Commentaar

Castro was groter dan Cuba, de wereld erft een harde les

nrcvindt

Fidel Castro bestierde een armoedig, middelgroot eiland in de Caraïbische Zee met 11 miljoen inwoners. Zijn invloed reikte echter tot ver buiten het Caraïbisch gebied. Hij groeide uit tot een symbool van de Koude Oorlog, was een lichtend voorbeeld voor guerrillastrijders in heel Latijns-Amerika en bracht tot in Amsterdam linkse intellectuelen in vervoering. Castro was groter dan Cuba.

Deze zoon van Spaanse immigranten, en een begenadigd honkbalspeler, bevrijdde Cuba in 1959 van de decennialange dictatuur van Fulgencio Batista, om er vervolgens een socialistische heilstaat te stichten. Hij verbeterde onderwijs en gezondheidszorg, maar hij schafte de politieke vrijheid af. Het land bleef arm en met de jaren nam de uitzichtloosheid toe. Honderdduizenden Cubanen vluchtten per boot naar Florida. Castro verloste Cuba van onderdrukking om er een dictatuur te vestigen, die hij in 2006 om gezondheidsredenen overdroeg aan broer Raúl. Dat is een lange regeringstermijn, maar een beroerde nalatenschap.

Toch had hij als politiek personage grote invloed. Zijn socialisme inspireerde een hele generatie revolutionairen. Het tijdperk van de bevrijdingsoorlogen is weliswaar voorbij, maar de echo van Castro’s revolutie klinkt nog steeds. We moeten, zei Nicolás Maduro, president van traditioneel bondgenoot Venezuela dit weekend, „doorgaan met zijn nalatenschap, onder zijn vlag van onafhankelijkheid, socialisme en het vaderland”.

Met de val van Batista werd Cuba ook een frontstaat in de Koude Oorlog en een aartsvijand van de Verenigde Staten. Het eiland gaat al sinds 1962 gebukt onder economische sancties van de VS. Van groot belang voor Cuba is nu wat aanstaand president Trump gaat doen. Hij noemde Fidel Castro dit weekend een „wrede dictator”.

Castro lag niet goed in Washington, maar de fine fleur van Europese intellectuelen droeg hem in de jaren zestig op handen. De Cubaanse revolutie beloofde een warmer socialisme dan de grauwe Oostblok-variant. In Nederland vielen journalisten en kunstenaars als een blok voor Castro’s Cuba, de schrijver Harry Mulisch voorop.

Er werd een Comité van Solidariteit opgericht en componist Peter Schat eerde de revolutie met een opera. De fellow-travellers kregen in de jaren zestig al forse kritiek, maar het duurde vaak lang voordat ze de schaduwzijden van Castro’s heilstaat onder ogen wilden zien.

Zo werd Castro’s revolutie ook een beetje Nederlandse geschiedenis. Een geschiedenis, die leest als een waarschuwing tegen heilsverwachtingen, vrijheidsbeperkingen en al te gemakkelijke politieke oplossingen. Of ze nu van links komen of van rechts.