Snelschaak moet wellicht beslissing brengen bij WK

Schaken De laatste gewone partij om het wereldkampioenschap schaken te beslissen, begint maandag om twee uur ’s middags in New York. Zorgen Carlsen en Karjakin voor remise, dan volgen woensdag de snelle partijen.

Sergey Karjakin speelt tegen Magnus Carlsen tijdens de elfde ronde van het wereldkampioenschap schaken in New York. Foto AFP/ Bryan R. Smith

Steeds dichterbij komt het vooruitzicht dat de tweekamp tussen Magnus Carlsen en Sergej Karjakin in een tiebreak van snelschaakpartijen beslist moet worden, want na elf gewone partijen is de stand gelijk: 5½ -5½. De laatste gewone partij begint maandag om twee uur ’s middags in New York; voor ons is dat acht uur ’s avonds. Als die partij remise wordt, zijn woensdag de snelle partijen.

De elfde partij van zaterdag was de laatste waarin Karjakin wit had. Hij moest op winst spelen, al was het alleen maar omdat hij er zeker van kon zijn dat Carlsen dat maandag in zijn witpartij ook zal doen. Karjakin probeerde het zeker, maar hij kon Carlsen het leven niet moeilijk maken.

Integendeel, het was Carlsen die een schijnbaar kalme stelling opeens tot leven wekte met een verrassend pionoffer. Over zijn reactie dacht Karjakin bijna een half uur na en hij vond een nauwkeurige zet waarna remise onontkoombaar was. Dankzij Carlsens hardnekkigheid ging het nog wel op een aardige manier, met een ver opgerukte vrijpion van Carlsen en een eeuwig schaak van Karjakin.

De Filipijnse Amerikaan Wesley So, zesde op de wereldranglijst, schreef: „Een rustige maar goed gespeelde partij van twee ervaren spelers”, alsof hij een goede aantekening in een schoolrapport gaf.

Karjakin zei op de persconferentie dat hij niet blij was met zijn spel. Hij maakte een wat timide indruk, alsof het zelfvertrouwen waarvan hij tijdens de match vaak blijk had gegeven, weer was weggeëbd toen hij vorige week zijn voorsprong kwijtraakte.

Carlsen leek in een uitstekend humeur. Over de gelijke stand in de match zei hij dat het geen droomsituatie was, maar dat het slechter had gekund. „De match gaat mijn kant op. Ik was nu veel kalmer dan in de laatste paar partijen. Ik ben optimistisch.”

Karjakin maakte nog een opmerking die van weinig zelfvertrouwen leek te getuigen: „In het eerste deel van de match ging het voor 80 procent om het schaken. Nu is het 80 procent psychologie.’’ Carlsen lachte en zei: „Ik voelde me oké en kalm. Ik denk dat het nog steeds om het schaken gaat.”

Ja, allicht. Carlsens reactie doet denken aan Bobby Fischer, die eens zei: „Ik geloof niet in psychologie, ik geloof in goede zetten.’’ Zelfs als het waar zou zijn dat het in de zenuwslopende beslissende partij van vandaag om psychologie gaat, dan is de man die daar niet aan gelooft psychologisch in het voordeel.

Carlsen heeft er in het verleden een handje van gehad om langzaam op stoom te komen en in de tweede helft van een wedstrijd beter te spelen dan in het begin. Maandag heeft hij wit, een klein maar substantieel voordeel. Hij had reden voor een goed humeur.