Column

Nooit meer een opera over Fidel

juttachorus0

Hoe gaat de geschiedenis oordelen over Reconstructie? In 1969 was de experimentele opera over de Cubaanse revolutie en de dood van Che Guevara een schandaal en een succes. Een verheerlijking van Fidel Castro en een aanval op bondgenoot de VS. Een Gesamtkunstwerk, gemaakt door schrijvers en componisten Harry Mulisch, Hugo Claus, Peter Schat, Louis Andriessen, Reinbert de Leeuw, Misha Mengelberg en Jan van Vlijmen.

De Telegraaf schreef: ‘Elke voorstelling kost een ton’, waarop het Holland Festival overwoog Reconstructie te boycotten. De ogen van Reinbert de Leeuw lichten op als hij vertelt over het revolutionaire elan dat uit Havana naar Amsterdam overwoei. „De baarden, de euforie.” De vrijheid die hij ervoer toen de zeven zich in een klooster bij Deventer terugtrokken om een libretto en een partituur te schrijven. „Het slotakkoord van de jaren zestig”, noemde Mulisch de opera.

Carré zat avond aan avond vol, dringen aan de Amstel, een opzwepend applaus. „Het zinderde”, herinnert De Leeuw zich als ik hem opzoek in zijn appartement bij het Amsterdamse Vondelpark. Zaten er ook arbeiders in de zaal? Nee. Het was een revolte van de Nederlandse avant-garde.

Historicus Martin Bossenbroek beschrijft in Fout in de Koude Oorlog hoe Harry Mulisch, op de vraag waarom hij zich wel uitliet over de tientallen miljoenen doden die Hitler op zijn geweten had en niet over die van Stalin en Mao, antwoordde: „Maar dat is niet ónze geschiedenis; iedereen moet zich maar in zijn eigen massamoorden specialiseren.”

De Leeuw behoorde in 1969 tot de linkse hemelbestormers – fout links, zou Bossenbroek schrijven. Hij rolt een zoveelste sigaret en noemt Castro’s opstand nog altijd „inspirerend”.

Het tij is gekeerd en nu ziet De Leeuw hoe anderen de hemel bestormen. Met als gevolg dat zijn AskoSchönberg Ensemble misschien over vier jaar niet meer bestaat.

Hij ziet hoe de „loepzuivere” minister Marga Klompé van toen („zij weigerde te oordelen over de inhoud van een kunstwerk”) is opgevolgd door minister-president Mark Rutte die uitvoerend kunstenaars betitelt als mensen „die met de rug naar het publiek hun hand ophouden”. En dat bijna niemand van die kunstenaars een weerwoord heeft. „Deprimerend en bedreigend”, vindt hij deze tijd.

Toen hij in een gesprek met minister Plasterk een subsidie vroeg voor een uitvoering van het werk van componist Louis Andriessen, stelde Plasterk de wedervraag: „Maar is er wel publiek voor?”

„Kunst heeft in deze samenleving geen waarde meer van zichzelf”, concludeert De Leeuw. Hij kijkt terug naar de brutale dagen van Reconstructie en ziet dat het elan van toen een flakkerend vlammetje is geworden. „Soms lijkt het wel alsof het niet gebeurd is allemaal.”

Jutta Chorus (@juttachorus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.