De ploeg van Ajax is nu één geheel en straalt positivisme uit

Ajax

De spelers van Ajax die hun trainer de rug toegekeerd hebben, worden niet gemist. Bij de ploeg zie je geen laksheid of nonchalance, maar ijver en wilskracht.

Ajacied Hakim Ziyech in actie in de wedstrijd tegen Heerenveen. Foto Ronald Bonestroo / ANP

In de figuurlijke zin van het woord behoren voetballers voor elkaar te vechten. Kan een medespeler het niet meer belopen, dan trekt de ander een extra sprint om het ontstane gat te dichten. Dreigt een ploeggenoot te worden uitgespeeld, dan dek je elkaars rug. Kwestie van teamgeest. De gezamenlijke wil om een doel te bereiken. Broederschap.

Inmiddels weet Joël Veltman hoe die dynamiek op het voetbalveld werkt. „Je moet wat voor elkaar overhebben”, zegt de rechtsachter van Ajax. De logica van zijn woorden betreft schijn. „Want in teams is het niet altijd vanzelfsprekend dat je voor elkaar vecht. Bij Ajax heb ik ook anders meegemaakt. Dat je dacht: hij lost het wel op, niet ik. Als dat gevoel er nog was, zouden we zo’n wedstrijd als vandaag misschien niet hebben gewonnen.”

Positivisme

Dat is het verschil met het Ajax van nu. Als er iets opvalt aan het spel van de gedeelde koploper in de eredivisie – Ajax heeft evenveel punten als Feyenoord - dan is het wel het positivisme dat het uitstraalt. Geen laksheid of nonchalance, maar ijver en wilskracht. Geen speler valt uit de toon in wat eindelijk één geheel is.

Geduldig werkte Ajax zondag toe naar de fatale klap die het SC Heerenveen na zeventig minuten uitdeelde, via aanvoerder Davy Klaassen. Niet gehaast of paniekerig, maar zelfverzekerd en bekwaam. Alsof de spelers wisten dat winnen een kwestie van tijd was. Veltman knikt. Hij vat de status van de ploeg helder samen met een eenvoudig zinnetje. „Dit elftal staat prima.”

En dat klopt. Hoe pijnlijk het ook klinkt, dit Ajax kan gemakkelijk zonder de spelers die hun trainer de voorbije weken de rug hebben toegekeerd. Zij die gefrustreerd zijn, verongelijkt soms, of simpelweg kwaad. Eerst Anwar El Ghazi, toen Nemanja Gudelj en afgelopen week Riechedly Bazoer. Hoewel trainer Peter Bosz vrijdag benadrukte dat de casus Bazoer onvergelijkbaar was met die van El Ghazi en Gudelj. Minder onplezierig.

Kou uit de lucht

Anders dan bij El Ghazi en Gudelj was de kou tussen hem en Bazoer snel uit de lucht. Wat er aan de hand was? Bazoer weigerde maandag apart te trainen. Nadat hij in het weekend ziek was geweest, dacht hij de nieuwe week weer bij de groep te kunnen beginnen, maar Bosz wilde dat de middenvelder zich eerst bij de dokter zou melden en individueel ging trainen. Bazoer weigerde en werd voor straf buiten de selectie gelaten voor het Europese duel met Panathinaikos.

Er volgde een sussend gesprek, waarna de speler tegen Heerenveen weer op de reservebank zat. Meer was het ook niet. Op het moment dat hij zijn opwachting had kunnen maken, koos Bosz ervoor om de negentienjarige Donny van de Beek in te brengen, die vervolgens de beslissende pass gaf waaruit Klaassen de 0-1 maakte. Extra wrang voor Bazoer? Dat niet. Maar met oog op volgende duels weet Bosz dat hij gerust Van de Beek kan inbrengen, in plaats van het almaar ontstemde talent dat al weken laat doorschemeren dat hij wil vertrekken.

Zelfde verhaal met amokmakers El Ghazi en Gudelj. Terwijl de eerste al bijna een maand voor straf bij Jong Ajax voetbalt na zijn woordenwisseling met Bosz en de tweede thuis zit omdat hij zich niet kan motiveren voor een reserverol, doen hun ‘voormalige’ medespelers het zo goed dat het niet meer relevant is of de verbannen spelers nog tot inkeer komen. Op dit moment taalt niemand nog naar hen. Verkopen die twee, schrijven fans op sociale media. Uit het oog, uit het hart.

Vertrouwen geeft rust

In Friesland speelt de ploeg niet geweldig. Daarvoor is het te slordig, springt het te onzorgvuldig om met kansen. Maar Ajax toont er wel aan waarom het al achttien wedstrijden ongeslagen is. Zie Kasper Dolberg. Verdedigers blijven hem vloeren, trappen in schijnbeweging na schaar, maar de Deense spits geeft geen kik. Opstaan en doorgaan, lijkt zijn adagium, hetgeen een uitwerking heeft op de anderen. Geen van hen wordt onrustig als het 0-0 staat en de nood aan een goal toeneemt. Komt wel.

„,Kasper is een heerlijke speler voor het team”, zegt Veltman. „Dat we hem altijd kunnen aanspelen, geeft rust in het team. Als we noodgedwongen lange ballen spelen, kunnen we ook bij hem terecht. Hij speelt onvoorstelbaar goed. Hij zal ook nooit schreeuwen als hij wordt getackeld.”

Trainer Bosz roemt de sfeer in zijn ploeg. Hij kan het beeld dat er veel vertrouwen is enkel bevestigen. Over het arbeidsethos: „Ik vind dat het daarmee begint bij topvoetballers. Als spelers dan ook nog de kwaliteiten hebben, dan stel ik ze op. In theorie moet het dan goed gaan.”

De praktijk is weerbarstiger, met talenten die er soms aan voorbijgaan dat alleen talent niet voldoende is voor handhaving aan de top. Toch moet het voor hem prettig werken, nu de rotte appels vanzelf uit de ploeg zijn verdwenen.