‘Walvishaaien tellen met 30 liter zeewater’

Dat meldden internationale media vorige week op basis van DNA-onderzoek.

Foto iStock

De aanleiding

Je hebt geen walvishaai nodig om onderzoek te doen naar walvishaaien, de grootste vissen in de oceaan. In minder dan 30 liter zeewater zit genoeg van hun DNA voor „bruikbare informatie”: een schatting van het aantal walvishaaien in de hele Indische en Grote Oceaan. Dat meldt het wetenschappelijk tijdschrift Nature Ecology & Evolution in een persbericht. Het haalde de internationale media, zoals de LA Times en The Atlantic. De boodschap: je kunt haaien tellen zonder haaien te zien.

Waar is het op gebaseerd?

Op een studie van 12 onderzoekers, geleid door de Universiteit van Kopenhagen. Ze namen watermonsters in de Perzische Golf, in het voorjaar van 2013 en 2014. Toen schoolden daar grote groepen walvishaaien samen, aangetrokken door enorme massa’s tonijn-eitjes. In zeewater zit DNA van allerlei organismen, ook van de walvishaaien in de buurt.

Op basis van de verschillen in dat DNA maakten biologen een schatting: er leven tussen de 43.000 en 183.000 walvishaaivrouwtjes in de Indische en Grote Oceaan.

En, klopt het?

We bellen met de Deense geneticus Philip Thomsen, de coördinator van het onderzoek. „Ik zou dit nog niet gebruiken om natuurbeleid voor walvishaaien op te baseren”, zegt hij. „Ons onderzoek was bedoeld om te demonstreren dat deze methode in principe werkt.” Dus nee, „bruikbaar”, zoals het persbericht meldde, dat zijn de cijfers niet.

Het is al heel mooi dat de analyse lukte, zegt Thomsen. „Het is de eerste keer dat dit is gedaan.” Thomsen pioniert met het tellen van dieren via DNA dat rondzweeft in zeewater. Het zit in huidschilfers, slijm, poep, enzovoort. Om dat DNA te verzamelen, moet je op de juiste plek zijn, en snel: na een paar dagen is het DNA uit elkaar gevallen.

Deze maand publiceerde de Deen ook al een onderzoek waarin hij haast onvindbare soorten diepzeevissen herkende in dit soort DNA-watermonsters.

Nu laat Thomsens team zien dat het zelfs mogelijk is om een soort genetische ‘vingerafdrukken’ van individuele walvishaaien in het water te herkennen. Daarmee kun je aantallen schatten. Thomsens team deed dat met 19 watermonsters van 1,5 liter elk – bijna 30 liter in totaal.

Zulk onderzoek kan het tellen van de spectaculaire walvishaaien vergemakkelijken. Ze worden beschouwd als ‘met uitsterven bedreigd’, maar het is onduidelijk hoeveel er in de wereld leven. Gewoon tellen lukt niet, want de haaien leven te zeer verspreid en zwemmen vaak diep.

De aantallen in de wetenschappelijke literatuur zijn geschat op basis van DNA-variaties in een klein aantal gevangen haaien. Die berekeningen zijn heel onzeker. Er kunnen in totaal 30.000 walvishaaien zijn maar ook 240.000. Of iets er tussenin, of toch nog meer. Stel dat je zeewater kunt opscheppen en analyseren op allerlei plekken waar veel walvishaaien samenscholen (zoals bij Belize of Australië), dan kunnen die tellingen nauwkeuriger worden.

Thomsen is overtuigd dat zijn zeewater-schattingen geen slag in de lucht zijn: de getallen komen aardig in de buurt van schattingen op basis van de traditionele DNA-methode op basis van haaienweefsel.

Maar zelfs met de ruime marge van 43.000 à 183.000 vrouwtjes ben je er nog niet, vertelt Thomsen. Er zitten meerdere onzekerheden in de genetische berekeningen, de verhouding tussen mannetjes en vrouwtjes is niet per se 1 op 1, enzovoort. „En je moet uiteindelijk monsters gaan nemen op allerlei plekken in zee.”

Conclusie

Het is echt mogelijk om walvishaaien te tellen met alleen drie emmers zeewater. Omdat de gegevens nog niet „bruikbaar” zijn, beoordelen we de bewering dat je walvishaaien tellen met 30 liter zeewater als grotendeels waar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt.