjes de boel opvrolijken, is het nu stil.

„Weet je hoe vaak ze geprobeerd hebben om Fidel te vermoorden? Meer dan zeshonderd keer”, roept Esteban uitgelaten, en hij schiet nu door zijn tranen heen in de lach. Het zijn James Bond-achtige verhalen over de inventieve moordpogingen die voormalig aartsvijand Amerika initieerde om Castro uit te schakelen. De mooiste vindt Esteban het verhaal van de ontplofte sigaar. „En uiteindelijk na zoveel moordaanslagen sterft hij in alle rust als oude grijsaard op de respectabele leeftijd van 90 jaar”, glimlacht Esteban, die op school de heldendaden van Castro en zijn strijdmakkers onder wie Che Guevara er met de paplepel in gegoten kreeg. „Castro heeft zoveel gedaan voor de wereld”, zegt Esteban.

„Maar voor ons Cubanen deed hij het allerbelangrijkste: hij heeft ons onze identiteit gegeven.”